Dienstbaarheid aan buitenkerkelijken

2002-06-27
  • Jaargang 46
  • nummer 13
De kerken lopen leeg, maar de behoefte aan geestelijke ondersteuning in de samenleving groeit. Een kans voor de kerk. Om te dienen.

Hopeloos
Telefoon. De ziekenhuispastor. Of ik contact wil zoeken met meneer De Groot. Hij is net ontslagen uit het ziekenhuis.
Kanker. Geen hoop meer. In het ziekenhuis zijn er intensieve gesprekken geweest. Over zijn lijden.
Over God. Over schuld. Over de zin van het leven. Over leven na de dood.
Meneer De Groot is niet van de kerk.
Maar de ziekenhuispastor kwam aan z’n bed. Het klikte. En nu moet meneer naar huis. Wie praat er met hem verder over al die moeilijke vragen.
Ik ga op bezoek bij meneer De Groot.
We praten over zijn crematie. Of ik daar iets wil zeggen. We praten over leven en dood en daarna. We praten over Goede Vrijdag en Pasen.

Eenzaam
Telefoon. De thuiszorg. Een van de medewerkers vraagt aandacht voor mevrouw Pietersen. Ze is chronisch ziek, aan bed gebonden en alleen.
Geen kinderen, een beetje familie ver weg, nauwelijks andere contacten. Als de wijkverpleegkundige op haar dagelijkse ronde langskomt om haar te wassen, blijft mevrouw Pietersen maar praten. Blij dat er iemand is. Ze heeft zoveel vragen. Moeilijke vragen. Over leven en dood. En ze is zo eenzaam.
De kerk, dat is iets van vroeger.
Of ik iets voor haar kan betekenen. Ik overleg met een van de diakenen. Hij zal zorgen dat er een groepje gemeente leden wordt gevormd, zodat er twee keer per week iemand haar kan bezoeken.
Zelf ga ik ook op bezoek.

Ramp
Telefoon. De politie. Twee treinen zijn in volle vaart frontaal op elkaar gebotst.
Er zijn doden en veel, heel veel gewonden.
In het gemeentelijk rampenplan staan de telefoonnummers van een aantal geestelijken. Ook dat van mij. Of ik zo snel mogelijk naar de sporthal kan gaan om te helpen bij de opvang van slachtoffers en nabestaanden.
Liefst met een groep vrijwilligers voor allerlei praktische hand- en spandiensten.
Via de diaconie worden mensen opgetrommeld. Een half uur later ben ik in de sporthal.

Binnen twee dagen thuis
Vorig jaar september organiseerde het pastoraat van het Spaarneziekenhuis in Haarlem een mini-symposium.
Uitgenodigd waren de plaatselijke gemeentepredikanten en pastoors en vertegenwoordigers van thuiszorginstellingen.
De ziekenhuispastores vertelden dat patiënten in toenemende mate een beroep doen op pastorale zorg.
Tegelijk duren ziekenhuisopnames steeds korter. Voor een blindedarmoperatie bijvoorbeeld stond vroeger een ziekenhuisopname van een dag of veertien. Tegenwoordig mag de patiënt de dag na de operatie al weer naar huis.
Dat maakt de pastorale zorg er niet makkelijker op. Immers gesprekken over de grote vragen van het leven kosten tijd. Er gaan zo steeds vaker patiënten naar huis die medisch gesproken thuis verder kunnen genezen.
Daar zijn huisarts en de thuiszorg beschikbaar.
Maar als de zieke niet bij een kerk hoort, is er thuis geen verdere geestelijke zorg beschikbaar, want de pastores uit het ziekenhuis werken exclusief voor het ziekenhuis. Vandaar de vraag aan de aanwezige pastores en thuiszorgers of zij in deze situatie iets zouden kunnen betekenen.

Pastoraat en diaconaat aan huis
De thuiszorgers reageerden met hun eigen ervaringen. Zij komen al handen tekort om de gevraagde zorg te leveren, laat staan dat er nog eens ruimte is voor diepgaande gesprekken.
Sterker nog, de thuiszorgers komen bij mensen thuis, die ook meer zorg nodig hebben, dan alleen medische en lichamelijke. Er is veel eenzaamheid.
Mensen zitten met grote vragen. Ook vanuit de thuiszorg wordt voorzichtig vragend naar de kerken gekeken.
Inmiddels is er in het centrum van Haarlem een proefproject gestart met de thuiszorg. Contacten met thuiszorgers en hun cliënten moet duidelijk maken hoe groot de behoefte is aan inzet van kerkelijke vrijwilligers en pastores.
Vanuit de ziekenhuizen is contact gezocht met twee geestelijken, een protestant en een katholiek voor de pastorale zorg voor patiënten, die niet bij een kerk horen, maar na hun ontslag uit het ziekenhuis wel behoefte hebben aan pastorale zorg thuis.
Inmiddels verzorg ik het pastoraat bij een man met leverkanker. Hij heeft niet lang meer te leven. De gesprekken zijn diepgaand en voor mij spannend.
Pastoraat aan iemand ‘van buiten’ is heel anders dan aan iemand uit de eigen gemeente. De gesprekken worden als zinvol ervaren en inmiddels heeft de man mij gevraagd voor te gaan in een soort rouwdienst bij zijn crematie.

Kerk in het rampenplan
Het derde voorbeeld gaat over de inzet van kerkelijke werkers bij rampen.
Rampen als die in Enschede en Volendam hebben aangetoond dat geestelijke verzorgers en kerkelijke vrijwilligers veel goed werk kunnen doen. In Volendam kregen de traumateams van psychologen nauwelijks een voet aan de grond. De mensen zaten liever bij meneer pastoor met hun verdriet en hun vragen. De evaluatie van deze rampen heeft ertoe geleid dat gemeenten bij de vernieuwing van de rampenplannen ook de kerken een plaats geven.
Al moet daarbij gezegd worden, dat het besef dat de kerk iets anders te bieden heeft dan de psycholoog nog niet overal is doorgedrongen. De pastoor van Volendam vertelde, dat hij een van de gewonde jongeren in een Gronings ziekenhuis wilde bezoeken, maar daar geweerd werd. Als reden werd opgegeven, dat er al contacten waren met het maatschappelijk werk van het ziekenhuis.
Het zou goed zijn als kerken aan de bel trekken bij de gemeente en zichzelf nadrukkelijk aanbieden als organisatie die op een heel eigen manier om kan gaan met wat er los komt tijdens en na een ramp en die in no time een leger vrijwilligers op de been kan brengen.
Het zou goed zijn als kerken contact zoeken met de pastorale diensten van ziekenhuizen en met thuiszorginstellingen om ook daar haar diensten aan te bieden.

Van binnen naar buiten
Misschien zijn we als kerken wat te bescheiden geworden, nu we als organisatie in omvang en maatschappelijke betekenis afnemen. De kracht van de kerk en de boodschap van het evangelie zit nu meer in het dienstbaar zijn.
Want het feit dat de kerken leeglopen, betekent volstrekt niet dat moderne mensen geen levensvragen meer hebben.
Maar waar kunnen mensen iets van een antwoord krijgen nu de ideologische kaders zijn weggevallen?
Inspelen op de gesignaleerde behoefte, klaar staan om te dienen - ik denk, dat de kerk in deze tijd vooral dat moet doen. Dienen. Dit is niet de tijd van de Woord-verkondiging, maar van de daad-verkondiging. De samenleving verstaat de taal van het evangelie niet meer. Het geheim is te groot. Maar de behoefte aan de daad van het evangelie is evident. Dienen dus.
Kerkenraden geef uw predikant de gelegenheid om beschikbaar te zijn.
Diaconieën motiveer de gemeente om minder naar binnen en meer naar buiten te dienen. Er is daar veel nood.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief