Gemeente en gescheidenen (1)
2002-08-23
In het begin van dit jaar werd er in Amersfoort op particulier initiatief een dag gehouden met als thema: ‘Hoe verder na een echtscheiding’. Er waren nogal wat mensen, uit heel verschillende hoek: van evangelisch via vrijgemaakt tot afkomstig uit de gereformeerde gemeentes. Hier volgt mijn bijdrage voor deze dag.- Jaargang 46
- nummer 16
Echtscheiding, het is een hard gegeven.
Hard in een aantal opzichten. Voor mensen wie het overkomt is het onaangenaam, hard. Je blijft het lang, levenslang, met je meedragen. Ook in die zin is het hard: het laat zich altijd voelen, soms met meer en soms met minder kracht, maar het is er. Een hard gegeven ook in dit opzicht: er kan zo gemakkelijk over gesproken worden.
Een heerlijk onderwerp voor de roddel –zacht, en venijnig, en daarin zo hard-, en je bent en voelt jezelf daarin zo machteloos en mogelijk ook schuldig. En ook in nog een ander opzicht is echtscheiding een hard gegeven: het komt hoe langer hoe meer voor, ook in christelijke gemeentes.
Wat de achtergronden ook kunnen zijn van scheidingen, het gaat hard, want het gebeurt sneller dan vroeger. Echtscheiding: een hard gegeven, vaak wordt er mee omgegaan zonder mededogen, heel hard.
Graag wil ik u vandaag het een en ander vertellen over de link tussen gemeente en echtscheiding. Ik wil m’n verhaal indelen in de volgende punten:
1) Wat kan de gemeente betekenen voor gescheiden mensen?
2) Wat kunnen gescheiden mensen betekenen voor de gemeente? En kort:
3) De rol van geloven rond een scheiding.
Uitgangspunt
En voordat ik hiermee begin, nog een ander punt. Eerst wil ik iets zeggen over mijn uitgangspunten bij dit verhaal.
Om het heel simpel en duidelijk te stellen: mag je als getrouwden uit elkaar? Wat zegt de Bijbel ervan?
Het is vandaag niet de bedoeling om de Bijbel uit te pluizen en te kijken wanneer je huwelijk verbreken misschien wel en wanneer het niet geoorloofd is. Het uitgangspunt van de Bijbel is: blijf elkaar trouw, verbreek de huwelijksband niet. De grote uitzondering is wat we noemen ‘overspel’; een raar woord trouwens, want als je al van ‘spel’ wilt spreken, je speelt in dat geval met vuur.
Levensgevaarlijk! En nu kun je de lijn van ‘overspel’ wat uitrekken, verbreden.
Van letterlijk overspel, dus dat je man met iemand anders dan z’n eigen vrouw naar bed gaat, het ‘vreemd-gaan’ naar het ‘van-elkaar-vervreemden’. En Paulus noemt het punt van bewilligen in het uit elkaar gaan wanneer jij als gelovige getrouwd bent met een niet-gelovige en die wil bij je weg. Ook dit punt kun je uitrekken naar: hij of zij gedraagt zich als een niet-gelovige. Ik snap deze redeneringen. Ik snap het ook wanneer mensen menen dat Jezus’ vrij absolute uitspraken gedaan zijn in een andere maatschappij dan de onze.
Als je daar en toen als vrouw werd weggestuurd door je man, en zeker zonder een zogeheten ‘scheidbrief’, dan waren je rechten weg. Je had geen bestaanszekerheid meer, geen leven meer. En wanneer mensen die lijn doortrekken naar: wanneer ik getrouwd blijf, heb ik geen leven meer, ik raak zelf als het ware afgestorven, ben levend dood, dan volg ik dat. En ik heb er begrip voor, zeker. Toch wil ik m’n uitgangspunt nemen in deze stelling: Echtscheiding is zonde. Dat is een stelling, algemeen geformuleerd en doet absoluut geen recht aan vele scheidingen en gescheidenen, ik besef het. Toch is dit wel m’n uitgangspunt, het principe. Voor mijn part: de norm, de bedoeling van de Here God met het huwelijk.
Ik zeg: laat de hoge norm van God hoog blijven. Zó is het bedoeld en zo is het goed. Onze nuances bij zo’n helder en duidelijk gebod die zijn er, en die zijn er terecht, maar die horen niet thuis in het eerste couplet van het lied. Dat is een later vers.
Uitgangspunt dus voor mij: scheiding is zonde, is schuld, is falen.
Wat God heeft samengevoegd…
Dat heeft met name te maken met het absolute woord van Jezus. Toen hem gevraagd werd hoe hij dacht over echtscheiding, toen verwees hij naar het begin, naar de schepping van mannelijke en vrouwelijke mensen en hij noemde het woord uit Genesis 2: Daarom zal een man vader en moeder verlaten, zijn vrouw aanhangen en die twee zullen één vlees zijn. Zo zijn ze niet meer twee, maar één vlees.
En dan dat absolute woord: Wat God dan heeft samengevoegd, laat de mens dat niet scheiden. Velen van u zullen de vraag hebben: Is ieder huwelijk dan een samenvoeging door God van deze vrouw met deze man? Ben ik door God zelf samengevoegd met mijn man, ex-man, mijn vrouw, exvrouw?
Om het maar gewoon te zeggen: Klopt het achteraf gezien wel dat je op je trouwkaart schreef dat God jullie bij elkaar had gebracht? … Het zijn hele tere en intense vragen, die diep in je vlees kunnen snijden.
Vragen waar je flink mee kunt worstelen.
Ik zal u geen college uitleg geven, daarom ga ik wat kort door de bocht. Dit absolute woord van Jezus moet volgens mij ook absoluut worden uitgelegd en toegepast. Wat Jezus hier wil, hier doet, dat is niet de vraag op het bordje van ieder van u gooien: kijk maar, zoek maar uit of jouw huwelijk door God gewild was of niet. Hij zegt en bedoelt het, volgens mij, heel algemeen, voor iedereen dus. En hoe aanlokkelijk de gedachte misschien ook is dat u en uw ex-man of –vrouw niet door God waren samengevoegd, zó wil Jezus’ woord niet gelezen worden.
Nogmaals: dat wil voor mij niet zeggen dat scheiden altijd verkeerd is. Er zijn een heleboel redenen denkbaar dat het kan, mag, misschien zelfs wel moet, maar uitgangspunt is: wees trouw aan elkaar.
Rol van de gemeente
Wel, dat als ‘voorafje’. Nu dan ons eerste punt: wat kan de christelijke gemeente betekenen voor gescheiden gemeenteleden?
Ik denk aan een aantal punten, die steeds cirkelen om dit idee: je hoort bij de gemeente en dus geven wij om jou. Je hoort bij ons wie je ook bent, wat je ook doet, wat je ook is overkomen.
Je bent deel van het gezin van God, we zijn broers en zussen van elkaar en daarom willen we zorgdragen voor elkaar. Ze hoeven geen dingen goed te praten. En al helemaal niet als er niets goed te praten is, maar het is wel een wezenlijke taak van de christelijke gemeente om er te zijn. Ik heb moeten denken aan wat iemand me eens vertelde. Het was een ongetrouwde vrouw die zwanger geraakt was van een getrouwde man. Die man bleef bij zijn vrouw. Zij biechtte het op aan het gezin waaruit ze kwam en haar broers zeiden tegen haar: Trut. En toen: Wat kunnen we voor je doen? De taak van de gemeente is er te zijn voor de gescheidene.
Wat de achtergrond van de scheiding ook maar is, de gemeente heeft de taak, de plicht, er voor de gescheiden vrouw en/of man te zijn.
En laten de kinderen niet vergeten worden.
Heel vaak gaat alle aandacht uit naar de man of vrouw –en dan meestal naar degene die in de ogen van de buitenwacht de verlatene is, de in de steek gelatene-, en er is weinig aandacht voor de kinderen. Maar ook naar hen toe geldt: wees er voor hen. En dan zal het ene kind, net zoals de ene gescheidene, aangeven met een bepaald iemand te willen doorpraten, regelmatig gesprekken willen hebben, en het andere kind, net als een ander gescheiden iemand, zal duidelijk maken geen of minder contact te willen hebben of het in ieder geval niet voornamelijk te hebben over de scheiding en de gevolgen daarvan. Maar laat de gemeente –of beter gezegd, want minder ‘massief’, laten de gemeenteleden ervoor zorgen dat zij er zijn. En dan kunnen de mensen zelf een keus maken voor wel of geen contact. Maar waar een gemeente in feite afwezig is, is geen keus te maken, en is zeker vanuit hen geen troost en nabijheid.
‘Tweede scheiding’
Het komt nogal eens voor dat gescheiden gemeenteleden ervaren dat ze met hun scheiding niet alleen op afstand zijn komen te staan van hun voormalige man of vrouw, maar ook van hun gemeente. Of het op feiten gebaseerd is of dat het hun gevoel is, het is een gegeven dat veel christenen het zo voelen. En natuurlijk, het kan zijn dat je te hoge verwachtingen hebt van je gemeente. En helemaal wanneer je je jarenlang echt voor de gemeenschap gegeven hebt, en je krijgt dan, juist op een moment dat je het hard nodig hebt, zo weinig terug, dan komt dat hard aan, heel hard. Terecht of niet, je verwachtingen, het gevoel van gescheiden mensen, ik wil er hier dringend voor pleiten dat gemeenteleden, en zeker de mensen met verantwoordelijkheden, zich er zeer bewust van zijn of worden dat men zich snel in de steek gelaten kan voelen. Het is niet zomaar dat Maria Stoorvogel en Anne Westerduin–de Jong in hun boek ‘Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor’ het hebben over een ‘tweede scheiding’. Die omschrijven ze als ‘het onvermogen tot medeleven van de kant van de gemeente’.
En ik weet het: vaak zat trekken mensen die gaan scheiden zich een tijd voordat dat naar buiten komt al wat terug uit het gemeenteleven en zijn gemeenteleden met speciale taken in het pastoraat niet meer zo op hen gespitst als eerst. Ze liggen als het ware wat buiten je blikveld, maar dat praat het toch niet goed? Nee, ik wil het duidelijk stellen: gescheiden gemeenteleden mogen aandacht verwachten, zorg, bemoediging, kritisch doorvragen, gebed, een luisterend oor, iemand kortom die er voor jou is.
Ik hoop dat deze dag gemeentes, kerkeraden, voorgangers en oudsten, ouderlingen, diakenen, bezoekdames en –heren bewust maakt van de valkuil die er is. Door te dóen alsof er op dit punt nauwelijks of geen problemen zijn, zou je kunnen denken dat ze er niet zíjn. Het is struisvogelpolitiek. En dan niet ten koste van jezelf, maar wel ten koste van kostbare mensen, kinderen van God. Laten gemeentes, de verantwoordelijken daar voor het pastoraat, alsjeblieft dit serieus nemen.
Het gevoel van veel gescheiden christenen is dat ze naar de rand van de gemeente worden opgeschoven, niet meer zo meetellen, minder belangrijk worden geacht. En als ik iets van Christus heb geleerd, is het dit: mensen zijn vol waarde, voor Hem, voor anderen, voor zichzelf. En als we doen alsof er mensen met minder waarde zijn, gescheiden en dus zondiger of zo, dan hebben we op een heel belangrijk punt onze Heiland niet begrepen.
Eén lichaam en veel leden
Ik wil hier Paulus ter sprake brengen.
U kent allemaal wel zijn beeld van de kerk: het ene lichaam met de vele leden.
En wat verder opvalt in zijn brieven is met name de nadrukkelijke plek die hij inruimt voor Jezus Christus. Steeds weer heeft Paulus het over Hem.
Waarom? … Hij wil dat iedereen in de gemeente beseft dat een gemeente geen toevallige club mensen is; mensen met dezelfde hobby: geloven.
Maar je bent gemeente van God, van Jezus. Van de gekruisigde en opgestane Jezus. En het tweede is dat Jezus voor iedereen in de gemeente gestorven en opgestaan is. In dat opzicht is iedereen in de gemeente evenveel waard. Niet gelijk, maar wel gelijkwaardig.
Paulus heeft het ondermeer over de verscheidenheid. M’n ogen zijn niet inwisselbaar voor m’n benen en m’n neus niet voor m’n buik. Het is juist het typerende en het mooie van het lichaam, dat er zoveel verscheidenheid is. Alles heeft elkaar nodig. Als ik alleen maar uit ogen bestond, ik zou hartstikke veel kunnen zien, geweldig, maar ik zou er niets mee kunnen doen.
Als ik alleen maar uit handen bestond, opnieuw: geweldig, wat zou je veel dingen kunnen doen, alleen: ik zou niet eens kunnen zien wat ik zou kunnen doen, want ik had geen ogen.
Oftewel: je hebt elkaar nodig. Zoals de apostel het verwoordt: het oog kan niet zeggen tot de hand: jou heb ik niet nodig. Daarmee zou het oog zichzelf flink overschatten, zichzelf veel te belangrijk vinden. En daarmee zou het oog de ander onderschatten. De boodschap hieruit is: laat niemand zichzelf in de gemeente overschatten, hoeveel gaven je ook gekregen hebt.
En doe het al helemaal niet door over anderen heen te walsen. Anderen die in jouw beleving minder gaven hebben of die volgens jou zondiger zijn dan jij. Het is niet aan mensen om over zonden te oordelen, laat staan mensen te veroordelen, hen ver weg van je te doen zijn. Nee, ieder is evenveel waard.
Nogmaals: dat is niet hetzelfde als alles goed moeten vinden, natuurlijk niet. Maar wel: wees zorgvuldig tegenover elkaar. Alleen sámen ben je Christus’ lichaam. En het kan gewoon niet dat een deel van de gemeente zichzelf beter vindt dan anderen, omdat hun huwelijk bijvoorbeeld niet verbroken is. Ben je daarom beter?