Het radicale midden van ds Ton Vos
2002-05-31
De Nederlands Gereformeerde Kerken kennen geen bisschoppen. Geen ‘opzieners’ die nauwlettend in de gaten houden, wat er zoal gebeurt in de plaatselijke kerken. Maar, we hebben wel een redacteur van het ‘Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken’. Voor de tweede maal werd deze functie bekleed door ds. Ton Vos. Hij volgde het kerkelijk leven in het jaar 2001 op de voet. In zijn jaarverslag in het Informatieboekje geeft hij een helder overzicht.- Jaargang 46
- nummer 11
Bovendien heeft hij een duidelijke visie voor de toekomst.
Ik ga u niet precies vertellen wat er in het Informatieboekje staat. Dan zou dit artikel gaan lijken op een samenvatting van een aantal pagina’s telefoonboek en van een het jaarverslag van het NOS-journaal. Bovendien staat het bij velen van u al in de kast. Maar voor wie geen exemplaar thuis heeft, of dit jaar een keer overslaat, doe ik hieronder uit de doeken, waarom ik het ‘Informatieboekje’ de moeite van het lezen waard vind.
Om te beginnen, omdat ik een nieuwsgierig mens ben. Het lezen van het Informatieboekje is voor mij dan ook een aangename manier om een regenachtige zondagmiddag door te komen.
Al bladerend kom je nog eens wat te weten. Wist u dat de NG-kerk van Assen binnen het kerkverband de oudste papieren heeft? Ze is geïnstitueerd op 24 november 1834, slechts enkele weken nadat in Ulrum de eerste ‘Afscheiding’ plaatsvond (13 oktober). En al bladerend ontdek je dat het kaartje op blz. 44 niet helemaal up to date is. Bij Amersfoort staat namelijk nog altijd één stipje, in plaats van twee.
Maar mijn nieuwsgierigheid geeft niet de doorslag. Het jaarverslag van ds Vos wel. In de eerste plaats omdat het jaarverslag een heel goed overzicht biedt van het wel en wee van onze kerken in 2001. Als min of meer trouwe Opbouwlezer dacht ik dat ik best een beetje wist wat er zoal speelt. Ds Vos, die voor zijn jaaroverzicht zestig (!) enquêteformulieren van kerkenraden heeft verwerkt, helpt me uit de droom. In tien categorieën heeft hij een grote hoeveelheid informatie uit de enquêtes en uit andere bronnen verwerkt.
Op deze manier weet hij een helder beeld te geven van de ontwikkelingen op het ‘grondvlak’, de plaatselijke gemeenten.
Daarnaast vat hij de ontwikkelingen op landelijk gebied samen.
Drie dingen die mij in het bijzonder zijn opgevallen in het jaarverslag, wil ik hier voor het voetlicht brengen:
1. Opvallend vond ik het overzicht onder het kopje ‘Visie en beleid’ (blz. 193-7). Het blijkt dat er in heel veel kerken hard wordt nagedacht over de eigen identiteit en roeping. Het zou interessant zijn om in een volgende enquête eens te vragen naar de aanleiding voor deze bezinning.
2. Ik moet bekennen, dat ik van een nieuw jaarboekje altijd eerst het ‘Statistisch overzicht’ lees. En ook, dat een zeker triomfalisme mij niet vreemd is, wanneer ik constateer dat ‘we’ alweer gegroeid zijn. Ds Vos zet onder het kopje ‘Tellen en vertellen’ een terechte kanttekening bij deze groei: ‘Het zwaarste verlies lijden we doordat (…) leden de kerk verlaten zonder zich bij een andere kerk te voegen. Dit verlies mag onze dankbaarheid over de lichte groei danig temperen!’
3. Een echte eye-opener was voor mij de paragraaf over het zendingswerk.
Het blijkt dat er in het afgelopen jaar in Nederland en in Zuid Afrika enorm veel werk is gedaan voor de opbouw van een volwassen zusterkerk-relatie tussen de zendende kerken en de voormalige zendingskerken. Een moeizaam en langdurig proces, dat van veel mensen veel inzet vraagt.
In zijn jaarverslag geeft ds Vos niet alleen een goed overzicht – hij laat ook merken, dat hij een duidelijke visie heeft.. Zijn visie is dat de NG-kerken ‘leven in het radicale midden’. In dit ene begrip, ontleend aan de theoloog Gordon Fee, brengt hij een boel lijntjes uit het jaarverslag samen.
Het radicale midden is de ontmoeting met God zelf, door de kracht van zijn heilige Geest. Een christen leeft in dit radicale midden: enerzijds in de werkelijkheid van dit bestaan, anderzijds in de werkelijkheid van de Geest.
Vos vindt dit ‘een schitterende typering voor het leven van een kind van God en voor de weg die zijn kerk heeft te gaan in deze wereld’.
Hij laat zien, waar en hoe dit radicale midden zichtbaar wordt en kan worden in ons kerkelijk leven.
Ds Vos ziet er iets van in onze omgang met de belijdenis. We zijn trouw aan de belijdenis, maar ook op onze hoede voor een ongeestelijke binding. Hij ziet er iets van in onze positie tussen de gereformeerde en de evangelische zuil. Ook vermoedt hij een ‘staaltje van (…) het radicale midden van de liefde’ in het besluit van de Landelijke Vergadering om met het Seminarie in gesprek te blijven over de opleiding van predikanten. Voor de toekomst hoopt Vos dat de NGK, door middel van een eigentijdse gereformeerde belijdenis, in het radicale midden de eenheid zullen vinden met andere gereformeerde christenen.
Ds. Vos heeft ervoor gezorgd dat het Informatieboekje 2002 meer is geworden dan een telefoonboek of een NOSjaarverslag.
Zijn visie op ons ‘leven in het radicale midden’ nodigt je uit om verder na te denken over geloven en kerk-zijn in 2002. Dus: de moeite van aanschaf en lezen waard.
(N.a.v.: ds A.W.Vos: Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken 2002, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 2002. e 8,40).