Stil verdriet als kinderen andere wegen gaan

2009-10-09
  • Jaargang 53
  • nummer 20
Het is een stil verdriet van veel ouders als kinderen niet de weg gaan van de God van de Bijbel. Stil verdriet omdat die ouders er vaak zelf niet over praten, vanuit een gevoel van schaamte of schuld. Ook in de gemeente wordt het verdriet vaak stil gezwegen: er is veel aandacht voor nieuwe leden bij doop of belijdenis maar als leden verdwijnen die niet naar een andere gemeente gaan, dan schort het vaak aan aandacht. Wat verder opvalt, is dat er relatief weinig boeken over het onderwerp verschenen zijn.

Ik heb eens iemand horen zeggen: Mijn moeder kan eigenlijk alleen van je houden als je gelooft. Zo’n 15 jaar geleden is er in Nederland een korte roman verschenen van Elisabeth Schaeffer onder de titel: ‘Waar geen troost voor is’, over de relatie tussen een moeder, in het verzorgingshuis en haar dochter die niet meer gelooft, niet meer geloven kon. Als kind deelde ze met haar vader liefde voor dieren. Tegelijk voldeed ze niet aan zijn verwachtingen toen hij haar pianoles gaf. Zijn normerende benadering in geloofsopzicht heeft gemaakt dat ze ook het vertrouwen in God verloor. De moeder heeft het gevoel dat ze wezenlijke dingen niet meer met haar delen kan. Daarom schrijft ze brieven aan haar dochter die ze niet verstuurt maar aan haar zoon geeft. Als de moeder overlijdt, komt de dochter tot de ontdekking dat de liefde van haar moeder haar eigenlijk op de been heeft gehouden. Het boek, literair misschien niet zo sterk, laat indringend zien hoe geloof en de pijn daarover relaties kan verstoren. Mijn eigen moeder heeft dit boek stukgelezen omdat ze er zo veel in herkende.

Liefde

Het is dan ook bijzonder dat er onlangs een boek verschenen is over dit onderwerp, Als kinderen andere wegen gaan, waarin zeer invoelend en bewogen geschreven wordt. De auteurs zijn Wim ter Horst (oud-hoogleraar Pedagogiek)en Margriet van der Kooi (ziekenhuispastor). Het wordt niet duidelijk of zij vanuit eigen ervaring schrijven maar je zou het haast denken omdat je je begrepen voelt als je wel in die situatie verkeert.
De auteurs beginnen met een soort bijsluiter: ‘Wie liefheeft kan pedagogisch gezien niet schuldig zijn’.
Liefde van ouders is, als het goed is onvoorwaardelijk, wat kinderen ook doen. Ouders zijn in het begin onmisbaar maar opvoeden is jezelf overbodig maken, het is ook bezig zijn met het oog op de toekomst. De christen weet dat dat uiteindelijk de komst van het koninkrijk is. Kinderen zijn vaak toekomstgericht, hoopvol, terwijl ouders eerder de gevaren zien.
Mooi is het beeld van kompas en radar. Het kompas geeft de koers aan, dat maakt je Wegwijs; de radar maakt door echo’s duidelijk welke obstakels er zijn. Het huidige leven lijkt meer radargestuurd, ingaand op de trends om mee te kunnen doen.
Het gevaar van opvoeden is dat ouders denken dat hun kind naar hun aard groot moet worden in plaats van uit te gaan van de aard van het kind zelf. Dat kan tot ernstige problemen leiden.
Belangrijk is bij het jonge kind vuur te ontsteken, zodat het hart wordt geraakt waarbij vieren, dienen en leren belangrijk zijn. Zingen en humor zijn hulpmiddelen. Liederen, jong geleerd zijn soms later tot steun.
De puberteit is lastig voor opvoeders omdat pubers een eigen Zelf gaan ontdekken en allergisch zijn voor ouders die het beter weten en dat laten horen. Ze hebben uiteindelijk wel grenzen nodig maar ze zoeken wel argumenten. Het is belangrijk dat zij met hun vragende en zoekende aard en hun muziekcultuur een plaats in de kerk kunnen hebben. De adviezen hier genoemd, lijken mij soms wat ideaal en niet altijd passend bij de lastige werkelijkheid.

Vertrouwen

Kinderen raken soms de weg kwijt naar God omdat ze hun ouders niet konden vertrouwen, die geen venster waren op God. Soms kunnen familieproblemen tot in het derde of vierde geslacht doorwerken als ze niet worden opgelost: een dochter van een alcoholist trouwt met een gokverslaafde.
Omgekeerd kunnen ouders teleurgesteld raken in God, als de geloofsopvoeding mislukt lijkt te zijn. Het verhaal van de Verloren Zoon kan misschien helpen. Henry Nouwen heeft daarover prachtig geschreven in Eindelijk thuis. De vader moest de zoon loslaten maar blijft vol liefde en geduld naar hem uitkijken. Zoals wijzelf een barmhartige Vader nodig hebben, zo moeten wij misschien ook weer barmhartigheid leren, leren welkom te zijn en welkom te heten. Jammer genoeg besteedt het boek geen aandacht aan wat de gemeente kan doen voor jongeren die dreigen af te haken of voor ouders in hun verdriet.
Twee dingen zijn nodig voor ouders: vasthouden aan de noodzaak van geloof, dat wil zeggen van gebed en toevertrouwen, maar ook Gods verbondstrouw erkennen, onze kinderen zijn ook zijn kinderen.
Ik vind het een bemoedigend en hoopvol boek.

