Met God op survival

2002-10-04
  • Jaargang 46
  • nummer 19
Na jaren van smoesjes verzinnen ontkom ik er dit jaar niet aan. We gaan met het hele team en alle tweedejaars leerlingen op survival.
Nou ja, survival, het is een soort overlevingstocht op de Veluwe. Om leerlingen niet teveel op kosten te jagen en de ‘teambuildingsdoelen’ toch te halen kiezen we voor de Veluwe en worden we met een bus vol leerlingen bij Radio Kootwijk in de bossen gedumpt.

Het is me wat.
Zestig leerlingen, acht docenten en een stel stoere mannen van de organisatie.
gelukkig is het lekker weer al is het september en de leerlingen zijn vrolijk.
Dat verandert wat als de rugtassen uitgepakt worden en alleen de basisdingen nog mee mogen.
Deo’s , telefoons en sigaretten worden afgenomen en in tassen in de vrachtauto opgeborgen. Ook geld, horloges en andere onzin gaat erin.
Basic de route lopen.
In de plaats van deze zaken komt als avondeten een aantal wortels en een zak aardappelen in de rugzak.
En een brood voor onderweg.
En daar lopen we. Ook ik. Met een groep van acht meiden en één jongen. Het is een tocht over de Kootwijker-zandvlakte en we lopen met kaart en kompas.
Akelig gedoe.
Ik hou er niet van en mijn taak is ‘geen leiding geven aan het groepsproces, maar observerend deelnemen aan de processen’.
Ik doe ècht mijn best.
Ik kijk naar links. Ze heet Judith en is naast een mooie meid ook een erg ondeugende meid. Dus voor mij een foute partner want binnen 23 minuten maken we samen al plannen om ‘stukken af te snijden’ en ‘de opdrachten af te kijken bij andere groepen’. Dit is pijnlijk, want enkele groepsleden zijn erg op de regels gesteld en willen langs opdracht en controlepost.

Ik schaam me voor mijn ondermijnende gedrag, maar een knipoog van Judith maakt mijn dag weer goed.
Dan krijgen we de picknick-scène.
Midden op de hei besluit de aanvoerder te gaan picknicken. En net voordat we gaan aanvallen zegt Marja: ‘Nemen we God ook mee op survival?’ Bevreemd kijken leerlingen haar aan.
Maakt ze een grap? Gaat ze een anekdote vertellen…..?
Ik bezie het met interesse. Ik weet dat er acht van de tien christelijk zijn opgevoed en alleen Marja stelt voor te gaan bidden voor de picknick. Roos heeft haar homp brood al half in haar mond en laat hem spontaan weer zakken.
Aangezien ik alleen het proces mocht bewaken zeg ik hardop ‘Marja bedoelt te gaan bidden. Wat doen we nu?’ We houden dus 32 seconden onze mond dicht en dan gaat de picknick verder alsof er niets gebeurde.
God is inmiddels officieel mee.
Er lopen nog zes andere groepen door het bos.
Zou er ook op een andere plek gebeden worden?
En zou het nog sneller kunnen dan in die 32 seconden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief