Wat tongentaal voor mij betekent
2002-09-20
(Naar aanleiding van de meditatie van ds F.H. Blokhuis in Opbouw 15/pagina 299) - Jaargang 46
- nummer 18
Sinds ongeveer mijn 18e kan ik in tongen spreken. Wanhopig biddend om deze gave, met de bijbel in de hand en een brochure met allerlei teksten ernaast, zat ik op mijn knieën en kreeg de moed om het gewoon te wagen.
En God verhoorde mijn gebed. Die nacht heb ik van geluk niet veel geslapen: als God me deze gave gaf, die de minste lijkt onder al die andere, dan kan ik nog veel meer van Hem verwachten.
Ik was heel gelukkig met Zijn nabijheid, die bijna tastbaar leek. Niet veel weken later zei God nadat ik in tongen bad :’je zult Mijn getuige zijn voor kinderen door middel van muziek.
’Ik dacht er niet aan om die uitspraak te toetsen, maar vond het een fijne belofte: een kolfje naar mijn hand.
Maar natuurlijk kwamen er perioden dat ik niet meer in tongen sprak, er niet eens aan dácht, of ook er aan twijfelde of het wel van God kwam. De jaren verstreken. Zonder aan de uitspraak van God te denken heb ik me in het kinderwerk gestort, vooral met veel muziek.
Ik deed per ongeluk wat God gezegd had. Maar na een periode van vijftien jaar liep dat spaak. Onverwacht werd ik door een zuster teruggefloten en dat was zo’n tegenvaller dat ik er ziek van werd en me helemaal terugtrok.
Toen kwam de uitspraak van God weer boven. Ik moest dit toch van God doen, hoe zit dit nou? Dat ik alles alleen deed en God voor mijn karretje spande had ik niet door. Dat ik het dan wel voor God deed, maar niet besefte dat ik van Hem afhankelijk was, drong ook niet door. Ik kon het wel zélf, al bad ik netjes om zegen. Het heeft dus ook heel lang geduurd voor ik die zuster zonder kromme tenen kon ontmoeten.
Zij was fout, ik niet. Als ik de tuin deed, rukte ik in mijn woede háár eruit, ik zaagde allerlei gemeenteleden, waarmee ik misschien ooit wel eens iets had gehad, tot de grond af.
En.... het kwam niet in me op om in tongen te bidden. Eigenlijk waren mijn gebeden broodmager. Ik was teleurgesteld in God, die de beschuldiging niet openlijk rechtzette.
Maar God bleef naar me omzien. Op een zondag bekeek ik in de kerk de gezichten van de mensen en dacht: wat gaat er in hen om? Ze kijken netzo depri als ik. Eigenlijk moet ik voor ze bidden. En op dat moment gaf God mij tongentaal. Ik heb de preek maar half gehoord. Ik was zo gelukkig dat Hij mij weer heel persoonlijk bemoedigde.
Sindsdien is er in mijn leven heel veel narigheid gepasseerd. Maar telkens kon God verrassend om de hoek komen: eerst gaf Hij tongentaal en daarna kwam Zijn woord van bemoediging.
Vaak een bijbeltekst, een psalm, (ook wel in de oude berijming) soms een lied, soms iets uit Opwekking.
Alles kon, maar opvallend was dat het me vaak in een ándere denkrichting stuurde. Het is steeds God die aangeeft dat ik in tongen moet bidden.
Ik kan dat weigeren, maar zal wel wijzer zijn! Voor mij is tongentaal het teken dat Hij met mij in gesprek is, en helpt. Voor mij is het een onmisbare gave om te weten of ik niet mijn eigen ik-kan-het-zelf-wel-koers vaar.
Onlangs hadden we het op de Alphacursus over gebedsgenezing. Degene met wie ik bad had een ernstig eczeem aan haar handen. God gaf me tongentaal - altijd binnensmonds –. Voor mij was dit een bemoediging: leg haar de handen op in Mijn naam en ze zal genezen. Dat werd door Hem bevestigd; ze genas binnen enkele weken.
Ik dankte God dat ik Zijn liefde had mogen doorgeven, ik mocht zijn werktuig zijn, maar Hij deed het grote werk.
Heb ik dan nu een tweede gave ontvangen?
Misschien wel, misschien niet.
Ik realiseer me dat ik zonder Hem niets vermag. Dat ik steeds in contact moet blijven met mijn Schepper, anders gaat het subiet fout. Hij deelt een ieder in het bijzonder toe, gelijk Hij wil. Ik voel geen hoogmoed, in tegendeel, misschien krijg ik deze extra’s wel zoals juist een zwakke leerling op school een extra stickertje krijgt!
Marijke (Naam en adres bij de redactie bekend)