Gemeente en gescheidenen (2)
2002-09-06
In Opbouw nr 16 van 23 augustus (pagina 328) publiceerden we het eerste deel van ds Mark Janssens’ bijdrage over ‘Gemeente en gescheidenen’.- Jaargang 46
- nummer 17
Ds Janssens zette daarin uiteen wat de gemeente kan betekenen voor gescheiden mensen. In dit vervolgartikel wordt stilgestaan bij de vraag wat gescheiden mensen kunnen betekenen voor de gemeente waar ze bij horen. Ook de plaats van het geloof rond een scheiding komt tenslotte voor het voetlicht.
Het ene lichaam en de vele leden. Dat zegt iets van de kerk. Wat de gemeente kan en moet betekenen voor haar gescheiden leden. Het zegt ook iets over de gescheiden christenen. Dat is m'n tweede punt: Wat kunnen gescheiden christenen voor de gemeente betekenen?
Rol van gescheiden gemeenteleden
Als ik eerst nog even bij het beeld van Paulus blijf, dan zeg ik dit. Het is een beeld waarmee Paulus het ons niet gemakkelijk maakt. Want in iedere gemeente, welk naambordje er ook maar boven staat, zijn er verschillende mensen. Mensen met een verschillende geloofsbeleving, met diverse geloofsuitingen, met een verschillende visie op dit en op dat. En toch blijft het staan: allen leden van het ene lichaam, zelfs al is dat lichaam flink gescheurd. Dat beeld van het lichaam, hoe moeilijk het Evangelie het ons ook misschien daarmee maakt, ik vind het mooi, toch mooi. Want ik proef er dit in. Er is verscheidenheid: ogen, oren, neuzen, benen en ga maar door. Een gemeente is per definitie geen eenheidsworst.
Ik zeg er tussen haakjes bij: alsjeblieft niet. En er is per definitie afhankelijkheid. Het oog kan in m’n eigen lijf niet zeggen, als het al kon praten: ik heb de hand niet nodig.
En andersom gaat het ook niet. Nee, alles en iedereen is mede van de ander afhankelijk. De voet kan leren van het oor, de rug van de arm. Oftewel: de ongetrouwde kan leren van de 50-jaar getrouwde, en omgekeerd. De kinderloze kan leren van de moeder van een paar kinderen, en omgekeerd. En de gescheidene kan leren van de nietgescheidene, en omgekeerd. We kunnen leren van elkaar. We moeten leren van elkaar. Wanneer je de diversiteit –de vele, velerlei leden- combineert met het op elkaar aangewezen zijn –alleen sámen ben je het ene lichaam-, dan leidt dat tot dit: je bent verantwoordelijk voor elkaar. En dat betekent, zonder dat je het in alles of zelfs in grote lijnen met elkaar eens zou moeten zijn, dat je wezenlijke dingen van je leven en van jezelf met elkaar deelt. Dat hoeft geen gewroet in elkaars of je eigen ziel te zijn. Maar wel dat je je zó openstelt voor de ander, dat die voelt dat hij of zij bij je welkom is, dat het bij jou vertrouwd is.
Dat geldt voor de mensen die met een gescheiden gemeentelid te maken hebben, hoe ze ook tegen scheiden aankijken. En het geldt net zo goed voor de gescheiden gemeenteleden die met hun medegemeenteleden te maken hebben, hoe die ook tegen scheiden aankijken. Waar je zoiets wezenlijks als een scheiding of een proces daaraan voorafgaand en daarop volgend niet met elkaar deelt, daar doe je de gemeente tekort. Je trekt je als oog in feite terug. En je geeft de gemeente geen kans je te laten merken dat je deel bent van het geheel.
En ik snap het: je gaat niet met je kwetsbaarheid, met je falen, je pijn, de straat op. Dat hoeft ook niet. Maar waar de praktijk uiterst vaak is, dat niemand of hooguit een enkeling binnen de gemeente weet van wat er voor diepingrijpends in je leven zou kunnen gebeuren, daar maak jij het de gemeente in feite onmogelijk als gemeenschap te functioneren, als lichaam met veel leden. Dat klinkt hard, ik geef het toe, maar ik kijk er wel zo tegenaan. En natuurlijk, je loopt er niet mee te koop. En heel vaak houd je ergens de hoop dat het toch nog goed komt en wil je niet als het ware te vroeg je vuile was buiten hangen. En ik kan daarin mee gaan, zeker. Maar wanneer het dan toch zover gekomen is dat je huwelijk verbroken zal worden of is, geef dan de gemeenteleden de kans om met je in contact te komen. En wees reëel. Het is voor mensen heel moeilijk om voor hen plotseling met een scheiding geconfronteerd te worden.
Al dan niet bewust hebben ze dan het gevoel: eerst mocht ik er niet bij zijn en nu wel? Dat maakt het voor mensen gewoon moeilijk om met je om te gaan. Wanneer dat desondanks wel gebeurt, wanneer je hen dus ook die kans geeft, dan is het aan jou wat je doet. Wat je doet met degene die je in feite de les wilt lezen en met degene die je af en toe een kaartje met een enkel woord daarop toestuurt.
Maar je laat in ieder geval de gemeente daarmee toe tot jou.
Laat zien wie je bent!
Jij, als gescheidene, kunt de gemeente verrijken door te laten zien, te laten merken, hoe jij je leven leeft, wat Gods liefde voor jou betekent, voor jou als gescheidene. Het is misschien makkelijk gezegd, maar probeer te laten merken dat jij niet veranderd bent als mens, als gelovige. Laat je broeders en zusters maar zien dat je niet veranderd bent van een broeder, een zuster, in een ‘geval’, een ‘probleem’, een ‘complexe situatie’. Dat betekent natuurlijk niet dat je nergens op aanspreekbaar zou zijn, zeker niet. Het wil zeggen dat je leden van elkaar bent en dus open en vrij met elkaar zou moeten kunnen spreken, over elkaars geloof, visie, beleving. Waar een gescheidene zich aangevallen voelt, daar is het klimaat bij voorbaat verkeerd.
Tegelijk is het volgens mij ook niet goed wanneer gescheidenen zichzelf bij voorbaat terugtrekken. Of de andere kant op, haast 'militant’ lijken op te treden door niet het gesprek over het andeal dan niet legitieme van scheiden te willen aangaan. Kortom: wat kunnen gescheiden mensen betekenen voor de christelijke gemeenschap? Veel, door namelijk zichzelf te blijven en open de contacten met anderen aan te gaan.
Je bent deel van de gemeente en dus heeft de gemeente recht op jou, op jouw verhaal, jouw geloof, jouw beleving, jouw visie.
Identiteit
En daarbij, en dan kom ik tot een afronding van dit punt, is het uiterst belangrijk, dat gescheiden mensen beseffen dat je meer bent dan een gescheiden iemand. Het zou niet best zijn als je identiteit vooral zou bestaan uit het feit dat je gescheiden bent.
Natuurlijk speelt het mee, dat kan niet anders. Het is en het wordt hoe langer hoe meer een deel van je. Maar als dat het meest bepalende van je is of lijkt te zijn, dan is er de levensgrote vraag: wie ben je nu echt? Zoals het voor getrouwden niet goed is als je je identiteit vooral ontleent aan je partner, zo is het voor niet-meer getrouwden niet gezond, wanneer je je identiteit met name zou ontlenen aan je niet-meer getrouwd zijn. Nee, je bent zelf iemand, een persoon, een persoonlijkheid.
Hoe kwetsbaar en gebroken ook, je bent altijd meer dan het intense dat je meemaakt. En het geldt helemaal voor gelovigen. Je mag je identiteit ontlenen aan Jezus Christus. Hij is voor jou niet minder gestorven dan voor je gelukkig getrouwde buurvrouw. En ook voor haar niet minder dan voor jou! Jij bent zelf, als uniek mens, kostbaar.
Je wordt het niet pas door de ander, door een relatie, door een huwelijk en je wordt ook niet kostbaar-af doordat een relatie, een huwelijk stuk gaat. Blijf dat alsjeblieft beseffen!
En ook: fouten uit het verleden hoeven en mogen de toekomst niet blokkeren.
Je mag, als kind van God, altijd verder en opnieuw beginnen.
De rol van geloven
Heel kort nog over m’n derde punt: de rol van geloven rond een scheiding.
Ik kan nu alleen maar een paar dingen aanstippen. Zoals bij alle soorten crises kan geloven in de tijd voor, van en na een scheiding flink veranderen. Het kan van je enige houvast in een seconde veranderen in de diepbeleefde twijfel of God er wel is, of Hij er wel voor jou is. De een vindt juist in z’n geloof z’n enige kracht, de ander ervaart één grote leegte. Je kunt en zult worstelen met de vraag naar vergeving.
Dat geldt sowieso wanneer je beseft dat jij degene bent die het huwelijk onmogelijk heeft gemaakt. Maar ook wanneer de ander zodanig is geweest of heeft gedaan dat verder samen-leven onmogelijk werd, kun je flink tobben over de vraag of jij dat niet had kunnen voorkomen. Heeft de ander bij jou niet de liefde geproefd, het zichzelf mogen-zijn, waardoor hij andere wegen zocht om liefde te krijgen, of zelf-aanvaarding, om maar eens iets te noemen? Vergeeft God mij, mijn aandeel in de totstandkoming van de scheiding? En vergeving van je ex-partner?
Moet je de ander vergeven? Kan dat? Ik ga er nu niet op in, maar noem het slechts als een gegeven waarmee je te maken krijgt. Het kan zijn dat je de scheiding beleeft als een Gods-oordeel.
Het zal duidelijk zijn, dat dat ingrijpend is. En hoe dan verder? Vaak speelt de wens mee naar een nieuwe relatie –soms al heel snel, terwijl je dat misschien zelf wel niet wilt, maar het lijkt je te overkomen, dat de vraag in je gevoel opkomt. En daar dan ook vaak de vraag aan vastgekoppeld: kan hertrouw volgens de Bijbel?
Kortom, er rollen zomaar een aantal hele wezenlijke vragen uit m’n losse pols. Stuk voor stuk zaken die diepingrijpend zijn op geloofsgebied. Ik wil met name dit punt benadrukken.
Neem de tijd om deze dingen te overdenken.
Je hoeft niet met alles in één keer klaar te zijn. God geeft en heeft de tijd. En Hij geeft u ook de tijd. En wanneer je de tijd gebruikt, de tijd en daarin de Geest, z’n werk laat doen, beetje bij beetje, dan kom je wel verder.
Je wordt op termijn, door veel pijn, verdriet, woede, twijfel en wat niet al heen, een rijper mens, wijzer.
En daardoor kun je uiteindelijk andeal ren tot steun zijn.
En een ander punt dat ik hier wil benadrukken is: wanneer je zo weinig of niets van God merkt, van Jezus, van hun trouw en hun liefde, probeer niet in paniek te raken. ‘t Is wat gechargeerd, maar ik zeg het toch maar: je ziel en zaligheid hangen niet van jouw geloof af, van jouw ervaring dat Zij er zijn, maar het hangt helemaal van hen af.
En bij hen zit het goed.
Ik kom terug op de eerste twee punten van m’n verhaal. Als jouw geloof op een laag pitje komt te staan, vanwege wat er gebeurt of gebeurd is, wat kan het dan belangrijk zijn dat je deel bent van een gemeente. Iemand in een moeilijke situatie zei me ooit: Ik kan nu niet bidden, maar ik weet dat anderen dat doen. Laat het zo mogen en kunnen zijn.
Tot slot een spreuk:
‘Als de mens over anderen oordeelt, doet hij vergeefse moeite, vergist hij zich doorlopend en valt gemakkelijk in zonde; maar als hij over zichzelf oordeelt en zichzelf onderzoekt, verricht hij altijd vruchtbaar werk.’