Opgegroeid met het geloof en toch leven zonder God
2009-10-09
Opgevoed worden met normen en waarden vanuit een gelovige achtergrond en dan toch je leven leiden zonder ook maar iets van het geloof erin. Waarom maakt iemand andere keuzes in het leven op geloofsgebied dan de opvoeding zou doen vermoeden?- Jaargang 53
- nummer 20
Leven met het geloof is iets wat je als kind jarenlang als normaal beschouwt en waar je niet echt bij stilstaat. Je weet gewoon dat je zondags naar de kerk gaat, omdat je ouders dat graag doen. Je weet dat je bidt voor het eten en uit de Bijbel leest na het eten, omdat dit nu eenmaal normaal is om te doen. Het is op die leeftijd ook leuk om naar de kerk te gaan. Van de dienst maak je niet veel mee, maar je doet met andere kinderen leuke dingen. In de dienst zing je wat mee, je hoort verhalen en tussentijds doe je met de andere kinderen iets creatiefs.
Medekerkgangers
Op latere leeftijd ga je pas nadenken over waarom je met je ouders meegaat en waarom zij graag naar de kerk gaan. Op de (christelijke) middelbare school kwam ik er achter dat maar weinig medeleerlingen naar de kerk gingen. Dat had ik niet verwacht op een christelijke school. De mensen met wie ik het goed kon vinden en met wie ik later bevriend raakte, waren allemaal niet gelovig en gingen dus nooit naar de kerk.
Nu besef ik pas, dat het heel belangrijk is om in die periode leeftijdsgenoten te hebben, die ook naar de kerk gaan, want dat bepaalt wel degelijk hoe jij ergens tegenaan kijkt. Niemand wil op die leeftijd alleen zijn, iedereen wil ergens bij horen. Als je dan niemand om je heen hebt die ook op zondag naar de kerk gaat en de dingen doet zoals je ze thuis doet op geloofsgebied, dan vraag je jezelf al gauw af waarom jij dit wel doet.
Gevoel nooit gehad
Dat gebeurde mij pas in het derde jaar van de middelbare school. In de kerk had ik weinig mensen met wie ik het goed kon vinden en ik deed buiten de kerk om dan ook nooit wat met die mensen, behalve één keer in de twee weken een club voor jongeren en catechisatie. Ik hoorde sommige leeftijdsgenoten in de kerk ook zeggen dat ze het gevoel hadden dat God bij hen was en dat ze tijdens het bidden het gevoel hadden dat hij luisterde. Ik had dit gevoel nog nooit gehad en voelde me hierdoor ook wel wat anders dan anderen. Niet iedereen had dit natuurlijk, maar toch vraag je jezelf af of je misschien iets niet goed doet. De mensen die in God geloven hoorde ik ook wel eens zeggen dat ze steun vonden bij God als ze boos of bedroefd waren. Ook dit is voor mij een raar idee, niet omdat ik denk dat dit onmogelijk is, maar meer omdat ik dit gevoel ook nooit heb ervaren. Als ik boos of bedroefd was, dan had ik en heb ik nog steeds genoeg gehad aan mijn ouders en broer en zus en aan mijn vrienden. Deze persoonlijke band die ik heb met de mensen om mij heen heb ik dus nooit met God gehad. God is dus eigenlijk altijd voor mij alleen een Bijbels figuur geweest.
Door deze ervaringen of juist het niet ervaren van deze gevoelens op deze leeftijd gaan voor mijn gevoel kinderen zich toch meer afzetten tegen het naar de kerk gaan, omdat het saai is en je er voor je gevoel niks te zoeken hebt.
Grote hemel
Iedereen heeft zekerheden nodig in het leven, naast heel veel andere zekerheden is voor veel mensen denk ik het geloven in God en alles waar hij voor staat datgene wat ze nodig hebben of waar ze zich fijn bij voelen.
Ook ik heb een bepaalde zekerheid nodig in mij leven. De voornaamste is wel mijn familie, met deze personen heb ik over de jaren heen een goede en hechte band opgebouwd, die ik niet meer zou kunnen en willen missen. Natuurlijk heeft bijna iedereen dit, maar ik bedoel hiermee te zeggen dat mijn zekerheden vooral bestaan uit de dingen die ik kan zien en voelen en die ik persoonlijk heb ervaren.
Ik kan me herinneren dat vroeger werd gezegd dat je naar de hemel zou gaan als je in God zou geloven. Dit is dus één zekerheid die je zou hebben als je in God gelooft. Ik hoop eigenlijk gewoon dat de mensen die een goed en normaal leven hebben geleid uiteindelijk ook naar de hemel mogen, zodat je daar de mensen terugziet die je in je eerdere leven hebt liefgehad.
Kerk ontlopen
Het afzetten tegen de kerk ging op tienerleeftijd voor mij heel snel. Ik leerde op school nieuwe vrienden kennen, die bij mij in de buurt woonden en ook van hen ging niemand naar de kerk. Het uitgaan op zaterdag begon ook langzaam aan een beetje te komen en als je dan laat thuiskomt, dan is vroeg opstaan voor de kerk op zondag niet iets wat je graag wilt. Ik probeerde dan ook uit alle macht onder dat kerkbezoek uit te komen. Dat werkte natuurlijk nooit, maar je ouders beginnen denk ik wel steeds meer te zien dat jij niet de kant op gaat waarop ze hoopten. Dit tegenstribbelen ging bij mij van kwaad tot erger en ik was heel creatief in het ontlopen van kerkdiensten. Wij gingen later ook niet meer ‘s ochtends naar de kerk, maar in de middag, wat het voor mij makkelijker maakte. Ik kwam ‘s middags gewoon niet op tijd thuis en zag de consequenties later wel. Ik vond het veel leuker om bij mijn vrienden te zijn.
Dat ging een hele tijd zo door, tot grote frustratie van mijn ouders, denk ik. Maar op een gegeven moment had ik een gesprek met hen over het naar de kerk gaan. We spraken af dat ik tot mijn achttiende mee moest en ik vanaf dat punt zelf mocht weten of ik nog mee wilde of liever iets anders deed.
Eigen keus
Tot mijn achttiende ging ik naar de kerk en daarna vrijwel nooit meer. Ik heb zelf de keus gemaakt om niet meer te leven met God. Die keus is anders dan mijn opvoeding zou doen vermoeden. Je omgeving is een heel belangrijk deel van je opvoeding en de keuzes die je maakt. Ik vraag me tot op de dag van vandaag af hoe het was gelopen als ik wel gelovige vrienden had gehad. Zou ik dan nog steeds naar de kerk gaan? Had ik dan nu wel in God geloofd?
Misschien komt er ooit wel een moment in mijn leven dat ik weer dichter naar het geloof toe groei. Mijn ouders kan ik niks kwalijk nemen. Zij hebben mij opgevoed zoals zij dachten dat het beste was en ze hebben helemaal niks verkeerd gedaan hierin. Ik ben heel blij met mijn ouders en vooral trots, want zonder hen was ik nu heel iemand anders geweest dan ik in feite ben. Soms loopt het nu eenmaal anders dan je hoopt en misschien verwacht.
Jolle Klos is dooplid van de NGK/GKV/CGK Deventer.