Thomas ben ik

2002-06-14
  • Jaargang 46
  • nummer 12
Op een zondagmorgen moet ik voor mijn dochter invallen bij de basisgroep.
Dat is voor mij lang geleden, en ik kijk er echt naar uit. Leuk om de kleintjes van onze gemeente eens van dichtbij mee te maken.
Het verhaal van Thomas is aan de beurt.
In de ringband die ik van te voren krijg zit een handleiding. Het verhaal moet zo eenvoudig mogelijk verteld worden en er zijn tips om de aandacht te krijgen en vast te houden. Dit bijvoorbeeld: neem iets mee, een foto van je opa (of oma) die gestorven is. Je kunt niet meer bij opa (of oma) op visite gaan en daar ben je verdrietig om. Zo zijn de vrienden van de Here Jezus ook verdrietig omdat Hij niet meer bij hen is. Ze denken aan vroeger toen Hij zieke mensen beter maakte (plaatje laten zien van de verlamde man). En dan kun je met het verhaal beginnen.
Denk je.
In de werkelijkheid gaat het iets anders.
Ik heb allang geen peuter meer om me heen, maar toen ik daar zat en begon te vertellen wist ik het weer: die heerlijke onverwachte reacties op dingen die je zegt. Bij het plaatje van de verlamde man komt dat verhaal in detail bij de kinderen naar boven. De vrienden, het gat in het dak, het bedje dat aan touwen wordt neergelaten...
(zou ik het niet over Thomas hebben?) Goed, we gaan verder. Ik had natuurlijk een foto van mijn opa, maar, klein probleem, ik ben zelf al een oma.
'Kunnen jullie zien dat ik een oma ben?'.
Domme vraag. Natuurlijk zien ze dat.
'Je hebt grijs haar,' zegt Marte beslist.
'Nee, wit!' roept Marnix. Daar is dus geen misverstand over.
Ik heb ook een foto meegenomen van de kindjes die mij oma noemen. Daar zit een 'Judith' bij en een 'Fadi' (klinkt als Freddy) en zo heten toevallig de mama en papa van Aukelien.
Weer verder. Nu probeer ik bij de inleiding van mijn verhaal te komen. Ik zal iets vertellen over mijn al lang gestorven opa. Maar dan blijkt Wim zes opa's en oma's te hebben, Lotte heeft er gewoon vier, en Margriet drie en er is ook nog één die er vijf heeft. Oude opa's en oude oma's. (Ik realiseer me pas later dat dit overgrootouders moeten zijn) 'En als ze dood gaat, mag ik naar de "vegravenis".' Dus daar moeten we het ook even over hebben. Dit verhaal gaat beslist anders dan ik heb voorbereid.
Ik kom weer bij mijn onderwerp. Mijn opa is gestorven. De Here Jezus ook.
'Ja maar Hij is opgestaan!' zegt een driejarige met grote stelligheid, en de anderen knikken heftig mee.
'O, jullie weten het al!' zeg ik teleurgesteld.
Natuurlijk weten ze het. Ze zullen wel even vertellen hoe het zit.
'Als je dood gaat word je weer levend, net zo als de Here Jezus'. Ik vertel nog van Thomas, die het niet kon geloven (en die ik zo goed begrijpen kan), maar dat is geen punt.
Zij geloven het zonder meer. Leren wij die peuters iets, of leren wij van hen?
Inderdaad, onze Heer heeft gelijk: worden als de kinderen. En proberen het te blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief