Op zoek naar levenskunst
2002-06-27
Met heel veel belangstelling en instemming heb ik de verslagen in Opbouw over het congres Hope21 gelezen. Er wordt weer meer over apologetiek gesproken – ook in Nederland.- Jaargang 46
- nummer 13
Er is een andere tendens in ons land die misschien daar wat mee te maken heeft. Filosofie is ‘in’. Boeken met titels als ‘Denkprikkels’ en‘Denken doorzien’ verkopen goed.
Het tijdschrift Filosofie Magazine gaat spaarzame successen als Psychologie Magazine achterna, de filosofiefaculteiten krijgen sinds lange tijd weer meer studenten, de maand april was de Maand van de Filosofie en als u nog niet overtuigd bent van het andere klimaat: de christen-filosoof Dooyeweerd, waar toch lang wat lacherig over werd gedaan, haalde dit voorjaar het redactioneel commentaar van Trouw en werd daarin bijna de hemel in geprezen.
Opvallend. Leven we immers niet in een postmoderne tijd waarin de rede afgeschreven is, waar er geen geloof aan waarheid wordt gehecht, waar het denken gewantrouwd wordt omdat het zo snel door machtsdrang geleid wordt? Opvallend ja. Leefden we niet in een tijd waarin het meer om gevoel en ervaring dan om denken en consistentie gaat, waar psychologische selfhelp boeken en titels over time- en imagemanagement vele malen meer populair zijn dan filosofische of nog viezer: dogmatische boeken? Heel opvallend.
Maar wat betekent deze belangstelling?
Zijn we in onze cultuur de psychologische benadering wat moe?
Te veel en te lang naar onszelf gekeken?
Krijgen we het gevoel dat het misschien voor een periode goed was, maar dat we verder moeten kijken, vooruit, de wereld in? Zoeken we weer een bepaalde soliditeit, een kritische blik op alle al-te-persoonlijk therapietjes en ideetjes? De filosoof als meer zakelijke gesprekspartner, die niet alleen meepraat, kietelt, maar als een ingehuurde externe eens de spiegel voorhoudt?
De filosofiepraktijk is intussen al een geaccepteerd alternatief voor de business van psycholoog of therapeut.
En de gemeente Almere is sinds 2 juni op zoek naar een heuse stadsfilosoof, ‘die politiek, bedrijfsleven, bewoners en maatschappelijke organisaties moet ondervragen over hun toekomstbeeld van de stad’. Modieus of een poging om door al het doorgeprofessionaliseerde en gespecialiseerde beleidsjargon heen te prikken?
Pendelbeweging
Ik denk dat hier wel wat inzit. Je zou de postmoderne beweging van ratio naar ervaring een romantische kunnen noemen. En romantiek is historisch een tegenbeweging. Een correctie, maar niet in balans en dat houdt dus een keer op. Misschien zitten we op dat moment.
Misschien heeft de wereld- en landspolitieke conjunctuur dat ook wel versterkt.
Maar ik ben er niet zeker van. En het is in ieder geval geen retro. Er is weliswaar veel meer plek voor het redelijke argument, voor ‘de inhoud’ (J.P. Balkenende); mensen zoeken meer richting om eigen gevoelens te kunnen duiden en plaatsen, maar de populaire filosofieboeken en filosoofcoaches hebben een ander karakter dan boeken bijvoorbeeld die van de jaren na de Tweede Wereldoorlog (van Sartre tot Foucault, Marcuse tot Habermas). Geen complete denkmodellen, maar fragmentarisch. Ze werpen een blik op filosofen uit de geschiedenis, brengen dat in verband met onze cultuur, vaak zijn ze ook sterk biografisch, gestempeld door het leven.
Wel goed geschreven, ze suggereren, willen een spiegel zijn. Ze zijn meer persoonlijk, minder abstract. Filosofie als levenskunst.
Spelenderwijs
Wat betekent dit voor de apologetiek?
In ieder geval geen retro van de klassieke apologetiek, maar wel degelijk volop ruimte voor een intellectueel betoog over leven met God. Voor apologetiek die niet meer rationalistisch, maar wel volop rationeel is. Voor apologetiek die niet abstract is, maar met verstand reageert op wat er aan uitgesproken en onuitgesproken vragen in mensenlevens en cultuur leeft.
Een apologetiek dus die niet alleen maar het verstand, maar ook gevoel en verbeelding aanspreekt. Een apologetiek die suggereert, die op intelligente manier zicht geeft op Gods werkelijkheid, een apologetiek die volop Gods werkelijkheid verbeeldend bezig is. Die spelenderwijs mensen Gods werk laat zien. Want ons leven is niet zomaar dat wat jij ervan maakt of vindt, maar Gods gave. Dat is de achillespees van een echte christelijke apologetiek.
Daarom is het belangrijk dat apologetiek pas opkomt nadat er geleefd is en pas spreekt nadat het leven met God vragen of verbazing opgeroepen heeft. Dat is toch de context van 1 Petrus 3: 15 (‘altijd bereid tot verantwoording aan al wie rekenschap vraagt van de hoop, die in u is…’). Deze basis voor de apologetiek heeft weinig te maken met abstract denken en alles met gewoon, dagelijks leven.
Apologetiek is door en door praktisch, broodnodig en voor meer dan intellectuele bollebozen. Het gaat niet om een intellectueel steekspel of om God verdedigen (lees Rietkerks bijdrage aan Hope21!). Het veronderstelt concreet leven met God, om luisteren en vervolgens een echt cultureel en persoonlijk relevant gesprek. Tja, apologetiek is de kunst van culturele communicatie.
Omdat God van alle mensen mét al hun vragen en zoeken houdt.
Timon Ramaker is interim-directeur van het Christelijk Studiecentrum ICS in Utrecht.
Reacties welkom (t.ramaker@12move.nl)!