Pleidooi

2009-10-09
  • Jaargang 53
  • nummer 20
“Here God, uw naam bent Uzélf. Ónze namen zijn wíjzelf en die namen hebt U geschreven in uw handen. Wij zitten U op de huid. Kijkt U naar uw handen dan ziet U ons.
U bent zo innig aan ons gehecht dat U ons altijd voor ogen wil hebben.
U moet er niet aan denken dat namen en mensen uit uw hand vallen.
Daarom bezweert U ze met alle klem: “Kom tot Míj. Buiten is er geen leven en geen toekomst”.

Want er is er een werkelijkheid waar U niet aanwezig kan en wil zijn.
U begrijpt al waar ik heen wil. Ik herinner U aan mijn vier jongere broers. Alle vier hebben ze U afgewezen. De een half bewust en nonchalant. De ander bewust en agressief.
We hebben met hen gepraat tot we geen woorden meer hadden. Ons aanhoudende gebed bracht geen omkeer. En zo kwam er een dof verdriet in ons leven.
We bleven pleiten voor hen. Red ze toch. Sléép ze erbij. Hun namen zij U toch bekend.
Twee zijn er al overleden zonder zich naar U toegekeerd te hebben. Wat is hun toekomst? Die vraag maalt maar door ons heen.

Ik herinner U aan wat er gebeurd is. Op veel te jonge leeftijd maakten ze mee dat beide ouders na een slopende ziekte op veel te jonge leeftijd overleden. De spanning die ze doormaakten, de angst en de onrust… Niet te verdragen voor kinderen.
Het leven moest voor hen nog beginnen en toen vielen de wegwijzers al weg.
Ze werden liefderijk opgenomen door anderen. Maar na een maand leden ze weer een verpletterend verlies: de jongste, een meisje, kwam om.
Ik zie ze nog lopen op het kerkhof bij de laatste begrafenis. De twee jongsten van de vier wáren al zo klein, maar nu waren het mensjes , bijna tot niets geworden.
Here God, zeg nou Zelf, dat is toch teveel voor kinderen.

En bij het opgroeien werd ze vaak tekort gedaan. Ze zijn beschadigd door goedbedoelde maar domme woorden en gedragingen. Ze raakten ontredderd en stuurloos. En ze dachten niet meer aan uw handen met hun namen.
Here God, als ze nu voor uw troon zullen staan, denkt u dan alstublieft aan alles wat ze moesten meemaken en treedt ze in uw grote wijsheid en liefde tegemoet, neem ze in uw ontfermende handen. U bent toch een Váder, die alles begrijpt.

Anoniem

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief