Geloven als een man

2002-10-18
  • Jaargang 46
  • nummer 20
Onlangs kwam ik een merkwaardige uitspraak van Augustinus tegen. Hij was pas tot bekering gekomen, en verbleef met vrienden op een landgoed in Italië. Ook zijn moeder was bij hen. Het is bekend dat Monica, Augustinus’ moeder, jarenlang onder tranen voor hem tot God had gebeden.
Onophoudelijk had zij om zijn bekering gesmeekt. Totdat God haar gebed verhoorde!

Later beschrijft Augustinus in zijn beroemde boek Confessiones hoe zijn bekering plaats vond. Het is een aangrijpend verhaal, ook in de stijve vertaling van A. Sizoo. In dat verband schrijft hij (IX,iv,8) over zijn moeder dat zij een vrouw was “naar het uiterlijk, maar het geloof had van een man, de rustige zekerheid van een oudere vrouw, de liefde van een moeder, de vroomheid van een Christin.” Ze was dan maar een vrouw, toch had ze een geloof zoals je van een man verwachten mocht.
Augustinus zou aan iemand als bisschop Ambrosius van Milaan hebben kunnen denken, voor wie hij grote bewondering had.

Geloven als een vrouw?
Het zou in zijn hoofd niet zijn opgekomen om de zaak om te keren: naar het uiterlijk was Augustinus een man, maar hij had het geloof van een vrouw.
In zijn geval was er alle reden voor geweest om het zo te stellen. Monica had een rotsvast geloof en een sterk vertrouwen in God, terwijl Augustinus jarenlang rond had gezworven in allerlei secten, heen en weer geslingerd door allerlei wind van leer, waar hij uitvoerig rekenschap vanaf legt in zijn Confessiones. Hij had heel wat meer vertrouwen in wat filosofen schreven dan in wat in de bijbel geschreven stond.
Hij leefde ook jarenlang samen met een vrouw, bij wie hij een zoon had.
Het was een traumatische ervaring voor hem om haar los te moeten laten.
Trouwen met haar deed men gewoon niet in de kringen waarin hij verkeerde.
Zo hoog stonden vrouwen niet aangeschreven in Augustinus’ millieu.
Hij kwam de scheiding pas te boven, toen hij tot geloof kwam. Het celibaat werd toen zijn levensvorm, die het beste paste bij het christelijk geloof.
Ondanks het voorbeeld van zijn moeder stonden vrouwen, ook wat geloof betreft, bij de kerkvader niet in hoog aanzien. Een van zijn getrouwde vrienden had een gelovige vrouw, wat hem belette om celibatair christen te kunnen zijn zoals Augustinus; dan maar helemaal geen christen, was zijn oordeel.
Augustinus brengt daar toch te veel begrip voor op! Gelukkig overleed zijn vriend spoedig daarna, wat Augustinus toeschreef aan Gods ontferming over hem (Confessiones, IX,iii,5).
Op zijn ziekbed was hij alsnog christen geworden. Wie vandaag de dag de problemen rond het celibaat in de Rooms-
Katholieke kerk kent, zal niet erg onder de indruk zijn van Augustinus’ keuze voor de celibataire spiritualiteit, die eerder wegkwam bij Plato en zijn vrienden dan bij Mozes en de profeten.

Vriendschappen
Het geloof van mannen stond dus hoger aangeschreven dan dat van vrouwen.
Het kon zelfs als maatstaf genomen worden om het geloof van vrouwen aan af te meten. Het gaat niet om de inhoud van het geloof, maar om de manier van geloven. Zouden vrouwen ooit zalig kunnen worden? Ja zeker, als ze geloof hebben niet als een mosterdzaadje maar als van een man.
Augustinus’ wereld zat nog stevig mannelijk in elkaar. De kerk was patriarchaal georganiseerd. De spiritualiteit was mannelijk. Opmerkelijk hoe belangrijk Augustinus vriendschap vond, ook in zaken van het geloof. Vrienden leken wel belangrijker te zijn dan de vrouw met wie je getrouwd was. In de mannenwereld van kerk en theologie is dit verschijnsel nog niet helemaal uitgestorven, vermoed ik.
Vriendschappen vanuit de studententijd oefenen nog wel eens een wat ondoorzichtige invloed uit op de loop van de kerkgeschiedenis. Niet dat er iets tegen vriendschap is, ook niet in de kerk. Maar tegen de achtergrond van Augustinus’ negatieve oordeel over vrouwen komt zijn accent op vriendschap vandaag als opmerkelijk over.
De tijden zijn wel veranderd.
En zit ik er helemaal naast, als ik beweer dat kerken van het calvinistische type eerder mannelijker dan vrouwelijker zijn in organisatie en spiritualiteit?
U weet wel: de flinke mannen broeders! Dat breekt ons in een postmodern klimaat natuurlijk wel op. De kaarten zijn daar juist andersom geschud.
Dat werkt ook door in de kerk. Maar hier geldt toch wel het woord van Paulus in Gal. 3:28 dat in Christus Jezus er geen onderscheid is tussen mannelijk en vrouwelijk. Wat voor soort spiritualiteit zou dat opleveren? Zou dat de kerk onberoerd laten? Waar de lezing van Augustinus niet allemaal toe kan leiden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief