Altijd bereid tot verantwoording....

2002-05-31
  • Jaargang 46
  • nummer 11
Er ligt al een paar weken een kalendertje op mijn bureau. Voor mij een symbool van wat mij het meest raakte tijdens het bezoek aan HOPE21 in Boedapest. Op de andere kant staat namelijk een oproep om als christenen binnenkort naar het Kisstadion aldaar te komen, om Jezus Christus te aanbidden en zijn Naam groot te maken. Dit maal nog in een stadion van slechts 20.000 zitplaatsen, maar de volgende keer mikt de organisatie op het Népstadion met 70.000 plaatsen!

We zagen tijdens het congres een video van een mars voor Jezus die onlangs in Boedapest gehouden werd. Ik vond het een ontroerend gezicht. Niet omdat ik zo dol ben op die massale acties: allemaal de straat op voor Jezus. Maar ik bedacht, hoe nog maar enkele jaren geleden hier en in zoveel andere Oost-Europese landen zoiets volstrekt onmogelijk zou zijn geweest. En nu: de kerk is levend en aanwezig en christenen zijn niet bang om soms heel zichtbaar te worden in hun eigen omgeving. En ze zijn duidelijk bezig om een antwoord te vinden op de uitdagingen die de moderne wereld stelt. De algemene doelstelling van de conferentie was te laten zien dat het evangelie hoop biedt voor Europa, ook in de 21e eeuw.

Interessegebieden
De opzet van de conferentie maakte dat de deelnemers de meeste tijd in groepen doorbrachten rond een bepaald thema. Er waren 24 interessegebieden, variërend van Verzoening tot Kerkplanting, van Gezondheidszorg tot Vrouwen in leiderschap. In mijn geval (en van de anderen die iets in Opbouw schrijven) was het thema apologetiek, de wetenschap of kunde van het met argumenten opkomen voor het christelijke geloof. Dit is belangrijk in het bezig zijn met evangelisatie. Nu de kerk tot mijn vreugde die taak weer meer oppakt, komen de apologetische vragen vanzelf ook weer in de belangstelling.
In mijn studietijd (de jaren ‘70) was daar in de Nederlandse theologie absoluut geen aandacht voor, terwijl mijn interesse daar juist wel lag. Ik ben toen maar filosofie erbij gaan studeren en op het einde van mijn studie een jaar naar een Amerikaanse Seminary gegaan, om aan die behoefte tegemoet te komen.
Inmiddels is het klimaat radicaal veranderd.
Je mag ook in Nederland weer rationele en andere argumenten aandragen voor het geloof in God. Maar in de Angelsaksische wereld is nog bijzonder veel te leren.

Boeiend
Heel boeiend vond ik te horen over de ontwikkelingen in de kosmologie.
Hoe meer er wordt ontdekt van de nauwkeurig op elkaar ingrijpende verhoudingen in het heelal ( de ‘fine-tuning of the universe’), hoe onvoorstelbaarder het wordt dat dit bij toeval tot stand zou zijn gekomen. Veel ongelovige wetenschappers komen zelf tot de conclusie dat hier een plan achter moet zitten. De oude kosmologische godsbewijzen in een nieuw jasje. Als gereformeerden zijn we van huisuit achterdochtig tegenover zogenaamde ‘natuurlijke theologie’, het vanuit het menselijke verstand vertrekken om uit te komen bij God. Toch blijft het waar, dat voor een aantal mensen het heel belangrijk kan zijn in hun zoektocht, om ‘bewijzen’ (evidence) aangedragen te krijgen, waardoor ze het geloof in God serieus moeten nemen.

Debat
Op de conferentie bleek dat sommige apologeten bewust het debat zoeken met ongelovige wetenschappers, om de arrogantie van een benadering waarin voor God vanzelfsprekend geen plaats meer is aan de universiteit, aan de kaak te stellen. Tijdens het congres werd er nog in de diepe avonduurtjes een video vertoond, waar een van de hoofdspre kers, de Amerikaanse professor William Lane Craig, debatteerde met een atheïstische wetenschapper uit Oxford, een zekere meneer Atkins, die zijn wereldbeschouwing agressief uitdraagt. Ik mag niet verhelen dat onze groep met enig leedvermaak toekeek hoe hem keer op keer zijn argumenten uit handen werden geslagen. Voor het gevaar van een dergelijke rationele benadering van de ongelovige was in de groep wel oog. Het leidde tot een interessante discussie van genoemde Craig met Elaine Storkey, een filosofe uit Engeland, die veel meer rekent met de culturele en sociologische bepaaldheid van de apologetiek. Een laag die daar nog weer onder ligt, is de gesteldheid van het hart, waar ieder mens bepaald wordt door zijn of haar verhouding tot de levende God. Wat heb je bereikt als je een debat op punten wint, maar de persoon zelf blijft buiten schot? ‘Het hart heeft zijn redenen, waarvan het verstand geen weet heeft’, zei een van de grootste apologeten aller tijden (Pascal) reeds.

Bemoediging
Zeker neem ik van het geheel een bemoediging mee. We mogen veel meer vanuit een christelijk zelfbewustzijn bezig zijn in onze tijd, dat we werkelijk een boodschap hebben, waarmee je ook voor het forum van de hedendaagse kritische denkende mensen kunt aankomen. Om het met de woorden van Paulus te zeggen in Handelingen 26: ‘Ik spreek geen wartaal, maar nuchtere waarheid’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief