Vredestichters

2002-05-31
  • Jaargang 46
  • nummer 11
N.a.v. Matteüs 5:9 (NBG vertaling). Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.

In de serie over Bram van Dijk (het gemeentelid dat in conflict kwam met zijn kerkenraad) is door meerdere lezers ingebracht dat christenen in harmonie met elkaar zouden moeten leven. Zegt Jezus niet Zèlf dat we vredestichters moeten zijn?
Tegelijkertijd werd ook opgemerkt dat we onderlinge verschillen niet moeten verdoezelen. Opbouw-abonnee Henk van Veen uit Geldrop ging op zoek naar het begrip 'vredestichter'.
Hij vond een mogelijk antwoord bij de Joodse auteur Pinchas Lapide.
Een verhaal over een kookpot, water en vuur én een kok.

De vraag wat een vredestichter is houdt me al lange tijd bezig,. Het verband dat door vredesgroeperingen wordt gelegd tussen deze tekst en het ‘Gij zult niet doden’ alsmede de ‘omgesmede ploegscharen’ van Jesaja 2:4, bevredigde me niet, maar tot voor kort wist ik niet goed waarom. Ook binnen de kerken wordt er driftig met deze teksten gewerkt en ook dat kan ik niet altijd geplaatst krijgen. Totdat ik besefte dat de uitspreker van deze tekst niet twintig eeuwen christendom, maar tien eeuwen jodendom achter zich had en ik misschien daar de betekenis zou kunnen achterhalen.
Zoeken in die richting zette mij op het spoor van het boekje ‘De Bergrede’ van de joodse schrijver Pinchas Lapide en hierin vond ik een verwijzing naar een rabbijnse gelijkenis (blz. 40), die mij zo trof dat ik ze u wil doorgeven.

Kookpot
Dit rabbijnse verhaal beveelt de kookpot aan als voorbeeld voor het begrip ‘vredestichters’ (en dan citeer ik verder uit genoemd boekje); Want de bescheiden kookpot volbrengt zonder ophef een dagelijks wonder. Door met zijn dunne bodem twee vijandige elementen, n.l. water en vuur, van elkaar te scheiden, verzoent hij ze weliswaar niet, maar speelt hij het toch klaar om ze tot vreedzame en constructieve samenwerking te bewegen. Een culinaire coöperatie, waaruit het goede voortkomt in de vorm van de smakelijke zegeningen uit de keuken. Geen geringe prestatie - in al die eeuwen door onderlinge strijd gekenmerkte geschiedenis van de mensheid! (einde citaat)

Wat valt op?
Ik heb hier verder over nagedacht, en wat mij in deze gelijkenis opviel, wil ik graag aan u doorgeven.

* Het rabbijnse verhaal gaat er van uit en accepteert ook dat er vijandige elementen bestaan, nl. water en vuur.
(Tussen water en vuur is er zelfs geen verliezer, alleen maar een overwinnaar. Bij veel water is het vuur gedoofd en bij veel vuur is het water verdampt.)
* De gelijkenis zegt niet dat vredestichters van ‘water en vuur’ vrienden of broeders maakt, en daarmee staat hij lijnrecht tegenover de tekst van het lied: Alle Menschen werden Brüder’.
* Het verhaal accepteert dat er vijanden bestaan en zegt dat een vredestichter niet deze vijanden in elkaar laat vervloeien, maar ze samen laat werken waarbij zijn inbreng onontbeerlijk is.
* Er is nog iets dat deze gelijkenis mij geleerd heeft. Met name wanneer je als vredestichter in een ruzie terechtkomt moet je oppassen dat je je niet door één partij laat inpalmen, denkend dat die gelijk heeft. Want alleen vuur onder de pot en geen water in de pot verteert de kookpot.
En alleen water in de pot en geen vuur eronder verroest de pot.

Er zijn blijkbaar voor een culinair hoogstandje drie elementen vereist, n.l. water, vuur en de kookpot.
En wanneer het water nu eens niet in de pot wil of wanneer het vuur nu eens niet onder de pot wil, wat dan? Wel, dan is er voor de vredestichter geen werk!
Maar wij hebben een hemelse Vader en in deze gelijkenis zou men hem kunnen vergelijken met de kok. Hij kan (en wil) zorgen dat de elementen water en vuur hun werk doen als de vredestichter als kookpot wil fungeren.
Een goede kookpot is belangrijk bij de bereiding van het voedsel, maar zonder kok zijn we helemaal nergens.....

Verschillen blijven bestaan
Kortom: vredestichters weten dat er in deze wereld vijandschap is. Ze verdoezelen conflicten niet. Ze hebben ermee geleerd te leven dat tegenstellingen horen bij de gebrokenheid van de wereld en gaan vervolgens tóch aan het werk. Niet om vijandschap uit de wereld te helpen, maar om vijanden tot samenwerking te brengen ten dienste van de samenleving.
Als we niet zouden werken aan het bereiden van ons voed-sel met behulp van de tegenstellingen (vijanden, zo u wilt) water en vuur, maar ze eerst tot broeders wilden omsmeden, zouden wij verhongerd zijn nog voordat onze ‘plan de campagne’ opgesteld is!

Zalig en kinderen
In genoemd boekje wordt ook ingegaan op het begin van de tekst, het woordje ‘zalig’. Hiervoor laat Lapide Martin Buber aan het woord, die o.a. Psalm 1 vertaald heeft met: o, het geluk van de man...... en daarbij zegt dat dit geen wens is noch een belofte, maar een geestdriftige constatering van een feit.
Lapide zegt dan dat z.i. het Amerikaanse ‘happy’ dit het dichtst benadert.
Volgens beide joodse geleerden zou dus de beste vertaling van ‘zalig’ kunnen luiden ‘je happy voelen’, ‘lekker in je vel zitten’ en zij wijzen een zaligverklaring nadrukkelijk af.
Tenslotte nog een opmerking over de vertaling 'kinderen Gods'. Lapide wijst het door Luther ingebrachte ‘kinderen Gods’ af. Hij zegt dat deze vertaling kleinerend is, kinderen wijst op onmondigheid.
Hier zou beter passen ‘zonen Gods’ en dan zonen in de betekenis van mondige, met eigen verantwoording beklede medewerkers. Niet als ‘eigen baas’ maar als ‘volwassen zoon’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief