Vallen, opstaan en ......... weer doorgaan

2002-05-31
  • Jaargang 46
  • nummer 11
Deze woorden uit een al wat oudere ‘song’ komen nog wel eens bij me op als ik denk aan het werk dat voor Sizanani wordt gedaan, in het Nqutudistrict in Zuid Afrika. Ook christelijk ontwikkelingswerk is lang niet altijd alleen maar een successtory. In dit artikel neemt Marga Baron, werkzaam in het Nqutu-district, u mee naar de hoogte- en dieptepunten van het alfabetiseringswerk en de rekencursussen die worden ondersteund door de Stichting Sizanani.

Spannend was het te wachten op de uitslagen van onze eerste alfabetiseringsen rekenexamens. Examens gemaakt in november en gewacht tot eind januari op de uitslagen. De uitslag was voor veel deelnemers toch een teleurstelling.
MaNdlela probeert nu wel elke zondag in de kerk mee te lezen uit de Bijbel maar voor haar eerste examen slaagde ze niet. Ook Simephi Ngobese die zo graag een brief aan haar man wil schrijven haalde het niet. (In Opbouw van 25 januari werd ook geschreven over deze beide dames) En nog een meisje, Bongiwe Khumalo, dat alleen tot groep zeven naar school ging, slaagde niet.
Ook bij de mannen was niet iedereen succesvol. Mthembeni Khambule, een jongeman die erg van rekenen houdt, zakte voor het eerste rekenexamen, evenals Tholakele Ntuli. Gelukkig slaagden de laatste twee wel voor het Zulualfabetiserings examen niveau twee.
Zij studeren nu flink om straks het eerste examen Engels te doen.
Hoe reageren de leerlingen nu zelf op deze uitslagen? Willen ze nog verder studeren voor een herkansing of geven ze de moed op? Teleurgesteld waren ze wel en er werd ook wat gemopperd.
‘Dat moeilijke woord wat erin stond had je me ook niet geleerd!’ zei MaNdlela tegen de leraar literatuur. Gelukkig hebben ze allemaal toch redelijk snel besloten om door te gaan en in juni van dit jaar weer een poging te doen.
Aan ons en de mensen van ACAT (een christelijke Zuid-Afrikaanse organisatie waarmee wordt samengewerkt) de taak om vast te stellen, waarom de meesten niet slaagden. Vragen die aan de orde komen zijn: was het bij ons mager?
Nee, bij andere leercentra waren de uitslagen nog bedroevender. Wat waren onze conclusies na onderzoek? De cursussen met de leerstof zijn in het gehele land nieuw geïntroduceerd. De examens worden niet door de samenstellers van de cursussen opgesteld, maar door het Departement van Onderwijs.
De leerstof en de examens waren niet goed op elkaar afgestemd. In de leerstof was te weinig aandacht gegeven aan het feit dat alfabetisering meer is dan alleen het leren schrijven en lezen van letters en deze kunnen samenvoegen tot woorden en zinnen.
Alfabetisering betekent ook het aanleren van andere vaardigheden.
Vaardigheden die vanzelfsprekend zijn voor mensen, die van jongsaf hebben leren lezen en schrijven en geconfronteerd zijn met schriftelijk materiaal in allerlei vormen.
Stelt u zich eens voor: Je was nooit of nauwelijks op school, hebt nooit leren lezen en schrijven, je kunt dus zelfs je eigen naam niet spellen. Thuis liggen er alleen een Bijbel en wat schoolboeken van de kinderen. Nu ga je naar de alfabetiseringscursus om letters en woorden te leren en van daaruit lezen. Dat gaat best goed. Je kunt al hele zinnen lezen en zelfs al een stukje uit de Bijbel.
Maar betekent dat nu ook dat je een begripstoets kunt doen? Nee, dat is heel moeilijk voor beginnende lezers.
Wat bedoelt men precies met de vraag?
Waar vind ik het antwoord? Hoe moet ik dat nu opschrijven en welke woorden gebruik ik daarbij? Zeker als je uit een cultuur van mondelinge overlevering komt is het niet gemakkelijk je eigen gedachten op papier te zetten.
Denk er eens aan dat u een aanplakbiljet voor uw neus krijgt, met vragen over dit affiche. Hoe lees ik zo’n biljet nu?
Ineens staat alles niet meer netjes in hele zinnen. Welke kreten horen nu bij elkaar?
Is het dat wat in de cirkel staat? Lees ik van boven naar beneden of van links naar rechts? Het invullen van een aanvraagformulier of het ‘lezen’ van een kalender zijn ook vaardigheden die je moet aanleren. En wat denkt u van het gebruik van afkortingen?
Een ander probleem was dat de vragen in het examen niet altijd aansloten bij de belevingswereld van de mensen in de plattelandsgebieden. Namen uit een andere taal zijn bijvoorbeeld een probleem.
In ons geval engelse en indische namen (in Zuid Afrika en vooral in Kwa-Zulu Natal wonen behoorlijk veel Indiërs).
Is ‘Tasmina’ nu een moeilijk woord of een naam? Als je dat mist weet je dus niet over wie het verhaal gaat.
Een C.D. Wie is dat nu? De meeste mensen hebben een radio thuis die op batterijen loopt en luisteren heel soms naar een cassettebandje. Hoe moet je dan weten wat een C.D. is? Dit zijn maar een paar voorbeelden van zaken die in de examens voorkwamen. Het is dus geen wonder dat onze mensen het erg moeilijk vonden. In het komende leerprogramma geven we dus nu meer aandacht aan dit soort vaardigheden.
De reden waarom Mtembeni en Tholakele niet slaagden voor hun rekenexamen was verbazing - wekkend maar tegelijkertijd ook heel logisch. Dit examen wordt in Zulu afgenomen. Tellen en rekenen in Zulu is heel ingewikkeld.
Daarom worden getallen altijd in Engels uitgesproken en wordt ook op de scholen de Zulu-taal daarvoor niet (meer) gebruikt. Het examen was wel in Zulu en daarom dus te moeilijk. De volgende keer proberen ze het in het Engels!
Achteraf allemaal te verklaren, maar hieruit blijkt weer eens, dat het werk in een andere cultuur enorm veel voorbereiding en inlevingsvermogen vraagt van de hulpverleners, die zelf afkomstig zijn uit een andere deel van het land of cultuur. Ook voor de werkers afkomstig uit het land zelf is het nog moeilijk om zich voldoende in te leven in de gedachtenwereld van de cursisten.
Dit werk wordt ondersteund door de Stichting Sizanani. Wanneer u het werk van Sizanani financieel wilt ondersteunen, dan kunt u hiervoor een bijdrage overmaken op rekeningnummer 47.44.16.038 ten name van Stichting Sizanani, Oegstgeest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief