Liturgie - Samen schuilen
2002-07-12
Het is zondagochtend. Kwart voor tien, om tien uur begint de dienst. In de kerk is het stil. Al vanaf half tien zijn de deuren open. Verscheidene mensen zitten er al vanaf die tijd. Mensen die willen praten staan in de ontmoetingsruimte, waar ook koffie is. Ik zit in de kerk, samen met nu al meer dan honderd mensen. In stilte bereid ik me voor op de dienst. Het is veertigdagentijd.- Jaargang 46
- nummer 14
We zitten dus in de periode voor Pasen. In mijn handen heb ik een boekwerkje dat we deze periode zullen gebruiken. Er staat in uitgelegd wat er deze zondag gaat gebeuren.
De zondag heet Invocabit, lees ik, wat in het Latijn het eerste woord is van Psalm 91:15. "Roept hij Mij aan, ik zal hem antwoorden; Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn, Ik zal hem uitredden en tot ere brengen"
Ondertussen is de rest van de gemeente ook in de kerk. Vijf voor tien. De organist (die ook cantor is) staat voorin bij de microfoon. Hij wijst ons op een lied dat we gaan zingen: Een vaste burcht is onze God. Hij vertelt dat dit geen triomflied is, zoals het vaak ten onrechte gezongen wordt, maar een troostlied. Luther schreef dit lied toen Wittenberg door een pestepidemie werd getroffen, zijn familie werd erdoor getroffen, volgelingen van hem belandden op de brandstapel. (Ik realiseer me opeens dat de regel ‘delf vrouw en kind’ren het graf’ – die bij veel mensen verkeerd is gevallen - vanuit die wetenschap helemaal niet zo misplaatst is). Ook vertelt hij dat Luther dit lied maakte als een bewerking van psalm 46. "Een vaste burcht is onze God" komt erg overeen met wat in psalm 91:9 staat: "Want Gij, o HERE, zijt mijn toevlucht. Den Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld;". Een uitgebreidere uitleg van het lied kunnen we in het kerkblad vinden. Hij zingt het lied een keer voor omdat het ritmisch best lastig is voor mensen die een andere melodie kennen dan die van het liedboek. De gemeente zingt het eerste couplet na. Dan is het tien uur en stil. De kerkenraad komt binnen, de kaars wordt aangestoken.
Rust en stilte
De gang van zaken zoals ik die hierboven beschrijf staat veraf van de situatie in de meeste van onze kerken. De overeenkomst tussen bovenstaande situatie en de onze is dat we in beide gevallen om 10 uur als gemeente in de kerk zitten. Het verschil is echter enorm.
Ik ben door de voorbereiding in een sfeer gekomen van ontvankelijkheid.
"Verheft uw harten tot God" kan niet in de twee seconden die ik nodig heb om bij die woorden te gaan staan. We leven in een hectische wereld, waarin rust geen uitgangspunt is, integendeel.
Wie niet drukdrukdruk is zal eigenlijk wel een beetje ziek zijn. De Nederlandse beroepsbevolking staat qua productiviteit in de top drie van de wereld.
Maar ieder mens heeft behoefte aan rust. Op zondag geeft God ons de mogelijkheid, sterker nog Hij gebiedt ons, tot rust te komen. Ik kan dat in onze diensten vaak niet terugvinden.
Zo zijn er in veel kerken geen stiltemomenten meer. De organist en de predikant staan samen garant voor een continu geluid. Want stiltes kosten tijd en tijd is geld. De organist bijvoorbeeld wordt geacht tijdens de collecte het slotakkoord los te laten op het moment dat het zitvlak van de laatste diaken diens stoel raakt. Op zondag kunnen we de diensten het best maar zo kort mogelijk maken en zo efficiënt mogelijk, dan hebben we meer tijd over om tot rust te komen? Tja… terwijl we nou van de hele zondag bij uitstek de dienst zouden kunnen gebruiken voor dat tot rust komen...
Zap en Zen
Ik noem een paar dingen die dat in de weg staan. Ik denk dat we zijn vergeten dat we in de kerk even weg zijn van onze dagelijkse beslommeringen..
Dat we daar als Gods gemeente voor Zijn Aangezicht mogen komen. Dat we daar tot onszelf kunnen komen Het leven van alledag zit anders in elkaar.
Om de kerk interessant te houden voor buitenstaanders en jeugd wordt vaak overgegaan tot een soort TMF-cultuur.
Korte pakkende items. Lichte muziek, met een fijne beat, veel advanced multimedia.
Maar is dat de essentie? Haal je daarmee mensen naar de kerk?
Moet de kerk dezelfde uitstraling hebben als een congres voor zakenlieden?
Met een overheadprojector en een beamer voor gelikte PowerPoint-presentaties?
Het argument hierbij is: onderzoeken hebben uitgewezen dat een mens zich niet langer dan 8 minuten kan concentreren, dus moeten we het flitsender aanpakken, kernachtig en concreet.
Maar is dat wat wij en mensen rondom ons zoeken?
"Mensen zijn in voor religie", zeggen ze.
Maar wat doen ze?
Door middel van bijvoorbeeld zenmeditatie en new–agemuziek proberen ze et hogere in of buiten zichzelf te vinden.
Allemaal dingen die nou niet direct doen denken aan de zapcultuur, maar integendeel die cultuur lijken te ontvluchten.
Blijkbaar zoeken de mensen juist wél naar iets ánders, waar ze even kunnen schuilen onder het besef van iets diepers. Voor evangelisatiedoeleinden lijkt me de wereldgelijkvormigheid dus niet echt doeltreffend. Hoewel het in eerste instantie drempelverlagend lijkt te werken, is volgens mij de aanwezigheid van God niet te ervaren in de storm van Nederland BV. God liet Elia merken dat Hij in de stilte te vinden was. En dat zoeken die mensen.
En dat zoek ik en dat zoekt wellicht u in de kerk. Stilte. God. Je verbonden weten met die andere mensen daar. Met al die gelovigen, toen en nu. Samen te zingen, samen naar Gods Woord te luisteren. Samen schuilen.
Meer dan leren
Ik heb echter vaak als ik in de kerk ben het idee dat we bezig zijn met een aangeklede bijbelstudie. Maar dat is meer iets voor de maandag. De eredienst gaat om de wereld die voor Gods Aangezicht verschijnt, waarin het leren maar een facet is. ‘Dienst’ heeft te maken met iets geven. Vanuit dat woord ‘dienst’ kunnen we verschillende richtingen onderscheiden.
De eerste is die van God richting de wereld. God geeft ons Zijn Woord.
Dat is het belangrijkste en dient centraal te staan in de dienst, de schriftlezing.
Hiermee nauw verbonden is de preek, waarin we met elkaar nadenken over die woorden. Ook geeft Hij ons Zijn zegen.
Een tweede gerichtheid is die van de wereld op God. De wereld geeft God de eer (gloria), bidt tot God. Smeekt God om ontferming (kyrie).
Ten derde is er ook de dienst van mensen onderling. Dan denken we aan de collecte. Maar ook aan de gemeenschap van het avondmaal en van het samen zingen. Natuurlijk overlapt het een het ander. Het zingen bijvoorbeeld: we zingen tot God, over Zijn liefde voor ons, waardoor we ons met elkaar verbonden weten.
Dat maakt dat een kerkdienst iets anders is dan een preek bezoeken. De gemeente heeft wel degelijk een actieve rol, nog een beetje doorslapen zit er niet in. Het vervelende is wel dat de gemeente voor haar taken veelal de dominee afvaardigt. Die mag de bemoediging uitspreken, bidden, de geloofsbelijdenis zeggen. Ik denk dat dat in wezen niet goed is. Daarom pleit ik voor het uitspreken of zingen van een bevestiging op het gebed.
Bijvoorbeeld ‘Heer, wij bidden u, verhoor ons’ na elke voorbede. Het ‘Onze Vader’ kan beter door de hele gemeente uitgesproken worden dan alleen door de predikant. Gelukkig gebeurt dat al vaak. En gelukkig worden gezongen geloofsbelijdenissen binnen onze kerken steeds vaker gebruikt.
Maar dit zou veel verder mogen gaan.
Een actieve gemeente die zélf met woorden bidt en dankt en God eert.
Bang voor vorm?
Om dit te bewerkstelligen hebben we een vorm nodig. De gemeente moet de woorden in de mond gegeven worden, anders wordt het een kippenhok.
Maar kan dat en mag dat? Ja. Want de kerk is geen groep mensen maar een gemeente.
Ik heb vaak het idee dat we binnen onze kerken vorm haast verafschuwen.
De inhoud van een preek vinden we belangrijker dan de manier waarop het gebracht wordt. Maar zouden de preken niet kunnen winnen aan kracht, als er weer meer aandacht zou komen (ook in predikantsopleidingen) voor de retorica, die eeuwenlang een echte kunstvorm is geweest? En formuliergebeden?
Uitgeschreven dialogen? Vaste liturgische elementen, zoals een gloria, een kyrie-gebed? Als we het al doen, dan alleen inhoudelijk en niet qua vorm. Waarom die huivering daarvoor?
Ik denk doordat we om ons heen voorbeelden hebben gezien waar zulke vorm inhoudloos werd.
Erg mooie diensten, maar leeg.
Afgeraffelde teksten en voze woorden.
Blijkbaar draagt een liturgische vernieuwing dat risico met zich mee.
Maar dat risico is algemeen: op het moment dat de dingen niet meer bewust worden gedaan ontstaat er een sleur. Ik zie vaak op blaadjes ‘votum en groet’ staan, terwijl de predikant ‘Onze hulp...’ uitspreekt, wat dus geen votum is. Maar ik heb er nog nooit iemand over gehoord. Met onze klassiek-
gereformeerde eredienst zitten we vaak strakker in vormen dan de kerken waarvan wij de liturgische benadering afkeuren. In wezen zijn ‘onze’ (klassiek-gereformeerde) diensten hetzelfde, of ze nou worden opgeleukt door een liturgiecommissie of niet.
Interactief
Het is in de kerk dus heel belangrijk dat we de dingen die we doen wel bewust doen. Het volk Israël was hoogliturgisch.
In de bijbel staan complete dialogen bij bepaalde gebeurtenissen.
"En dan moet het kind vragen: Vader, waarom..." "en dan moet de vader antwoorden: De HERE heeft, toen Hij ons...". Hoofdstukken vol van nauwkeurig beschreven voorschriften, riten en gebruiken. Voor hen was het hele leven één grote liturgie, vol vastigheid.
En geeft dat sleur? Nee... het zorgt ervoor dat je telkens weer bij je geloof wordt bepaald. We zouden daar wat mij betreft wel een voorbeeld aan mogen nemen. Geen luisterende houding, maar bezig zijn in de kerk. Bezig zijn met geloven. Dat is pas interactief.
Heil hem wien God een plaats bereidt in zijn verheven woning: hij overnacht in veiligheid bij een almachtig koning Ik zeg tot God: Gij zijt mijn schild, mijn toevlucht en mijn veste, op U vertrouw ik, Heer, Gij wilt voor mij altijd het beste
(Psalm 91:1 in de berijming van Ad den Besten)