Dominee Schoep
2002-09-20
Voor wie de naam hierboven niet zoveel meer zegt: ds B.J.F. Schoep was de opsteller van de Open Brief uit 1966 die veel commotie teweeg bracht in de Vrijgemaakt Gereformeerde kerken, en hij was ook degene die - mede vanwege die Open Brief - door de synode van Amersfoort (1967) naar huis gestuurd werd, omdat men hem niet meer werkelijk Gereformeerd vond.- Jaargang 46
- nummer 18
Via een omweg bereikte mij de schriftelijke neerslag van een gesprek dat twee jonge Vrijgemaakte theologiestudenten uit Kampen dit voorjaar voerden met ds Schoep. De tekst ervan is te vinden in het aprilnummer van het corpsblad Cornu.
Eerst iets over de aanleiding om met Schoep te gaan spreken. Ten dele heeft dat te maken met de brief die professor Douma schreef aan de synode van Zuidhorn (zie de Persschouw in Opbouw van 8 februari). Maar, schrijven beide heren:
Voor ons () ligt de aanleiding voor het gesprek met ds. Schoep vooral in de colleges Nederlandse Kerkgeschiedenis begin dit jaar. Daarbij hebben we het een en ander over en van hem gelezen. Hierin kwam hij voor ons intrigerend naar voren en we besloten hem op te zoeken om meer van zijn persoonlijke verhaal te weten te komen.
Met deze opvallende openheid zijn beide studenten het gesprek ingegaan, en afgaande op het vervolg is die openheid kenmerkend geweest voor het hele gesprek.
Een aantal passages, zonder verder commentaar van mijn kant: Het is belangrijk te vermelden dat Schoep nooit actief betrokken was bij de vele polemieken, bij discussies op de vierkante centimeter. Er is wel veel óver hem geschreven, maar daar is hij nooit tegenin gaan schrijven. De reden daarvoor was, naar eigen zeggen, dat hij gewoon niet goed was in het polemiseren over kleine puntjes dat in die tijd zo veel beoefend werd. “Ik ben meer een man van de visie. () Ik kan nou eenmaal niet polemiseren”, zegt Schoep. “Maar ja, ik heb zelf toch ook wel eens aangevallen? Ja, dat klopt.....” en even valt Schoep stil, vermoedelijk ietwat bezwaard door het antwoord dat hij op zijn eigen vraag niet kan geven. In een kerkstrijd worden mensen blijkbaar soms in harnassen gedreven die hen eigenlijk niet goed passen.
Vervolgens wordt gesproken over de Open Brief en dan over de synode van 1967, en over wat daarna gebeurde: Over de bewuste synodevergadering wil Schoep liever niet te veel uitweiden.
Het zit hem emotioneel duidelijk hoog. “Toen kreeg je de ‘overval van Drenthe’. Ze konden in die tijd veel over me zeggen en ik kon heel wat hebben, maar dit vond ik ethisch onaanvaardbaar.
Als ze ooit iets willen terugtrekken dan moet het wat mij betreft dit zijn. Op die vergadering hing echt de sfeer van ‘Als Schoep blijft, dan vertrekken wij’.” Ondanks de bescherming die Schoep genoot van zijn kerkenraad en PS werd hij toch definitief weggezonden van de synode. En evenals vele anderen kwam hij ‘buiten verband’ te staan.
“We stonden toen voor de vraag: ‘Wat gaan we nu doen?’ Bij vele buitenverbanders leefde de gedachte om weer een eigen kerkverband te stichten, maar daar was ik sterk op tegen.
Het kerkgenootschap was nogmaals gedecimeerd, moet je daar dan weer een nieuw kerkverband mee beginnen?
In Amstelveen waren we inmiddels bezig met samensprekingen met synodalen.
Daarover ontstonden in de classis Amsterdam weer moeilijkheden. Het kwam zelfs zover dat ds. G. Janssen uit Amsterdam tegen me zei: ‘Nu dien ik een bezwaarschrift tegen je in.’ Dit was de tweede zware klap die ik kreeg.
Ik wist niet meer wat mijn volgende stap moest zijn, maar één ding stond voor mij vast: Ik leg nooit m’n ambt neer. Niet lang daarna kreeg ik een beroep uit Bodegraven van de gereformeerde kerk synodaal. De keuze was niet moeilijk, dat heb ik toen met beide handen aangegrepen.” Deze actie paste in Schoeps vrijmakingsvisie.
De weg naar de brede gereformeerde gezindte heeft bij hem altijd opengestaan. “Over mijn keuze heb ik een brief aan de collega’s van de classis Amsterdam geschreven. Die keuze werd veroordeeld, ze vonden het teleurstellend.
Vreemd, men had zo vaak de mentaliteit van de vrijgemaakten aangevallen en nu hoorde je regelmatig: ‘Maar wij zijn toch ook goed vrijgemaakt?’” In de Gereformeerde Kerk Synodaal vond Schoep de ruimte die hij wilde.
“Wat voor mij persoonlijk belangrijk is, is dat men elkaar niet veroordeelt in de gereformeerde kerken. Het mag dan een ‘richtingenkerk’ geworden zijn, maar dat griezelige gedoe met scheuringen heb je tenminste niet. Denk aan de manier waarop Jezus met zijn tijdgenoten omging. Hij ging in open discussie met iedereen, ook met de Sadduceeën.
Mensen die niet eens in de opstanding geloofden!” Zo’n houding vindt Schoep navolgenswaardig, ook in discussies met mensen als Den Heyer.
Het leek ons wel lastig om in een kerkgemeenschap waarin veel ideeën naast elkaar kunnen bestaan, als kerk nog echt een identiteit te hebben.
Een uitstraling, die je ook aan een komende generatie kunt doorgeven.
Schoep stemde hiermee in en zag hier ook wel een tekort in zijn kerkgemeenschap: “Als theoloog en prediker moet je een overtuiging hebben, om zo inspirerend te zijn voor de mensen.” Dat heeft hem altijd aangetrokken in Schilder. Zo is hij zelf altijd predikant geweest. Die betrokkenheid raakte ons in het gesprek dat we voerden.