Thuis

Een heel ander boek is de prachtige roman van Marilynne Robinson over de verloren zoon Jack in het domineesgezin van Robert Boughton, in Gilead, Iowa. De dominee is oud en af. De jongste dochter Glory heeft haar baan als lerares opgezegd en is thuisgekomen om haar vader te verzorgen. Zij heeft het daar wel moeilijk mee want de fijne jeugd was ook problematisch door Jack, de lievelingszoon van vader maar ook de outsider in het gezin, het zwarte schaap dat niet deugde en ook niet begrepen werd, noch door zijn ouders noch door zijn broers en zussen. Jack maakt een meisje zwanger en verdwijnt voor 20 jaar uit Gilead.
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Glory. Jack komt thuis, tot blijdschap van vader en zus. Hij blijkt sterk vermagerd en verarmd. Jack doet erg zijn best, helpt mee in het huishouden en de verzorging na van zijn vader, bewerkt de tuin, brengt de oude auto aan de praat en speelt geestelijke liederen op de piano, haast weer zo als vroeger. Hij wordt gekweld door schuldgevoel. Zijn vader is blij dat hij weer terug is maar begrijpt hem nog steeds niet. Jack is bang voor de mensen in Gilead, wat die van hem denken. Hij heeft jaren geworsteld met zijn jeugd. Hij durfde zelfs niet op de begrafenis van zijn moeder te komen omdat hij toen net uit de gevangenis kwam. Hij heeft een drankprobleem wat Glory probeert voor haar vader verborgen te houden. Hij heeft een vriendin, Della in St. Louis, met wie hij een wat moeizame relatie heeft omdat hij ook niet door haar vader wordt geaccepteerd. Zijn terugkomst was ook mede om te zien of hij met haar in Gilead zou kunnen wonen.
Het lukt Jack niet zijn vader te bereiken. Hij wordt er zo treurig van dat hij in de auto een zelfmoordpoging doet, die mislukt. Jack en zijn vader praten veel over geloof maar ze verschillen daarin te zeer. De collega en vriend van zijn vader, John Ames meent dat hij een slechte invloed op zijn vader heeft.
Jack vertrekt, zelfs vlak voor zijn vader zal overlijden. Na zijn vertrek, duikt Della, een zwarte vrouw op met hun zoon die Jack naar zijn vader heeft genoemd en die hij heel positieve verhalen over thuis heeft verteld. Voor Glory is dit een teken van hoop.
Het is een prachtig verhaal over liefde die niet begrepen wordt omdat opvattingen over geloven en beelden van elkaar daartussenin staan. Je krijgt sympathie voor de zoon die op zoek is naar erkenning en acceptatie.

De beide romans maken duidelijk dat de bijsluiter in het boek van Ter Horst en Van der Kooi genoemd: wie liefheeft, kan pedagogisch niet schuldig zijn, heel mooi is maar schuldgevoel van ouders of gekwetstheid bij kinderen niet uitsluit.

De kracht van biddende ouders

Als je niet met je kinderen over God kunt praten, kun je in elk geval met God over je kinderen praten.
Er is een boek verschenen, De kracht van biddende ouders, waarin over het belang van bidden voor je kinderen wordt geschreven en over de kracht daarvan. In elke periode van de opvoeding worden hele concrete dingen genoemd waarvoor je kunt bidden, passende Bijbelteksten worden besproken, er staan voorbeelden van gebeden in. De benadering is heel positief omdat de schrijfster laat zien dat als je zo biddend bezig bent, je ook scherper oplet wat een kind nodig heeft en je om wijsheid kunt vragen om het goede te doen. Bijvoorbeeld dat kinderen zich zelf aanvaarden en aanvaard voelen, dat ze goede vrienden krijgen. Er staan ook onderwerpen in waar ik moeite mee heb, bijvoorbeeld de geestelijke reiniging van de kinderkamer.
Het heeft me bevreemdt het boek volstaat met verhoorde gebeden. Ook al zijn er problemen, na het bidden komt alles weer prachtig terecht, zelfs boven verwachting Het feit dat gebeden niet verhoord lijken te worden, wordt in het begin even aangestipt met als aansporing dat je mag bidden dat God je wrok vergeeft. Maar dat kinderen niet meer geloven, is geen issue in dit boek. Je kunt als ouder na het lezen van dit boek gemakkelijk het gevoel krijgen dat je niet goed gebeden hebt als je kind niet meer gelooft.

In het boek van Van der Kooi en Ter Horst wordt het verhaal verteld van Monica, de moeder van Augustinus, die jaren gebeden heeft voor de bekering van haar zoon. Zij heeft die nog mogen meemaken. Niet ieder is dat gegeven. Bovendien blijft staan, zoals in de beide romans naar voren komt, dat ons beeld van onze kinderen niet altijd klopt met de werkelijkheid die zij ervaren of met wat zij doen. Opvoeden blijft zaaien waarvan je de vruchten niet altijd ziet of waarvan de vruchten anders zijn dan je verwacht. Opvoeden is geloven in liefhebben en vertrouwen.

Schaeffer, E. (1990). Waar geen troost voor is. Wever, Franeker, 100p.
Kooi-Dijkstra, M.A.T. van der en W. ter Horst (2009). Als kinderen andere wegen gaan. Filiipus, Heerenveen. 200 p. €12,50.
Robinson, M. (2009). Thuis, De Arbeiderspers, Amsterdam/Mozaïek, Zoetermeer. 319 p. €22,50.
Omartian, S. (2007). De kracht van biddende ouders. Gideon, Hoornaar. 203 p. €13,90.

Ide Zinkstok is neerlandicus, redacteur van Opbouw en lid van de NGK Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief