Pim Fortuyn en de vernieuwing van de kerk (1)

2002-10-04
  • Jaargang 46
  • nummer 19
Op allerlei manier is de discussie over normen en waarden losgebarsten. In twee artikelen wil ik ook in dit blad een bijdrage leveren. Dat doe ik naar aanleiding van wat wel wordt gezien als het meest fundamentele boek van Pim Fortuyn: ‘De verweesde samenleving’.
In dat boek beschrijft hij de normen en waardencrisis in onze samenleving en de oplossingen die hij daarvoor ziet. Lezend en overwegend leidde dat bij mij tot de conclusie dat het huidige ‘na-fortuynse tijdsgewricht’ ons eens te meer noopt om ernst te maken met de vernieuwing van de kerk. Vandaar de titel. In dit eerste artikel beperk ik me hoofdzakelijk tot weergave van zijn visie op onze cultuur en de plaats van de kerk daarin.

Religieus-sociologisch tractaat
Dat een bezinning op dit boek van Pim Fortuyn (voor het eerst uitgegeven in 1995, maar door Fortuyn zelf opnieuw bewerkt en uitgegeven in 2000) niet misstaat in dit blad, blijkt uit de benaming die Fortuyn er zelf aan geeft: een religieus-sociologisch traktaat. Het fundamentele uitgangspunt van het boek is, dat een samenleving niet kan bestaan als ze niet wordt aangestuurd en bijeengehouden door een set gemeenschappelijke normen en waarden.
Hij stelt dat onze samenleving desintegreert, omdat deze gemeenschappelijke normen en normen niet meer overgedragen en daarom ook niet meer beleefd worden. De oorzaak daarvan ziet hij in een los geslagen individualisme gepaard gaande een losgeslagen technologische ontwikkeling.
Het hele idee van ‘samenleving’ - het besef dat je samen leeft en samen op weg bent – is verdwenen.
De samenleving lijkt slechts te worden gezien als een jachtterrein waar je je individuele belangen kunt najagen en je individuele doelen kunt realiseren. Het komt er in onze tijd op aan de samenleving opnieuw te ‘denken’, aldus Fortuyn.
Dat wil zeggen ons bewust te binnenbrengen wat het betekent sámen te leven, ‘samen-leving’ te zijn.

Moderniteit
In dit boek speelt het begrip ‘moderniteit’ een grote rol. Daarmee bedoelt hij de gestalte die onze samenleving heeft aangenomen sinds de tijd van de Verlichting in de 18e eeuw (met bijbehorende mentaliteit). Met dit begrip onderscheidt hij de westerse cultuur van de islamitische en aziatische culturen.
Het boek begint met de zin: ‘Sedert 1990 houd ik mij bezig met de intrigerende omgang van ons land met de moderniteit. Een omgang die wordt gekenmerkt door een collectieve negatie (ontkenning) van de elites van ons land van de problemen die moderniteit oproept’ Die problemen komen we vandaag de dag tegen in onverschilligheid en egoïsme, gebrek aan fatsoen en respect, een steeds toenemende criminaliteit, bureaucratie, economisering van het leven, verlies aan sociale samenhang. Kortom verlies aan leefbaarheid. Hét grote thema van vandaag.
De oorzaak daarvan ziet Fortuyn hierin, dat onze cultuur is losgeraakt van haar bronnen. De visie die hij daarop heeft is in principe niet nieuw, maar eenvoudig en helder beschreven, met toch een paar verrassende trekjes. Een visie die ik vruchtbaar vind voor de bezinning die de kerk pleegt op haar eigen functioneren in deze samenleving.
Reden waarom ik het de moeite waard vind, die voor het voetlicht te halen.

Drie bronnen van onze cultuur
Onze westerse cultuur (‘de moderniteit’) wordt gevoed door drie bronnen, aldus Fortuyn. Drie levensbeschouwelijke tradities: jodendom, christendom en ‘humanisme’. Deze drie tradities kun je ook zien als drie lagen, die in de loop van de tijd op elkaar gestapeld zijn en elkaar vervolgens hebben doordrongen.
Met alle spanningen die daar overigens bij horen.
Het aardige is nu, dat Fortuyn aan élk van deze tradities een fundamentele waarde verbindt. Het jodendom heeft ons ‘de wet’ gebracht, het christendom heeft ons geleerd wat ‘gemeenschap’ is, en het humanisme heeft het ‘individu’ uitgevonden.

Jodendom: Wet
De joodse cultuur heeft ons ‘de wet’ gebracht. Wij leven niet maar voor de vuist weg, maar naar wetten en normen die overgedragen en gehandhaafd worden door ‘vaders’. De vader is – in de beschrijving van Fortuyn - de centrale figuur in het jodendom. Hij treedt op als handhaver, overdrager en interpretator van het gemeenschappelijk normen-waarden systeem: dát wat in de gemeenschap geldt en waarlangs de communicatie en interactie verloopt.
Zonder deze overdracht van de ‘vader’-figuur valt de gemeenschap ten prooi aan willekeur en zal ze uiteenvallen en oplossen.

Christendom: Gemeenschap
Het christendom heeft deze aandacht voor de wet (zij het aangepast) overgenomen maar heeft er een belangrijk element aan toegevoegd. De christelijke kerk heeft namelijk onze cultuur geleerd wat ‘gemeenschap’ is. De kerk in de eerste eeuwen is te zien als een gemeenschap van gemeenschappen.
Tegen de verdrukking in wist zij zich te handhaven. Na de val van het Romeinse Rijk was het de kerk die de verstrooide Europeanen bijeenhield in een gemeenschap die vele naties omvatte.
Dit ‘gemeenschaps-denken’ was van huis uit verbonden met het joodse ‘vader-denken’. Dat resulteerde in hecht georganiseerde ‘vaderlijk’ geleide gemeenschap, waarin gezag en hiërarchie de bindmiddelen vormden.
(paus = papa).
Het christendom bracht zo het besef dat we als mensen van welke nationaliteit en ras ook ‘samen’ zijn en op een bepaalde manier met elkaar verbonden, op weg zijn ergens naar toe: het koninkrijk van God. De periode van de Middeleeuwen staat hiervoor model.

Humanisme: Individu
Onder humanisme verstaat Fortuyn het geestelijk leven dat zich onder invloed van Renaissance en Verlichting ontwikkeld heeft búiten de invloedssfeer van de kerk , ook al is het christelijk geïnspireerd. In dit geestelijk leven staat niet de gemeenschap, maar het individu centraal. Men denkt vanuit het individu en tót het individu.
Met name zijn onafhankelijkheid en zijn vrijheid staan centraal. Een individu moet zich vrij kunnen ontplooien in denken en bewegen. Keerzijde van die nadruk is, dat hij ook individueel verantwoordelijk en aansprakelijk is voor het leven dat hij leidt. Hij is geroepen het leven als individu in eigen hand te nemen.
Interessant is de manier waarop Fortuyn het ontstaan van deze stroming historisch plaatst. Hij zegt: deze stroming heeft onder de elite zijn vorm gekregen ná de 18e eeuw. Maar pas in de laatste helft van de 20e eeuw is het pas doorgedrongen tot de massa van het volk. Pas toen is het een ‘gezonken cultuurgoed’ geworden.
De troebelen van de zestiger jaren kun je dus zien als een doorbraak van dit ‘humanisme’ naar de gewone man/ vrouw. Vanaf de zestiger jaren geldt het ook voor gewone mensen in de straat, dat ze zichzelf niet allereerst zien als lid van een gemeenschap (‘ván wie ben je er een?’), maar als individu.
En of je lid bent van een gemeenschap wordt zoveel mogelijk gezien als een zaak van vrije keuze. (‘ik ben niet ván een kerk, maar ‘bij’ een kerk’) Maar tegelijkertijd, zo Fortuyn, zijn de allervroegste wortels van deze ontwikkeling al te vinden in de 16e eeuw, toen de mens als ‘individu’ nauwelijks nog bestond .Je kunt denken aan Erasmus.
Maar ook de Reformatie is een wegbereider geweest van dit ‘humanisme’ doordat het de hegemonie van de Rooms-katholieke kerk doorbrak. En inderdaad: Luther was iemand die zichzelf persoonlijk ‘coram Deo’, voor God zag staan, en dat uiteindelijk liet prevaleren boven de eisen die de kerk stelde. Zelf denk ik dat je die wortels nog wel verder terug kunt ontdekken.

Verweesde samenleving
Wat is er nu misgegaan? Wel, de individualisering die met het in humanisme meekwam is in later tijd uitgegroeid tot ‘individualisme’. Dit heeft de centrale waarden van jodendom en christendom overwoekerd en ondermijnd. Dit humanisme met zijn positief te waarderen waarden van individuele ontplooiing, tolerantie etc., is losgeslagen van zijn wortels en is daarom doorgeslagen.
Het heeft de ‘wet’ ontdaan van zijn overheersende en uniformerende (bijeenhoudende) karakter. Ieder lijkt nu zijn eigen individuele wet te stellen.
Het heeft verder de idee doen postvatten dat het individu het zonder gemeenschap kan stellen en reproduceert de illusie dat het enige wat telt het individu is.
Wat er dus moet gebeuren is, dat de centrale waarden van het humanisme weer beleefd gaan worden in samenhang met de centrale waarden van jodendom (wet) en christendom (gemeenschap).
Wet, Gemeenschap en Individu moeten weer een drie-eenheid worden, die de ruimte markeren waarbinnen we leven. Van welk geloof of religie we ook zijn. In deze drieeenheid ligt zowel de identiteit als de kracht van onze moderne samenleving.
In heel eenvoudige woorden gesteld: de ‘vader’ die de wet stelt, overdraagt en handhaaft , en de ‘moeder’ die de gemeenschap bij elkaar houdt moeten terugkeren in onze maatschappij.
Want die zijn verdwenen. We zijn een ‘verweesde samenleving’ geworden.
En ‘vader’ en ‘moeder’ komen voor Fortuyn samen in het beeld van de Goede Herder, naar wiens terugkeer hij uitkijkt.

De rol van de Kerk
Wat is in zijn visie de rol van de kerk?
Hij wijdt er twee hoofdstukjes aan.
Eén ding is duidelijk: de tijd is voorbij dat de kerk zélf vader- en moederrol in de maatschappij (=herdersrol) op zich kan nemen. Want die maatschappij heeft zich in het ‘humanisme’ juist zeer sterk afgezet tegen een kerk die heel weinig ruimte liet aan het individu.
De individualisering en de bijbehorende pluraliteit van levensbeschouwingen is een gegeven, waarachter we niet terug kunnen en ook niet moeten willen.
Nee, de vader- en moederrol moeten volgens Fortuyn worden ontwikkeld in de samenleving zelf. Alle geledingen van de samenlevingen, zowel burgers, instellingen, bedrijfsleven als overheid moeten bewust werk maken van hun vader- en moederrol Ook al weten we niet precies hoe we dit inhoudelijk moeten invullen ( de drie ‘bronnen’ zijn overigens nog niet opgedroogd) we moeten er in elk geval over praten.
Het moet blijvend op de agenda staan. Zo moeten we de samenleving ‘denken’.
Dít is wat we vandaag onder het kabinet Balkenende zien gebeuren.
En de kerk zou dit proces kunnen bevorderen en ondersteunen.
Zij zal dus moeten omschakelen van een leidende naar een dienende – ‘support’ gevende - rol.

Vernieuwing nodig
Maar dat zal haar nog niet meevallen.
De tragiek van de kerk is, aldus Fortuyn, dat ze niet goed gereageerd heeft op de opkomst van het humanisme. Ze heeft zich enerzijds opgesloten in het bastion van haar eigen traditie, en anderzijds (in mindere mate) heeft ze zich juist uitgeleverd aan de heilloze ontwikkelingen van het individualisme.
En juist dát waartoe ze bij uitstek geroepen was – aan de kerk is de interpretatie van de schriften toevertrouwd, aldus Fortuyn – juist daarin blijkt ze zwak. Wie immers zit te wachten op een de interpretatie van een kerk die de waarheid in pacht meent te hebben, háár interpretatie als de enig juiste beschouwt, de ander op wil leggen, en vaak niet boven het moralisme uitkomt?
Maar om die dienende rol te vervullen is het nodig dat de kerk zich solidariseert met de samenleving die lijdt aan het individualisme. En daarvoor is weer nodig, dat ze dus het ‘humanisme’ met de haar kenmerkende nadruk op individualiteit in beginsel als legitiem erkent.
Om van daaruit dan met de samenleving mee te zoeken naar de terugkeer van ‘vader’ en ‘moeder’. En daarvoor heeft ze in de verhalen van de Schrift heel veel in huis. Want waar gaat de Schrift anders over dan over een volk, dat ‘samen op weg is’? Zo pleit voor Fortuyn voor een kerk die wel richting wijst en dingen aandraagt, maar niet autoritair en moralistisch is en de mensen boven alles hun keuzevrijheid laat.

Nawoord
Ik heb me in dit artikel grotendeels beperkt tot de beschrijving van een in mijn ogen fundamentele gedachtegang.
De concretiseringen die Fortuyn geeft in het tweede deel van zijn boek heb ik laten liggen. (er ligt bijvoorbeeld een sterk accent op vormend onderwijs) Deze gedachtegang vind ik vruchtbaar.
De persoon van Fortuyn was en blijft controversieel. Maar dit is een serieus en doordacht boek, dat veel minder schimpscheuterig is dan ‘de puinhopen van acht jaar paars’ en dat serieuze overweging verdient.
Boeiend vind ik vooral de wijze waarop in dit boek een voor gereformeerden uiterst herkenbare cultuurkritiek (er staan de nodige bijbelteksten in dit boek) samengaat met een onvoorwaardelijke aanvaarding van de ‘moderniteit’ . Een uitdagende positie voor een kerk die cultuurkritiek doorgaans paart aan de áfwijzing van de moderniteit.
In een volgend artikel een verwerking van deze inzichten in het kader van ons geloof. Daarbij zal ik me laten leiden door het drievoudige adres van Paulus aan de gemeente van Korinthe (1 Korinthe 1:2).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief