'Als een vis in het water'
2002-06-14
Hij ziet de nieuwe kabinetsformatie met lede ogen aan. Oud-Tweede Kamerlid van de ChristenUnie, Dick Stellingwerf, gelooft dat de Nederlandse samenleving in een geestelijke crisis verkeert. ‘Er heerst veel onvrede in het land en in de politiek. Dat is een slechte basis voor het tot stand brengen van oplossingen.’ Maar de komende vier jaar mag hij alleen vanaf de zijlijn kritiek leveren, want de kiezers lieten zijn partij genadeloos vallen.- Jaargang 46
- nummer 12
‘Met een grote mate van idealisme ging ik acht jaar geleden de Tweede Kamer in’, blikt Dick Stellingwerf terug. ‘Ik vond het een prachtige kans, iets te mogen betekenen voor de samenleving vanuit mijn christelijke overtuiging.
Dat idealisme vind ik nog steeds niet misplaatst, want ik geloof dat je met politieke handel en wandel een getuige kunt zijn binnen de Haagse politiek.’ Na acht jaar politieke oppositie voeren heeft nummer vijf op de lijst van de ChristenUnie onverwacht het veld moeten ruimen. Stellingwerf is een van de ‘slachtoffers’ van de afgelopen kamerverkiezingen. ‘Zijn’ partij verloor een zetel, en mede daardoor zit de Edese Stellingwerf van de ene op de andere dag thuis.
Geloofscrisis
Stellingwerf is nuchter over zijn plotselinge werkloosheid. ‘Twintig jaar politieke ervaring heeft mij geleerd dat het vaak anders loopt dan je verwacht.
Ik ben dus niet in een diepe put of een geloofscrisis terechtgekomen.’ Geheel onverwacht was het resultaat niet voor het voormalig Tweede Kamerlid.
‘Nederland verkeerde enkele dagen voor de verkiezingen in een soort massapsychose.
Het verlies van de Christen-Unie is indirect het gevolg van de kwestie Pim Fortuyn. Hij is als een olifant door de politieke porseleinkast heen gestampt. Daar is overigens niets mis mee. Maar zeker na zijn gewelddadige dood keerde het tij.’ Want terwijl de peilingen nog op zetelwinst voor de ChristenUnie wezen, besloten duizenden kiezers tóch CDA te stemmen.
Een strategische stem, meent Stellingwerf.
‘Dit lijkt een makkelijke manier om ons verlies te verklaren. Toch moet dat wel de hoofdoorzaak zijn, want bij de provinciale en lokale verkiezingen hebben veel kiezers hun vertrouwen wél in de ChristenUnie gesteld. Het verlies bij de Kamerverkiezingen ligt niet in diezelfde lijn. Maar we zullen ook andere mogelijke verklaringen onder ogen moeten zien.’
Arrogantie
Vlak voor de verkiezingen lonkte het pluche. Binnen de kleine christelijke partij werd druk gefantaseerd over deelname aan een volgend kabinet.
Na de dramatische uitslag van de verkiezingen voelt Stellingwerf zich echter niet in het hemd staan. ‘Het is een misverstand dat onze uitlatingen over toekomstige deelname aan een kabinet een blijk van arrogantie was. Het was juist een blijk van idealisme.
Achteraf misschien onterecht, maar niet arrogant.’ ‘De ChristenUnie is een kleine partij, en dat zal altijd wel zo blijven,’ vervolgt de ex-politicus realistisch. ‘Maar het belang van christelijke politiek is groot.
Wij willen politiek voeren op basis van de Bijbelse normen en waarden. Ik ben ervan overtuigd dat de samenleving behoefte heeft aan duidelijke normen en waarden. Onder paars stonden individualisering, materialisme en zelfbeschikking centraal. In de afgelopen acht jaar heeft die levensinstelling zijn grenzen bereikt. Iedereen wist dat het hoog tijd was voor een verandering. Het leek een goed moment voor de andere normen van de ChristenUnie’
Roeping
Het was eigenlijk nooit een droom van Stellingwerf om politiek carrière te maken.
Ongepland raakte hij eerst betrokken bij de plaatselijke, en daarna bij de provinciale politiek voor de RPF en vervolgens de ChristenUnie.
Ook zijn Tweede Kamerlidmaatschap was acht jaar geleden een verrassing.
‘Toch heb ik me er altijd als een vis in het water gevoeld. Ik zie het Tweede Kamerlidmaatschap als een roeping.
De afgelopen twintig jaar heb ik ervaren dat God mijn leven in banen heeft geleid die ik vooraf niet voor mogelijk had gehouden. Het werk in de Tweede Kamer is fysiek een zware baan, maar God gaf mij kracht zodat ik genoeg overtuiging en enthousiasme had om het vol te houden.’ En wellicht is de rol van Stellingwerf nog niet uitgespeeld, want als het aan hem ligt, is hij bij de volgende verkiezingen opnieuw kandidaat voor de Tweede Kamer.
Oncollegiaal
Stellingwerf heeft zich altijd serieus genomen gevoeld als christenpoliticus binnen de Haagse politiek. Ook toen minister Borst in de discussie rond genetische manipulatie de kamer probeerde op te delen in ‘christelijk en dus tegen’ en ‘verlicht Darwinistisch en dus voor’ voelde hij zich gesteund door collega-kamerleden. ‘Borst is ook door andere partijen hard afgestraft voor haar simplificering van de feiten. Ik heb de sfeer, zeker ten aanzien van de identiteit van onze partij, in de Tweede Kamer nooit als oncollegiaal ervaren. Integendeel.’
Politiek winstbejag
Maar acht oppositiejaren brachten ook teleurstellingen met zich mee. Die kwamen – vreemd genoeg – voort uit de eigen gelederen. ‘Waar ik heel kwaad om ben geworden, is de manier waarop onze uitspraken soms werden verdraaid uit politiek winstbejag.
De ChristenUnie heeft een geheel eigen visie op landbouw en natuur. Die is gebaseerd op onze visie op het rentmeesterschap.
Het CDA en de SGP hebben daar wel eens politiek misbruik van gemaakt door ons op grond van die visie in een linkse, milieuactivistenhoek te plaatsen. Dat deed onrecht aan onze diepste motivatie. Er werd soms bewust gewerkt aan een verkeerde beeldvorming, en dat is de christelijke politiek onwaardig.’
Getuigenis
Christelijke politiek staat of valt met de ruimte om te getuigen in woord en daad. Daarvan weet Stellingwerf verschillende voorbeelden te noemen.
‘De ChristenUnie heeft bijvoorbeeld bij monde van André Rouvoet een getuigenis kunnen geven. Met name inzake de ethische wetgeving rond kwesties als euthanasie, abortus, het homohuwelijk en het bordeelverbod. Hij kreeg daarvoor weinig voet aan de grond bij de andere partijen. Daar is hij dagenlang kapot van geweest. Maar het was wel een duidelijk moment van getuige nis afleggen van wat je ten diepste drijft. Ook wat betreft het mobiliteitsbeleid en het beleid voor ontwikkelingssamenwerking hebben we op een dergelijke manier kunnen spreken. We hebben ons het evangelie niet geschaamd en geprobeerd de naam van God te noemen wanneer dit gepast was.’
Vanaf de zijlijn
Voorlopig moet Stellingwerf zich vanaf de zijlijn bemoeien met de koers van zijn fractie. ‘Momenteel ben ik vooral bezig met opruimen. In mijn geval is dat een behoorlijke klus, want ik verzamel alles om mij heen. Daarna wil ik mijn studie politieke geschiedenis afronden.’ En als de losse eindjes weer aaneen geknoopt zijn, komt de politiek weer in zicht. ‘Vervolgens zou ik me de komende vier jaar graag bezighouden met het organiseren van werkbezoeken.
Nu we een zetel hebben verloren, heeft ieder individueel kamerlid een zwaardere taak gekregen. Het gevaar dreigt dan dat men zich terugtrekt in Den Haag. Ik zou graag zien dat we ons meer betrokken tonen met de burger. Dat de ChristenUnie weet wat er in het land leeft. De organisatie daarvan zou ik graag op me nemen.
En wie weet, over enkele jaren, vanuit de achtergrond weer terug naar het front van de Tweede Kamer?’