Persschouw

2002-08-02
  • Jaargang 46
  • nummer 15
Postmodern
‘Henk Jasperse’ heeft heel wat losgemaakt.
Voor wie die naam niet kent: onder dit pseudoniem schreef een jonge Vrijgemaakt Gereformeerde predikant twee artikelen in het Nederlands Dagblad (27 april en 18 mei). Hoofdredacteur Bergwerff karakteriseerde (27 april): ‘Het artikel is een oprechte hartenkreet van een dertiger die zich stikeenzaam voelt te midden van veel oude zekerheden en even zekere nieuwigheden, die gruwt van postmodern christen-zijn en het toch zelf is, die zich ontworteld en gedesoriënteerd voelt’.
In De Reformatie van 8 juni gaat eindredacteur G.J. van Middelkoop in op wat ‘Henk Jasperse’ schreef. Zijn verhaal getuigt niet van veel begrip. Dat blijkt al direct bij het begin van zijn artikel: Wat ‘Henk Jasperse’ aan de orde stelt, en de reacties en commentaren, laten verwarring zien en roepen verwarring op. Wat wil hij eigenlijk precies? Hoe moet je zijn schrijven lezen?
Hier botsen twee werelden op elkaar: de ene vraagt naar precisie, naar nauwkeurigheid, teneinde vervolgens de controle te hernemen, en de andere beschikt niet meer over zo’n begripsmatig apparaat, en komt niet verder dan - zie Bergwerff - een hartenkreet vanuit de eenzaamheid.
Zoals te verwachten komt het verderop in het artikel niet meer goed tussen Jasperse en Van Middelkoop. Een paar grepen eruit. Van Middelkoop: Is het vandaag niet langer mogelijk te geloven in de traditioneel gereformeerde vorm? Hoort dat bij een voorbije tijd? Kan het de mens van vandaag niet langer aanspreken, boeien en bezielen? Moeten we het laten voor wat het is en accepteren, dat in de wereld van vandaag alleen een andere variant van geloven mogelijk is?
Dat we niet méér mogen verwachten dan een geloven in stukken en brokken?
Waarbij we in een zee van onzekerheid en ongeborgenheid ronddobberen en het hoofd maar nèt boven water kunnen houden? Of bij alle uiterlijke welvaart onze ziel zien verkommeren in een woestijn, waar slechts weinig oases zijn? Dat zijn boeiende beelden die een mens best kunnen aanspreken.
Maar we zullen toch onomwonden moeten vaststellen, dat deze postmowe derne variant van geloven iets totaal anders is dan het christelijk geloof zoals we dat in de brieven van het Nieuwe Testament tegenkomen. Net zo min als je vroeger christen-existentialist kon wezen, kun je nu postmodern christen zijn. Wie de dingen postmodern beleeft en ziet, is geestelijk geïnfecteerd door wat Lewis noemde het vergif van het subjectivisme. Door een overgrote nadruk op het subjectieve komt een mens tot een individualistische en relativistische opstelling. Los van God raakt hij ook andere verbondenheden kwijt en verliest hij uiteindelijk zichzelf.
Bij aanvechting door postmoderne gevoelens zullen we dan ook vroeg of laat moeten vaststellen dat hier sprake is van ziekte. En elkaar helpen afstand te nemen van deze belevingspatronen van de wereld.
Zou het echt zo gemakkelijk zijn? Een kwestie van simpel kiezen: wil je postmodern zijn of niet? In mijn beleving ligt het ingewikkelder: het postmoderne zit zozeer in de lucht die ook wij inademen dat er van keuze nauwelijks sprake is. Ook wij zijn postmoderne mensen, of we het nu willen of niet.
Van Middelkoop verwacht als afweer tegen het postmodernisme veel van wat hij noemt ‘de richtinggevende leer van de kerk’: De gemeenschap van de kerk is het kader waarin we ons wijden aan de dienst van onze Heer. Als het goed is, worden we daar steeds opnieuw en steeds dieper verbonden met God en met elkaar. Het luisteren naar de prediking brengt ons in de invloedssfeer van Gods Geest. In onze persoonlijke geloofsbeleving lopen wij kans eenzijdige accenten te leggen. Bepaalde elementen van de bijbelse boodschap spreken ons meer aan dan andere.
Vanuit eigen gevoelens zijn we geneigd vaker te kijken naar teksten of passages die ons veel doen en minder aandacht te geven aan andere. Dan hebben we een prediking nodig die recht doet aan het geheel van de bijbelse leer om ons te corrigeren en onze bril weer schoon te poetsen. En om in positieve zin ons geloof te onderhouden en verder te verdiepen. Wij belijden die bijbelse leer elke week met de Twaalf artikelen. Het is goed dat de uitwerking die de Heidelbergse catechismus daarvan geeft ook systematisch aan bod komt in de prediking. Zo zijn postmowe voor de inhoud van wat we mogen geloven niet afhankelijk van onze gevoelens en voorkeuren, maar blijft ons geloof gezond doordat het zich laat richten door de leer van de kerk van alle tijden.
Helpt dit ‘Henk Jasperse’ en ons verder?
Ik denk het niet. Voor mijn besef komt het neer op: Terug naar vroeger, toen alles nog goed was. En zeker, daar kun je bij tijden best naar verlangen - ik wel tenminste - maar het helpt niet om kerk en christen te zijn in deze tijd en in deze wereld.
Concreet: wat betekent vandaag voor ons het bekende woord van Paulus: ‘Gij geheel anders’? Als dat anderszijn alleen inhoudt dat we wat ouderwetser zijn dan de wereld om ons heen, dan betekent het niet veel meer dan: ‘Gij 25 jaar later’. Laten we daarom de vragen van onze tijd vooral heel serieus nemen. En tegelijk: laten we niet bang zijn voor die vragen. Wie gelooft in Hem die Heer is over álle tijden, kan ook in vertrouwen op Hem leven in déze - postmoderne - tijd.

M.H.T. Biewenga, Emmeloord

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief