Kracht en kwetsbaarheid van de Apologetiek (2)
2002-08-02
Geloven is iets heel vreemds.- Jaargang 46
- nummer 15
Tenminste, dat vind ik. Je denkt dat er een God is, hoewel je Hem nooit hebt gezien. En God is niet alleen een gedachte voor je, Hij betekent ook alles voor je. Je bidt tot Hem, zingt, ja leeft voor Hem. Vreemd. Waarom doe ik dat? Hoe verantwoord ik dat? Hoe verantwoord ik dat voor mezelf, mijn (klein)kinderen (als ik die heb), de mensen om mij heen?
De vorige keer schreef ik dat ik rust en zekerheid gevonden heb in Jezus Christus. Waar Hij kwam, hoorden, zagen, tasten mensen onmiskenbaar en overtuigend werkelijk iets van God.
Dat geloof ik en dat geeft een houvast dat ik op geen enkele andere wijze vinden kan. En als ik verantwoording van mijn geloof moet afleggen, komt mijn verhaal daarom hierop neer: ‘Kom mee naar Jezus. Kom naar het lege graf. Lees, overweeg, overtuig jezelf.’ Maar die ander, hoe reageert die hierop?
Zal die overtuigd worden door wat de bijbelschrijvers hem willen laten zien, horen en tasten van het Woord des levens? De praktijk leert dat dit niet zo simpel is. Dat blijkt al uit Lukas 11, het bijbelgedeelte waarvan ik in deze bezinning op apologetiek uitga.
‘Feit’ en interpretatie
Even de draad oppakken. Lukas 11:14 beschrijft een zicht-, tast- en hoorbare blijk van Jezus’ macht om de boze uit te drijven En Hij(Jezus) was bezig een boze geest uit te drijven en deze was stom. En het geschiedde, toen de geest uitgevaren was, dat de stomme sprak.
Vervolgens zoomt Lukas in vers 15 - 16 in op de omstanders. Hij tekent hun heel verschillende reacties: ‘En de scharen verwonderden zich. Maar sommigen zeiden: Door Beëlzebul, de overste van de boze geesten drijft Hij de geesten uit. Anderen begeerden, om Hem te verzoeken, van Hem een teken uit de hemel.’ Uit deze reacties blijkt, dat het gesprek over het geloof niet eindigt, maar pas echt begint, als mensen in contact met Jezus zijn gekomen.
Het feit van de genezing ontkennen de omstanders immers niet, maar hoe moet het geïnterpreteerd worden?
De (snel te imponeren maar wispelturige) goegemeente zegt: Ongelooflijk!
Het kerkelijke establishment (vergelijk Markus 3 : 22) schildert Jezus af als een duivelskunstenaar en zelfs zijn er die Jezus willen prikkelen een nog sterker staaltje van zijn kunnen te tonen (vergelijk Lukas 4:9-12). Deze reacties laten zien, dat de kwestie van ‘feit’ en interpretatie al in Jezus’ dagen aan de orde was. Wij zitten er nog mee. Sterker, 2000 jaar later is die hele kwestie alleen maar van een nog grotere betekenis is geworden.
Jezus’ reactie
Wat is het vervolgens boeiend om te volgen hoe Jezus ingaat op de interpretaties die van Hem gegeven worden.
In Lukas 11:17-20 lezen we: Maar Hij kende hun gedachten en zei tot hen: Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere. Indien ook de satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden?
Want jullie zeggen, dat Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf. Indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen jullie zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over jullie zijn. Maar indien Ik door de vinger Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God over jullie gekomen.’ We zien hier het volgende gebeuren. Uitgaande van hetgeen gebeurd is, bouwt Jezus een betoog op.
Hij redeneert en argumenteert. Zijn betoog mondt tenslotte uit in de conclusie dat het Koninkrijk van God gekomen is!
Me dunkt dat dit van fundamentele betekenis is, zowel voor de geloofsoverdracht in het algemeen als voor de apologetiek van het christelijke geloof.
Een paar opmerkingen wil ik hierover maken.
Over geloof valt te praten!
Om te beginnen lijkt het me van belang dát Jezus in debat gaat. In onze samenleving en in sommige kerken bestaat al wat langer de tendens om het geloof onbespreekbaar te maken. Geloof is subjectief, gebaseerd op gevoel en in die zin vergelijkbaar met smaak.
