'God houdt van veelkleurigheid'

2002-10-18
  • Jaargang 46
  • nummer 20
Op zaterdag 5 oktober werd in Den Haag een congres gehouden rond het thema ‘Multicultureel Kerk-zijn’.
Opbouw was erbij. Het onderwerp: Hoe kun je kerk zijn samen met die andere, allochtone christenen bij ons in de stad? De locatie: een roomse parochiekerk midden in de culturele smeltkroes van de Haagse Schilderswijk.
De bezoekers: 250, meest allochtone christenen van reformatorischen huize. Al met al een bijzondere combinatie.
Het congres ‘Multicultureel Kerk-zijn’ werd georganiseerd door negen Haagse kerken, gereformeerd (CGK, GKV en NGK) en hervormd (Gereformeerde Bond). Deze interkerkelijke samenwerking was op zich al uniek.

Na de opening door dagvoorzitter Jaap Groen, spreekt loco-burgemeester Ries Smit van Den Haag als eerste de conferentiegangers toe. Hij laat weten dat de Haagse gemeente ‘veel waardering’ heeft voor het congres. Er is in de hofstad namelijk weinig ‘duurzame interactie’ tussen de verschillen culturen.
De gemeente weet dat ‘interculturalisatie’ alleen vanuit de bevolking kan komen.

De Wageningse voorganger en journalist Pieter van Kampen is de eerste inleider. Aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden laat hij zien dat cultuurverschillen tussen christenen meer dan alleen lastig zijn. God houdt van ‘veelkleurigheid’ in het beleven van het geloof. In elke cultuur zitten elementen die niet zijn naar Gods wil.
Tegelijk heeft God Zich in geen enkele cultuur ‘onbetuigd’ gelaten: vanuit elke cultuur loopt een ‘lijntje naar de Almachtige’. Van Kampen vindt dat de Nederlandse kerken ‘bevoorrecht’ zijn door de ontmoeting met buitenlandse christenen. Het zou wel eens de ‘redding’ van deze kerken kunnen zijn. Dat buitenlandse christenen zich op een andere manier uiten, vindt hij geen probleem. In de hemel zullen we ook samen God loven, dus ‘laten we er nu alvast aan wennen’.

Ook de Christelijke Gereformeerde evangelisatie-consulent Stefan Paas ziet de komst van allochtone christenen als een uitdaging. ‘God heeft Nederland in enkele tientallen jaren enorm veranderd’.
Na jaren van achteruitgang, neemt het aantal christenen in de steden weer toe, dankzij de opkomst van allochtone kerken. Paas ziet in deze ontwikkeling iets van Gods oordeel over de autochtone christenheid. De opkomst van allochtone kerken houdt ons een ‘spiegel’ voor. Hij hoopt dat de gevestigde kerken er bescheidener en minder ik-gericht door worden.
Contacten met niet-westerse gelovigen vindt hij om drie redenen nodig: (1) Om hoop te geven aan een door kerkverlating geteisterde kerk. (2) Om ons geloof te versterken en te verdiepen.
(3) Om aan de samenleving te laten zien dat multi-cultureel wél kan, zodat de liefde niet verkilt.

De laatste spreker in het ochtendprogramma is de Kamper missioloog Kees Haak, die onder de titel ‘Op weg naar de derde kerk’ het multiculturele kerkzijn in een breed historisch perspectief plaatst. De ‘eerste kerk’ was de oecumenische, missionaire kerk van de eerste eeuwen na Christus. Deze kerk was bij uitstek multicultureel: uit Handelingen 15 blijkt dat de gelovigen uit de heidenen de joodse cultuur niet hoefden over te nemen. De ‘tweede kerk’ is de eurocentrische, monoculturele kerk van het christelijke westen, die van keizer Constantijn in de vierde eeuw tot in de twintigste eeuw heeft bestaan. Deze kerk was paternalistisch en dominant tegenover andere culturen.
Dat deze tweede kerk er niet meer is, vindt Haak niet erg. De kerk is onderweg naar een ‘derde kerk’. De westerse christenen moeten hun ‘oude kerkmens’ afleggen: afscheid nemen van verworvenheden en hun gevoel van superioriteit. Zo kan de ‘derde kerk’ er komen als ‘doorstart van een eeuwenoud evangelie in een plurale en mondiale wereld’.

Omdat grote veranderingen vaak klein beginnen, is de lunch die de conferentiegangers wordt geserveerd alvast multiculti: bananenchips gecombineerd met oerhollandse krentenbollen, met op de achtergrond het geluid van een afrikaans gospelbandje. Voor wie het herfstweer durft trotseren, is er zelfs de mogelijkheid een multiculturele wandelroute door de Schilderswijk te volgen. Na de lunchpauze gaan de conferentiegangers uiteen om ‘workshops’ te bezoeken. Er zijn er maar liefst dertien ingericht, veelal onder leiding van mensen uit de praktijk van het multiculturele kerkenwerk.

De middag wordt afgesloten met een forumdiscussie over het centrale thema van de dag: ‘Multicultureel kerk-zijn: Utopie of werkelijkheid?’ De discussie spitst zich toe op de vraag of het wenselijk is dat autochtone en allochtone kerken naast elkaar blijven bestaan.
De hervormde predikant Paul Visser vindt dat daar ‘niks mis mee is’, als het werk in de kerk maar doorgaat. In zijn gemeente is er wel veel aandacht voor buitenlandse bezoekers van de eredienst, maar hij stuurt ook wel eens mensen door naar een andere, allochtone gemeente. Ds. Visser vraagt zich af, of buitenlandse christenen er echt op zitten te wachten dat Nederlandse gemeenten hun eredienst aanpassen aan andere culturen.
Eric Lieuw, die werkzaam is onder de tweede generatie chinezen in Nederland, constateert dat de Chinese kerk in Nederland gewoon niet toekomt aan contacten met Nederlandse kerken.
Er zijn honderdduizend chinezen in Nederland, de oogst is groot en ‘de arbeiders zijn weinig’.

De Rotterdamse voorganger/evangelist Theo Visser legt een ander accent dan zijn naamgenoot en collega. In zijn gemeente, de International christian fellowship te Rotterdam, worden regelmatig multiculturele diensten gehouden.
Met een beroep op het ‘samen met alle heiligen’ uit Efeze 3 roept hij op om ‘de moeilijkste weg te gaan’ en ‘toch te zoeken naar integratie’.
Ook Kees Haak wil zich niet neerleggen bij een etnische scheidsmuur tussen christenen in Nederland. ‘Ver boven aller volken trots’, citeert hij de berijming van psalm 113, ‘blinkt hemelhoog de glorie Gods’. Etniciteit en cultuur staan volgens Haak principieel op de tweede plaats. Op de eerste plaats staat, dat je in Christus broeders en zusters van elkaar bent.

Ds Peter Strating, een van de organisatoren van de conferentie, sluit de dag af. Hij constateert dat er geen ‘kanten-
klare oplossing’ is gevonden. Wel kunnen de aanwezigen in hun eigen gemeente ‘wegen zoeken voor een interculturele ontmoeting’.

En dat gebeurde ook. ’s Middags bij de bushalte aan de Hoefkade zag ik een Iranese en een Nederlandse, vrijgemaakte broeder telefoonnummers uitwisselen. Wie weet wat er nog eens van komt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief