Vergeven is niet eerlijk
2002-07-12
Als voetballers een wedstrijd verliezen, dan is er niet een soort commissie die zegt: ‘Ach, wij vinden dat zo rot voor jullie. Wij vergeven jullie deze slechte wedstrijd. Voor ons zijn jullie tóch gekwalificeerd.- Jaargang 46
- nummer 14
Jullie mogen naar het WK.’ Of: ‘Wat een slechte finale hebben jullie gespeeld, zeg! Maar wij denken daar niet meer aan, wij roepen jullie uit tot wereldkampioen!’ Dat gebeurt niet en dat vinden wij maar goed ook. Want regels zijn regels en in Zuid-Europa (Italië en Spanje) vinden ze dat er in Korea al veel teveel gesjoemeld is.
In onze wereld gelden keiharde regels.
Afspraken. Als je in de sport gaat toegeven, gaat vergeven, dan heb je geen eerlijke wedstrijd meer. Als je op school gaat toegeven, je deelt in je genade alléén maar voldoendes uit, dan is dat niet eerlijk. Wij hebben een sterk ontwikkeld gevoel voor wat we eerlijk en rechtvaardig vinden. En dat gevoel gaat vooral spreken op het moment dat er iets ergs is gebeurd. Als de ene mens de ander kwaad heeft gedaan. Soms kijk je naar een film, of lees je een boek, en dan worden je gevoelens van woede zo sterk opgeroepen. Dan krijg je zulke wraakgevoelens. Pak die schoft, denk je dan. En het geeft je zo’n voldoening, als de dader verschrikkelijk gepakt wordt. Want wij houden van eerlijk.
Wij houden van gerechtigheid. Wij houden... van wraak. Van vergelding.
(Genesis 4:23,24)
Beteugelen of overwinnen
Er staat trouwens ook in de bijbel dat de overheid slechte mensen moet bestraffen, moet wréken zelfs (Romeinen 13). In het O.T. lees je meermalen over de doodstraf. Dat wilde God toch zelf?
Ja, dat wilde God. Hij wilde het kwaad afstraffen. Het kwaad zoveel mogelijk tegenhouden. Als er kwaad gedaan werd onder het volk van God, dan moest dat onmiddellijk worden weggesneden.
Zo wilde Hij dat inderdaad. Maar er is iets wat Hij nog veel liever wil. Hij wil dat wij onze vijanden liefhebben. En dat wij ze kunnen vergeven. Met stráffen kun je de slechtheid beteugelen, kort houden. Maar met liefde, met vergeving, kun je de slechtheid overwinnen.
Doorbroken cirkel
Een voorbeeld uit de bijbel. De jaloerse broers willen Jozef doden. Hem uit hun leven hebben. Ze haatten hem.
En dan op een dag blijkt, dat hij niet uit hun leven is. Ze staan voor hem.
Nu zouden wij het heel eerlijk hebben gevonden, als Jozef zijn broers had terug gepakt. Eindelijk heeft hij de kans. Hij stopt Simeon in de gevangenis en wij denken: mooi zo! En hij laat Benjamin arresteren (met die beker in zijn bagage) en wij denken: goed zo, laat ze maar kruipen. Dat is gerechtigheid.
En dan gaat Jozef zijn broers… vergeven.
Vergeving is niet eerlijk. Je had recht op wraak, maar je neemt het niet. Je laat het lopen.
Als hun vader Jakob sterft, zijn de broers alsnog bang, dat Jozef zich nu zal wreken. Maar Jozef zegt: ‘Jullie hebben wel kwaad tegen mij gedacht, maar Gód heeft dat ten goede gedacht.’ (Genesis 50:20) Hier wordt die cirkel van boze en negatieve gevoelens doorbroken.
Van bovenaf. Als wij lezen wat de broers van Jozef doen, dan winden we ons op. We worden kwaaier en kwaaier. Er komen voornamelijk wraakgevoelens in ons naar boven. En we denken ook echt, dat wraak het beste is. Het eerlijkste. Maar dan zien we hoe Jozef reageert, en we worden stil.
Want liefde, vergeving, dat is het beste.
Dat is de beste oneerlijkheid die er is.
Onverdiend
Dat je góed doet aan wie dat eigenlijk niet verdienen. Dat je gaat eten bij zondige mensen.
Dat je vriendelijk bent voor mensen, die slechte dingen hebben gedaan met hun leven. Dat is het beste. Want zo deed Jezus. Maar dat gaat tegen al onze gevoelens in. Heel eerlijke mensen, mensen met alleen maar een sterk gevoel voor rechtvaardigheid (Farizeeërs bijvoorbeeld), die kunnen hier niets mee.
Die vinden dit zo abnormaal. Want die zoeken récht. Jezus is abnormaal.
Hij geeft de mensen niet wat zij verdienen.
En natuurlijk voelt Hij wel aan, dat dat iets heeft van oneerlijkheid.
Hij laat dat ook merken in zijn gelijkenissen.
De oudste zoon uit Lukas15 schreeuwt het uit: ‘Dat is niet eerlijk, pa!’ De arbeiders die de hele dag hebben gewerkt, krijgen evenveel loon als degenen die achter in de middag pas kwamen werken (Mattheüs 20). Dat is toch oneerlijk?
Dubbel onverdiend
Jezus geeft zomaar zijn liefde aan mensen die bekénd staan als zondaren. En daarom, zo denken de super-eerlijke mensen, kán Jezus niet van God komen.
Hij moet verdwijnen. En ze klagen Hem aan. En ze krijgen het voor elkaar: Hij wordt opgehangen aan een kruis.
En wij zien dat gebeuren. En wat denken wij: dat is niet eerlijk! Jezus was onschuldig! En wij willen dat de moordenaars van Jezus terug gepakt worden.
Want wij zijn precies hetzelfde.
Maar Jezus zegt: nee. Nee, Ik vergeef de zondaren; de hoeren en de tollenaren, maar ook deze moordenaars bij het kruis. En Hij bidt: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ (Lukas 23:34) Jezus heeft zijn vijanden lief. Dat is niet eerlijk. Nee, dat is genade.
Als Jezus aan het kruis had gevraagd: ‘Vader, pák ze! Vader, wreek mijn dood!’ – dan had de ón-genade het alsnog gewonnen.
Goedkoop?
Jezus is in onze rotwereld gekomen.
Een wereld waarin mensen elkaar pakken en terug-pakken. En Hij heeft zich daar niet in laten mee slepen. Hij heeft die negatieve cirkel van onze natuurlijke boosheid en wraak en gerechtigheid doorbroken. Hij heeft gezegd: ‘Ben jij kwaad? Ik niet. Wil je Mij kapot hebben? Ik jou niet.’ En het kostte Hem zijn leven. Vergeving kost heel veel.
Het is niet goedkoop. Dat hoor je onkerkelijke mensen vaak zeggen. Dat vergeving zo gemakkelijk is. Dat het zo’n goedkope oplossing is. Zo oneerlijk.
Als je er zelf niet voor opdraait.
Als iemand zomaar tegen jou zegt dat het weer goed is.
Onvoorwaardelijk?
Het is oneerlijk. Maar het is niet gemakkelijk.
Gemakkelijk is het, als je zomaar afgaat op je gevoelens van wraak. Goedkoop is het, als het niets mag kosten. Maar vergeving kost het leven van Jezus. Helmut Thielicke, die in de oorlog erg heeft geleden onder de nazi’s, schreef: ‘Ik kijk altijd of er bij de ander wel berouw is. Ik kán niet zomaar vergeven. De andere kant moet eerst komen. Ik sta altijd op het punt om te vergeven, maar ik vergeef nooit.
Daar ben ik veel te rechtvaardig voor.’ Als je wacht tot er bij de ander berouw is, dan doorbreek je niet de cirkel van wraak. Dan moet het tóch eerst van de andere kant komen, want dát vin den wij rechtvaardig. Maar Jezus heeft niet gewacht tot de Joodse Raad berouw toonde. Hij wachtte niet totdat de Romeinse soldaten zeiden: ‘Dit kán toch niet!’ Nee, terwijl ze Hem vastspijkerden, keek Hij naar boven en zei: ‘Vader, vergeef het hun.’ Stefanus heeft korte tijd later precies hetzelfde gebeden (Handelingen 7). Stefanus was vol van de heilige Geest. En hij heeft de Joden heel ernstig toegesproken, heel pittig. Maar hij kón ze niet haten. Hij kon alleen maar liefhebben.
En de Here heeft het gebed van Stefanus verhoord. Hij heeft het die mannen vergeven. De rechtvaardige Saulus die daarbij stond - God heeft hem vergeven.
Toekomst
Een man uit Belfast, die stad van haat en represaille, werd het slachtoffer van een bomaanslag. Zijn dochter lag ook onder het puin en fluisterde nog dat ze van hem hield. Dezelfde avond stierf ze in het ziekenhuis. Haar vader zei: ‘Ik heb mijn dochter verloren. Maar ik koester geen wrok. Door bitterheid breng ik mijn dochter niet terug. Ik zal vanavond en iedere avond bidden dat God de daders zal vergeven.’ Toen hij uit het ziekenhuis kwam, bezocht hij de terroristen en vergaf ze persoonlijk en hij zei: ‘Het is genoeg geweest.’ Iémand moet de natuurlijke cirkels van deze ongenadige wereld doorbreken.
No future without forgiveness, zei Desmond Tutu.
Vragen
1. Zijn er gevallen te bedenken, waarin vergeving uitgesloten is?
2. Wat vind je van Thielicke, die altijd wachtte op berouw van de ander?
3. Hoe uniek maakt vergeving het evangelie van Jezus?