Daarover valt dus niet te twisten.
Geloven richt zich op het irrationele, het onbevattelijke en onbegrijpelijke en daarom kan over geloof geen redelijk gesprek gevoerd worden. De keerzijde hiervan is, dat zelfs door christenen wel eens met een zeker dédain op ‘apologeten’ wordt neergezien. Nu roepen apologeten dat laatste wel eens over zichzelf af. Zij kunnen zo akelig stellig spreken over zaken die het menselijke begrip te boven gaan, dat geïnteresseerden zich meer ergeren aan de zelfbewustheid van de apologeet, dan dat zij onder de indruk komen van de grootheid van God. Het is ook maar de vraag of de Schepper van hemel en aarde altijd op dergelijke goedbedoelde hand- en spandiensten zit te wachten.
De vrienden van Job waren rasapologeten.
Maar zij kregen van de HERE te horen: ‘Mijn toorn is ontbrand tegen jullie, … want jullie hebben niet recht van Mij gesproken zoals mijn knecht Job’! Waaruit blijkt dat wij met onze apologie de HERE God zelfs voor de voeten kunnen lopen. Apologeten zullen daarop voortdurend bedacht moeten zijn. Maar dat is uiteindelijk het punt niet. Het gaat er om of in het geloof ook het verstand mag meedoen, het geplus en gemin, het deduceren en combineren. En dan is het veelzeggend dat Jezus zelf het verstand volop laat meedoen. Hij gaat daarbij uit van het de mensen met hun eigen ogen hebben kunnen zien en met hun eigen oren hebben kunnen horen. En op basis daarvan plaatst Hij hen voor een vraag: Hoe moeten we dit duiden? Wat zeggen deze feiten over de wereld waarin we leven? Wat zeggen zij over Mij en God? En dan blijkt er voor het geloof in Jezus Christus werkelijk wat te zeggen te zijn. En tegen het ongeloof vallen goede argumenten in te brengen!
Ter zake blijven
Ten tweede valt op hoe adequaat het betoog van onze Here is. Hij gaat echt in de op de verdachtmakingen en schimpscheuten. Eerst plaatst Hij zich op het standpunt van degenen die menen dat sprake is van satanswerk.
Hij wijst op de implicatie hiervan, namelijk dat het rijk van satan dan innerlijk verdeeld is. Maar die implicatie neemt toch niemand voor zijn rekening?
Heeft ooit een innerlijk verdeelde dictatuur kunnen standhouden? Heeft ooit een vorstenhuis de macht gehandhaafd, hoewel het vechtend over straat rolde? Nu, zo zou ook de satan geen stand kunnen houden als hij verzet binnen zijn gelederen toestond.
En daarom, omdat Ik tegen de boze opsta, kan mijn werk in alle redelijkheid geen satanswerk genoemd worden!
Vervolgens gaat Jezus in op degenen die van Hem een teken uit de hemel eisen, om daardoor aan te tonen dat Hij de Messias is. Jezus knoopt dan aan bij de praktijk die er in die dagen al bestond om boze geesten uit te drijven. Vruchteloze pogingen zullen dat veelal geweest zijn, zie Lukas 9:40 en Handelingen 19:13v. De Heiland past hierop een volstrekt aanvaarbare vorm van logica toe. Hij stelt: als de kinderlijke pogingen van jullie kroost om de geesten uit te drijven door jullie beschouwd worden als werken van God, hoeveel te meer zijn mijn soevereine machtsdaden dat dan?
En daarom is hier iets groots gaande, het licht breekt door in de duisternis, ja het Koninkrijk van God is over jullie gekomen!!
Integriteit
Waar het me nu om gaat: Jezus voert een echt gesprek. Hij praat niet langs de verdachtmakingen en schimpscheuten heen, loopt niet voor lastige vragen weg, past geen retorische trucs toe, maar blijft bij de zaak. Het lijkt me van groot belang dat wij hieraan een voorbeeld nemen. De enige apologetiek die uiteindelijk onszelf, onze kinderen en zoekende mensen overtuigen kan, is een apologetiek die ter zake en moedig ingaat op de vragen die gesteld worden! Dat kan behoorlijk eng zijn. Het betekent dat soms uiterst lastige vragen op onze agenda terecht komen. Vragen die we liever bij ons vandaan houden. Het betekent ook dat we daardoor soms gedwongen worden antwoorden te geven die afwijken van het vertrouwde. Jezus’ eigen voorbeeld moedigt ons aan om ons voor die vragen niet te verstoppen, maar er doorheen te kruipen. Laat me er daarom een paar van die vragen stellen.
Interpretatiemogelijkheden
Stel, je hebt met iemand een gesprek over het geloof. De kern van je getuigenis is: ‘Kom mee naar Jezus. Kom naar het lege graf. Overweeg, overtuig jezelf.’ Dan ontdek je dat datgene wat jij als ‘feit’ opvat, heel verschillende geïnterpreteerd kunnen worden.
Om te beginnen kan iemand stellen: ‘Denk je echt dat het gebeurd is zoals in de Bijbel beschreven staat? Volgens mij hebben we hier met verhaaltjes te maken, zoals er zoveel verteld worden in de wereld.’ Een onaardige variant hiervan is: ‘De evangeliën zijn religieuze propaganda. Nu, wij weten toch hoezeer de feiten in dergelijke lectuur gemanipuleerd worden!?’ En een in de theologie breed aanvaarde variant hiervan is dat de Bijbel helemaal niet geïnteresseerd is in feiten, maar uitsluitend theologie biedt, geloofsgetuigenis, liturgie etc.
Ten tweede zou iemand vraagtekens kunnen plaatsen bij hetgeen werkelijk gebeurd is. Is er iets bovennatuurlijks gebeurd, of kan een natuurlijke verklaring gegeven worden? Zijn de bezetenen van vroeger niet gewoon de psychisch gestoorden van nu? Dient deze genezing daarom niet psychosomatisch verklaard worden? En wat betreft de opstanding van Jezus Christus uit de dood, ligt het niet meer voor de hand dat die tussen de oren van zijn volgelingen heeft plaatsgevonden?
Het waren immers bijgelovige types, die ook in spoken en zo geloofden?
En gesteld dat het graf leeg was, impliceert dit dan dat Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan, of zijn er ook andere duidingen mogelijk?
Tenslotte zou een enkeling de relevan-
kwetstie van hetgeen 2000 jaar geleden gebeurd is in twijfel kunnen trekken.
Gesteld al dat Jezus echt wonderen deed en echt uit de dood is opgestaan, zou dat ons dan tot het geloof in (een) God moeten brengen? Waarom zou sowieso datgene wat zoveel duizend jaar geleden gebeurd is enige relevantie voor ons hebben?
De kwetsbaarheid van de apologetiek Al deze vragen komen op de agenda van degene die hetzij voor zijn eigen kritische geest, hetzij voor die van zijn kinderen of kennissen verantwoording wil afleggen van het christelijke geloof.
De vragen laten ook zien dat er op allerlei niveaus haken en ogen zitten aan een apologetiek die zijn kracht vindt in hetgeen het oog heeft gezien en het oor heeft gehoord! Wat de kracht is van de christelijke apologetiek, blijkt tegelijk de kwetsbare plek daarvan te zijn! ‘Kom, hoor en zie, overtuig jezelf.’, ja, maar voordat iemand overtuigd is, zijn er voor de kritisch denkende mens nog heel wat hobbels te nemen.
Vragen als deze laten ook zien dat de apologetiek niet een instant-middel is dat mensen van het christelijke geloof kan overtuigen. Zelfs een ontmoeting met Jezus Christus zelf is geen garantie dat mensen ook tot overgave aan Hem komen.
Maar dit betekent niet dat de kwetstie baarheid de kracht van de apologetiek te niet doet. Nee, Jezus’ betoog mag ons vertrouwen geven. Het toont hoe sterk zijn zaak staat! We kunnen ‘de vragen van de wereld’ daarom met een gerust hart op onze agenda plaatsen, want Jezus’ zaak zal nu toch niet minder sterk staan dan toen? En dit niet alleen om wille van het geloofsgetuigenis in de wereld, maar ook om wille van de geloofsoverdracht aan nieuwe generaties. Want laten we eerlijk zijn, bovengenoemde vragen leven niet alleen in ‘de wereld’, maar in het hoofd en hart van velen die in onze tijd geloven willen.
(Slot volgt)