Nieuwjaarsdeceptie

2001-01-05
  • Jaargang 45
  • nummer 1
Het is kwart over acht. De eerste schooldag van het nieuwe jaar. Ik loop de school binnen en ruik croissants.
Er staat een rijk gevulde tafel vol lekkernijen. Overal hartelijk kussende mensen en vriendelijk serverende cateraars.
Gelukwensen over en weer. Vrolijk gelach. En.… het is geen droom, maar werkelijkheid.

Het nieuwe jaar begint sterk, lijkt het. Alle eerste lesuren zijn uitgeroosterd en alle collegae worden door de directie getrakteerd op een nieuwjaarsontbijt. Kosten noch moeiten zijn gespaard om 2001 feestelijk te starten.
En dat is wel wat waard op een school die geplaagd wordt door werkdruk, uitvallende docenten en niet vervulde vacatures.

Er is alleen een klein probleempje. Er lopen ook al wat leerlingen rond en het worden er steeds meer. En zij waren nou juist niet uitgenodigd bij dit ontbijt.

We zitten als in een groteske Charles Dickens story onze maaltijd te nuttigen. In hun school, in hun kantine. De enorme tafel met broodjes, croissants en jus d’orange staat zelfs voor hun kapstokken en kluisjes. Ik zie een meisje twijfelen. Wel of niet langs de tafel lopen. Ze staat zoals leerlingen staan aan de rand van de docentenkamer in een pauze. Op de drempel van een soort heilige der heilige, maar dan anders. Die gewijde plek wordt slechts bewoond door docenten die nu ‘even geen leerlingen willen zien of horen.’ Net als nu. Er is duidelijk gezegd: eerste uur na de vakantie geen les.

Ik denk opeens aan de opmerking van een collega, vlak voor kerst: ‘We hebben een enorm leuke school en leuke afwisselende baan, alleen jammer dat er ook leerlingen zijn.’ Hij lachte hard om zijn eigen grap en ik zie hem nu ook nadrukkelijk niet kijken naar leerlingen die binnendruppelden.

Misschien heeft zo’n collega gelijk. Het heeft op een prikbord gehangen vlak voor kerst. Het was alleen die akelige week dat er geen treinen meer reden op donderdag en vrijdag. De helft van de leerlingen was niet eens op school.
Sommigen hebben daarentegen docenten die gewoon eisen dat ze er wel zijn. Die enkeling doet niet mee met ‘die ontbijt flauwekul’ want hij heeft al genoeg lesuitval gehad. En een enkele leerling heeft zelfs gedacht dat het ontbijt voor leerlingen bedoeld was. Tot slot zijn er leerlingen die drie kwartier te vroeg op school zijn, domweg omdat hun openbaar vervoersaansluiting zo is. En met die koude sneeuwbuien blijf je niet buiten staan. Er ontstaat wat spanning. De directeur wil iets vertellen en houdt een korte, onsamenhangende toespraak. ( ‘Eet maar rustig verder…’) Er wordt zelfs een strofe uit de bijbel gelezen, maar deze gaat verloren in een rinkelend omvallende schaal met krentenbroodjes.

Rondom ons bacchanaal vormt zich langzaam maar zeker een groter groeiende groep leerlingen. Sommigen doen ijverig hun best zo nonchalant mogelijk ‘niet aanwezig te zijn.’ Onder de aanwezige docenten is een tweedeling zichtbaar. De ene helft permitteert zich nog steeds ‘vrij te zijn’ en eet onverstoorbaar door. De andere helft begint zich gegeneerd te bewegen en een enkeling neemt een broodje in de hand mee en verontschuldigd zich: ‘Mijn klas is er al, lijkt het, ik ga naar boven, les geven.’ Ik hoor iemand zeggen: ‘Ze zijn nooit op tijd, en nu zie ik opeens een hele klas me het eten uit de mond kijken, zo is er toch ook niets aan.’

Hij heeft gelijk. Er is niets aan. Ik loop naar de schaal met suikerbroodjes en tel er 25 af. Een collega naast me informeert vriendelijk of ik een koe ben en 9 magen heb. ‘Nee’, zeg ik, ‘ik heb er 25 en ze wachten in een lokaal op me.’

Dromer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief