Dames
2009-10-23
Ditmaal twee korte stukjes; beide over zusters in de kerk, en beide ook wel een tikkeltje curieus.- Jaargang 53
- nummer 21
Het eerste komt uit het Christelijke Gereformeerde blad De Wekker (18 september). Het opvallende opschrift erboven luidt: ‘Purmerend laat zuster uit gemeente voorgaan in eredienst’. Het blijkt te gaan om het volgende:
Naar onlangs bekend is geworden, heeft in een kerkdienst van de kerk in Purmerend een zuster uit de gemeente een eredienst geleid. Op zondag 2 augustus ging zr. T. Kuijper-Roomer, niet-ambtelijk secretaris van de kerkenraad, voor in een leesdienst.
Br. G.J. den Otter, voorzitter van de kerkenraad van Purmerend, gaf aan De Wekker de volgende toelichting:
‘In Purmerend moeten al langere tijd vaak leesdiensten worden gehouden. Gelukkig mogen we constateren dat de opkomst in de diensten daar niet echt onder lijdt. Wèl trekt het een zware wissel op onze ‘preekleescapaciteit’. We hebben in Purmerend vijf ervaren preeklezers. Twee van hen zijn ambtsdrager, de andere drie zijn gewone gemeenteleden die ervaring hebben opgedaan in een eerdere ambtsperiode. Met deze vijf preeklezers kunnen we meestal uit de voeten. Maar tijdens de zomervakantie bleek dat niet genoeg.
In augustus van dit jaar waren op een bepaalde zondag al onze vaste lezers net geweest óf met vakantie. We moesten dus iets anders verzinnen. Vorig jaar gaven kerkvisitatoren aan dat elk ‘gewoon gemeentelid’ (man of vrouw) een preek mag lezen, mits de dienst geleid wordt door een ambtsdrager.
In Purmerend staat uiteraard ook een leesdienst onder leiding en verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Dit wordt tot uiting gebracht door het ‘opbrengen’ door de ouderling van dienst. Maar verder verzorgt in Purmerend de preeklezer de hele dienst. Dat is al jaren zo, ook als de lezer geen ambtsdrager is. We zagen geen reden daarin nu verandering te brengen alleen omdat een zuster uit de gemeente de dienst verzorgt’.
Ds. D. Quant, deskundige op het gebied van het kerkrecht, wees in een reactie op de onderlinge afspraken, vastgelegd in de kerkorde. ‘Over leesdiensten worden bij het kerkvisitatiereglement twee dingen gezegd: 1. dat altijd preken van chr. ger. predikanten gelezen moeten worden; 2. dat de preek gelezen wordt door een ambtsdrager of een ander gemeentelid. In dat laatste geval zal de dienst geleid dienen te worden door een ouderling die ook voorgaat in de gebeden’.
Tot zover het bericht in De Wekker. Mijn conclusie: Purmerend is wel een beetje creatief omgegaan met de geldende regels. En dus zal het laatste woord hier nog wel niet over gesproken zijn.
Tja, die dames in de kerk, ‘t is me wat. In de Gereformeerde Gemeenten heeft men daar nog weer heel andere zorgen over. Het valt namelijk niet mee om alle zusters te overtuigen van de Bijbelse noodzaak ook in onze tijd in kerkdiensten nog een hoofdbedekking te dragen. In De Saambinder heeft ds. C. Sonnevelt deze zomer daarover een serie van niet minder dan zes artikelen geschreven. In het laatste (17 september) bespreekt hij nog een aantal vragen, die, naar hij schrijft, ‘vaak gesteld worden’:
Een van die vragen is wanneer meisjes moeten beginnen met het dragen van een hoofdbedekking. Die vraag is niet moeilijk te beantwoorden. We zouden net zo goed kunnen vragen wanneer een jongen moet beginnen géén hoofdbedekking te dragen. De wijze koning Salomo zei: ‘Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken’ (Spreuken 22:6). Laten onze meisjes wennen aan een hoofdbedekking vanaf de eerste dag dat zij meegaan naar de kerk.
Een andere vraag betreft de omvang van de hoofdbedekking. Hoe groot of hoe lang moet zo’n bedekking zijn? Opnieuw is het antwoord eenvoudig. Een hoofdbedekking moet zo groot zijn dat ze het hoofd bedekt, of het nu een sluier is, een haarnet, een hoofddoek, een hoed of wat dan ook. De apostel gebruikt het Griekse woord “peribolaion”, wat zoveel betekent als ‘een bedekking van rondom’. Een onzichtbaar sjaaltje, een mini-kapje of een ‘tochtdoekje in de nek’ vallen niet onder deze definitie. Zulke dingen bedekken de heerlijkheid van de vrouw (het haar) niet, maar laten die heerlijkheid des te meer uitkomen. Niemand kan of wil hier een ander de maat nemen, maar een hoofdbedekking behoort te doen wat het woord aangeeft. Tegelijkertijd dient een hoofdbedekking vooral eenvoudig te zijn. Geen hangende tuinen dus of indrukwekkende bouwwerken. De hoofdbedekking is de vrouw gegeven als een symbool van haar onderworpenheid en niet als een middel om te showen in de gemeente of om andere vrouwen de loef af te steken.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.