Hemels goud stroomt ons blijvend toe
2002-09-06
- Jaargang 46
- nummer 17
| ‘Niet door kracht of geweld, maar door mijn Geest! Zegt de HERE der heerscharen” Zacharia 4:6 |
Het fundament ligt er al. Men was aanvankelijk zeer enthousiast begonnen.
Maar door tegenslagen (bergen van moeilijkheden die onoverwinnelijk en onbeklimbaar leken). wordt men al gauw ontmoedigd En, de gedachte 'het wordt nooit meer als vroeger!
Wat een kleine, geringe tempel bouwen we hier!. Niet te vergelijken met de tempel van Salomo. En, zullen wij dat werk wel kunnen doen en klaren?
zorgt voor de rest. Wat kunnen ontmoedigende gedachten ook ons parten spelen bij de opbouw der gemeente Gods antwoord hierop is het gezicht van de gouden kandelaar die Hij zijn profeet toont. Deze kandelaar heeft zeven lampen Elke lamp heeft z'n eigen toevoerbuis vanuit een gezamenlijke oliehouder voor de olie die als brandstof moet dienen. Ook ziet de profeet aan weerszijden van die kandelaar twee olijfbomen , waarvan de vruchten gebruikt worden om die olie te verkrijgen.
Nu is de gouden kandelaar geen onbekend voorwerp voor de Israëlieten.
Immers in de tempel stond een 7-armige kandelaar, die elke avond door de priester moest worden verzorgd en de lampen daarvan aangestoken, zodat er nooit duisternis zou zijn in de tempel.
Maar het verschil tussen deze kandelaar en die van Zacharia is,
a) dat bij de laatste één oliehouder gezien wordt, terwijl bij de 7-armige kandelaar elke lamp zijn eigen oliereservoir had.
b) Ook behoeft die gouden kandelaar uit het gezicht niet door mensenhanden te worden verzorgd. Want op een verborgen manier vloeit er constant olie vanuit de olijfbomen in de oliehouder en via toevoerbuizen naar de lampen, zodat er altijd licht is.
Vragen we ons nu met Zacharia af wat de betekenis van dit alles mag zijn, dan zal het ons net als de profeet vergaan.
Wij zien het 'als voor onze ogen getekend', maar weten de betekenis daarvan niet. Totdat God het ons duidelijk maakt. “Wat betekent dit, mijn heer?” Waarop de HERE door zijn engel onderwijst: Niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen
De HERE vertelt Zacharia (en ons) dat de bouw van die tempel,(de gemeente) geen werk van menselijke kracht noch dwang is. Alleen de Geest van God kan het werk klaren. Hij maakt de gemeente tot lichtdrager. En, feitelijk heeft Hij daar geen mens voor nodig.
(hoewel Hij in zijn genade toch daar mensen voor gebruikt) Moge we daar maar veel om bidden, dat God ons zijn genade en Heilige Geest geven zal (Zondag 45 HC)opdat de gemeente gebouwd wordt. We doen van alles maar verzuimen zo vaak dat allerbelangrijkste.
Gebed.
Nu is de Heilige Geest blijvend aan de gemeente geschonken. Ook vandaag deelt Hij zijn gaven uit naar Zijn wil.
En zonder bemoeienis en werk van mensen blijft dat ‘stromen’. God zelf houdt het licht van zijn genade brandende.
Maar daar gebruikt Hij wel mensen voor om het te brengen waar het wezen moet. (4;11ev.) De twee olijftakken immers, die als toevoerbuizen van het hemelse goud (olie = H.Geest) dienen, symboliseren de twee ’gezalfden’ die voor het aangezicht des Heren staan. (Jozua en Zerubbabel) Zij worden door de HERE gebruikt om die lampen brandende te houden. Als middel in Gods hand. Toch moet ook van hen gezegd worden dat zij slechts hun ambtswerk kunnen doen: door de Geest Gods. Immers gezalfd zijn betekent door God aangesteld en bekwaam gemaakt om Gods ambtswerk te kunnen doen.
Wijzen deze gezalfden niet op Hem die de grote Gezalfde genoemd wordt, Christus Jezus, die naast en door de Geest werkzaam is aan en in de gemeente.
Niet als bijwagen, maar als toevoerbuis van het hemelse goud. Hij was in alles afhankelijk van Zijn hemelse Vader, om zijn ambtswerk volmaakt te vervullen.
Putten we daar maar moed en troost uit. Vaak zien we in de gemeente moeiten en tegenslag, bergen die ons te hoog lijken en niet te nemen. Dat werkt ontmoedigend en maakt onze handen slap. Laten we dan zien op Hem die Zijn werk ook vandaag doorzet.
Op een verborgen manier vaak maar toch onophoudelijk stromend in en door het offer en opstanding van Christus. Zo stroomt ook Gods kracht, ‘t hemels goud, blijvend ons toe. Om wat Hij begonnen is te voltooien.
Vragen:
1. Welke zaken uit dit Bijbelgedeelte spreken u aan en welke zijn moeilijk te vatten. Bespreek die met elkaar
2. Welke zaken werkend ontmoedigend ten aanzien van gemeenteopbouw.
Geef eens concrete voorbeelden.
Wat doet u eraan?
3. Welke plaats neemt gebed om de Heilige Geest in? In de gemeente en in uw persoonlijk geloofsleven?
Is dat ook in lijn met zondag 45 HC ,vrg antw 116. Vooral dat’ zonder ophouden, en van harte’?