Blijdschap over de kleine woorden
2002-07-12
In de afgelopen maanden vergaderde in het Groningse Zuidhorn de synode van de gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Op 28 juni kwam de verhouding tot de Nederlands gereformeerde Kerken ter sprake, waarbij de predikanten Krol en Smouter uit de commissie ‘contact en samenspreking met andere kerken’ waren uitgenodigd. Laatstgenoemde kreeg de gelegenheid om de synode kort toe te spreken. Die toespraak vindt u hieronder, gevolgd door een impressie van het overleg op synodaal niveau van de hand van ds Krol.- Jaargang 46
- nummer 14
Namens de Nederlands Gereformeerde Kerken dank ik u hartelijk voor de uitnodiging om vanmorgen uw vergadering bij te wonen en voor de gelegenheid om een ogenblik het woord tot u te richten. Met grote belangstelling volgen wij de dingen die u bespreekt en besluit, want wij weten ons nog altijd broeders en zusters van hetzelfde huis, ook al is het zo dat wij op het ogenblik niet tezamen wonen.
Wat de relatie tussen onze kerken betreft, is het geen tijd voor grote woorden. Een concept van fusie of federatief groeimodel, op welk geschikt tijdstip dan ook, is tussen ons niet aan de orde en ook niet in zicht.
Toch signaleren we met blijdschap de kleine woorden, die wèl hun recht hebben.
Toenadering
In de eerste plaats zijn we dankbaar, dat de gesprekken tussen onze kerken voortgang mochten vinden en dat daarin, zoals uw deputaten het zeggen, van een zekere toenadering sprake was.
Inderdaad, dat zijn kleine woorden, maar ze zijn wel echt. Onze Landelijke Vergadering had opdracht gegeven, te proberen om door wederzijdse karikaturen heen te breken en ik denk dat dat ook gebeurd is. Met bekwame stimulansen van een van uw deputaten kwamen we ertoe om meer dan een casus te bespreken zonder in casuïstiek te vervallen. In gewone mensen-taal gezegd: we werden uitgelokt om uit onze ivoren torens te stappen en te zeggen wat je echt op het hart hebt.
Aan zorg en aan hoop. Aan belangen en verlangen.
Wat ook een rol speelde, is dat de tijd voortgaat en dat we gewoon dichter naar elkaar toegroeien. En dat echt niet alleen door veranderingen aan vrijgemaakte kant, die al genoeg belicht worden. Wij van onze kant hebben ons laten overtuigen (en dat is meer dan laten overhalen) van de noodzaak om in eigen kring het gesprek aan te gaan, op de regio’s, over de manier waarop wij ons aan Schrift en belijdenis binden. Onze laatste Landelijke Vergadering gaf opdracht om zo’n gesprek te gaan voeren en we bereiden dat nu voor.
Plaatselijk
Ten tweede zijn we dankbaar dat de contacten op plaatselijk vlak verder groeiende zijn en dat uw synode daar ook mogelijkheden voor opende.
Naar ons besef gebeurt daar het eigenlijke werk en we spreken dan ook de hoop uit, dat uw huidige synode hiervoor opnieuw ruimte biedt.
Herbezinning jaren ‘60
Het derde dat reden tot dankbaarheid geeft is - wat genoemd wordt - de herbezinning op de besluiten van de jaren zestig. Het past ons niet om daar inhoudelijk op in te gaan, zolang u zelf de bespreking terzake niet achter de rug hebt. Maar ik hecht er wel aan, hier op te merken dat alleen al het feit dat u hiermee bezig bent, veel betekent voor met name de oudere leden van onze kerken.
Herstel van vertrouwen
Tenslotte, nu deze lichtpunten genoemd zijn, hoe gaan we verder? Wij van onze kant zien veel goeds in de voorstellen die uw deputaten doen. We hebben er begrip voor dat de besprekingen nog geen samensprekingen, gericht op kerkelijke eenheid, kunnen zijn.
Tegelijk proeven we in de voorstellen dat juist het perspectief van deze eenheid wel degelijk de motivatie is om de gesprekken voort te zetten.
En waar zal die gezochte eenheid in te vinden zijn? Die zal niet daarin te vinden zijn, dat uw en onze kerken de dingen op dezelfde manier doen. Dat we op dezelfde manier met de liturgie omgaan, of op dezelfde manier de verbinding met de gereformeerde belijdenis bewaken. Echt, we gaan het gesprek op onze regio’s over de belijdenis met overtuiging aan. Maar ik wil niet de illusie wekken dat het resultaat wordt dat wij alles op dezelfde manier als u gaan doen. U vraagt dat ook niet, uw deputaten vroegen dat ook niet.
Het zal erom gaan, dat we elkaar leren vertrouwen in de manier waarop we proberen om als schapen bij de Goede Herder te blijven en om aan de kerk mee te bouwen op het ene fundament.
In de afgelopen jaren is een stuk vertrouwen herwonnen. Wij van onze kant willen eraan werken om dat vertrouwen te bewaren en te versterken.
‘Hersteld vertrouwen’, dat is als motto voor het nieuwe kabinet te pretentieus bevonden. Ook voor onze relatie is dat te veel gezegd. Maar ‘Herstel van vertrouwen’, dat klinkt als iets om voor te bidden en aan te werken.
Verlegenheid en hoop
Broeders, het is zo ontzettend hard nodig, dat we elkaars vertrouwen verder herwinnen. Terwijl wij hier praten over de fijnere nuances in het gereformeerde palet van kleuren, hebben we beiden te maken met voorgangers en gemeenteleden die met vervreemding het hele schilderij bezien.
Weet u: vroeger werden dit soort toespraken wel afgesloten met een verwijzing naar de nood van de wereld en dat we daarom niet gescheiden kunnen blijven optrekken. Vandaag denk ik dat we vanwege de nood van de kerk niet langs elkaar heen mogen blijven werken. Leven in een postmoderne wereld roept bij ons net zulke intense vragen op als bij u en we hebben er elkaar bij nodig. En dan bedoel ik niet dat we elkaar nodig hebben om samen sterk te staan en front te vormen tegen de geest van de tijd. Zelfs met alle gereformeerden van dit land bij elkaar staan we namelijk niet zo heel erg sterk. Als wij elkaar ooit nader vinden, dan zal het niet zijn door de handen ineen te slaan, maar door samen onze lege handen op te heffen tot God.
Dit is wat telt: of we zelf verstaan en het kunnen uitleggen aan onze kinderen, wat het betekent om bedelaars te zijn aan de voet van het kruis. Daar zijn we beiden mee bezig, in een verschillende kerkelijke cultuur, maar met dezelfde verlegenheid en hoop. Geve de Here ons, dat we elkaar daarin kunnen vinden.
Ik wil graag afsluiten door u allen bij uw beraadslagingen de wijsheid van de Heilige Geest toe te bidden, die ook vandaag nog ons wil leiden in alle waarheid