Extreem geloof in prachtige roman
2002-11-01
Toen het boek drie jaar geleden verscheen, is het me ontgaan, pas deze zomer toen het als de pocket uitkwam ben ik er tegenaan gelopen: Waanzee van Robert Haasnoot.- Jaargang 46
- nummer 21
En ik haast me nu erover te schrijven, want het verhaal heeft me gegrepen.
Het gaat terug op gebeurtenissen – uit het jaar 1915 – die Haasnoot tot een prachtige roman verwerkt heeft.
Het verhaal speelt zich af in de wereld van de zwaar bevindelijk gereformeerden, van de zogenaamde ‘gezelschappen’.
Dat zijn groepjes gelovigen die bij elkaar aan huis samenkomen, omdat ze de bestaande kerken te ‘licht’ vinden.
Bekeerden en bekommerden
De kringen kennen een strenge rangorde; er is een kern van bekeerden, die zeker weten dat ze uitverkoren zijn en daarnaast heb je de ‘bekommerden’, die nog een lange weg te gaan hebben. De bekeerden getuigen er doorlopend van hoe God hen heeft laten zien, dat ze uitverkoren zijn. Ze leven dicht bij God, maar hebben ook dagelijks te maken met aanvechtingen van de duivel en zijn boze geesten, die ze in levenden lijve te zien krijgen en met behulp van de Heilige Geest proberen te verjagen.
Ze spreken hun eigen taal, de ‘tale Kanaäns’, die doorspekt is met uit het verband gerukte teksten en psalmregels.
Visioen
Arend Falkenier, de hoofdpersoon van het verhaal, wordt toegelaten tot zo’n gezelschap. De Zeewijkse visser, die bekend stond als losbol en drinker is krachtdadig bekeerd onder de indruk van de dood van zijn beste vriend. Op het moment dat hij in een visioen aan het strand de gestorvene uit zee ziet oprijzen voelt hij zich letterlijk in zijn nek gegrepen en in het zand geduwd.
Een stem in zijn hoofd schreeuwt hem oordeelsteksten uit de bijbel toe. Hij smeekt om genade en krijgt die. Als uiterlijk teken van zijn uitverkiezing raakt hij in twee maanden al zijn haar kwijt.
Eindtijd
Door de toenemende goddeloosheid die ze om zich heen zien en de verschrikkingen van de oorlog die ze te horen krijgen – het is 1915 – hebben de vromen rondom Arend het gevoel gekregen dat het einde van de wereld dichtbij gekomen is.
Nog helemaal onder invloed van die sfeer gaat Arend die zomer aan boord van de Noordster, een haringlogger.
Maar deze tocht is niet als de andere, want ook Arend is ervan overtuigd geraakt dat de eindtijd begonnen is.
Vol van de Geest roept hij zijn medebemanningsleden op zich te bekeren.
Stuk voor stuk - het zijn er twaalf – komen ze onder de indruk van de charismatische prediker. Na enkele dagen wordt er aan boord meer gebeden en gezongen dan gevist. Allen laten zich aan hun zonden ontdekken en gaan op zoek naar tekenen van de Geest in hun leven. En Arend profeteert en doet wonderen, verjaagt geesten en krijgt visioenen. In een ervan bevindt hij zich thuis op een kolenberg met Christus hangend aan het kruis.
Het kruis buigt zich naar Arend over en het is Christus zelf die hem influistert: ‘In deze heb ik mijn welbehagen’ waarna Hij zijn laatste adem in Arend uitblaast. De vissers zijn erg onder de indruk van zijn verhaal en beschouwen alles wat hij verder zegt als boodschappen van hogerhand.
Als enkele van hen een paar dagen later drie keer een zachte toon horen, herkent Arend daarin de laatste bazuin.
‘Het is zover!’ Het oordeel is gekomen.
Achter de horizon zijn de dorpen en steden weggevaagd.
Ook Zeewijk is verdwenen.
De vrouwen en kinderen bevinden zich in Jeruzalem.
En zìj – gespaard als Noach en de zijnen in de ark – gaan er ook naar op weg. In afwachting van een rein wit schip dat hen erheen zal brengen wassen ze zich en trekken hun goede kleren aan. Ze maken zich op voor het laatste oordeel.
Afvalligen
Niet allen houden het vol: bij enkelen slaat de twijfel toe. Zeker als een langskomend schip niet het verwachte witte schip is, maar gewoon de Petronella, een andere Zeewijkse logger. Met een bemanning die niet gemerkt heeft dat de wereld vergaan is, doof is voor hun bekeringsoproep en hen voor gek verklaart.
Op Arend heeft het geen effect.
‘Houd moed, Ik heb de wereld overwonnen’, hoort hij Christus zeggen.
Door zijn woorden zien de anderen in de afvalligen duivels, die uitgeroeid moeten worden. Op een gruwelijke manier worden ze gedood. Zelfs Geerit Boezaard die tot voor kort tot de uitverkorenen gerekend werd!
Verblinding
Arends verblinding kent geen grenzen: Omdat de boze geesten nog te veel mogelijkheden hebben om zich te verschuilen op het schip, moet alles waaraan ze zich kunnen vastklampen of waar ze zich verbergen kunnen overboord.
Van het kompas tot aan iedere losstaande bank en de matrassen. Als de verschansing eraan moet geloven wordt het weer een bemanningslid te veel. Het is de laatste die het met de dood moet bekopen.
Een paar dagen latere wordt het onttakelde schip door een Noorse logger ontdekt. Een zwart schip, al heet het Jonas Rein. De bemanning van de ZW 171 wordt van boord gehaald en in Engeland gearresteerd. In Nederland worden ze in een inrichting Wendehart ondergebracht.
Echt gebeurd
Waanzee is een roman, maar het verhaal gaat terug op historische feiten.
De Noordster was in werkelijkheid de KW 171. En de naam Zeewijk kan nauwelijks verhullen dat Katwijk bedoeld is. In die plaats spreken ze zelfs nu nog over ‘de Gekkenlogger’. Hoewel ‘spreken over’, het wordt het best bewaarde geheim van Katwijk genoemd.
Vertelsituatie
De schrijver, Robert Haasnoot, laat het verhaal vertellen door de door hem in het leven geroepen gemeentesecretaris die 34 jaar later – in 1949 dus - in opdracht van de burgemeester de feiten onderzoekt en de overlevenden interviewt.
Die ikfiguur is zelf in Zeewijk opgegroeid; hij kent het geloofsleven en de volksaard daardoor van binnenuit.
Hij brengt als één van hen verslag uit: hij spreekt van ‘we’ als hij het over de Zeewijkers heeft.
Hij is net als zij kritisch tegenover de wereld buiten ‘ons dorp’, waar de goddelozen in de meerderheid zijn. In zijn beschrijvingen hanteert hij de tale Kanaäns met gemak en de naam Heere spelt hij consequent met twee e’s.
Alleen over de manier waarop de ‘bekeerden’ met de leer van de uitverkiezing omgaan heeft hij zijn vragen. Die hij ook stelt.
Documentaire
Sommige gedeelten komen over als documentaire. De ikfiguur schrijft als een echte kroniekschrijver. Hij geeft namen en details die niet zo belangrijk zijn, maar die wel suggereren dat je met een onderzoek te maken hebt.
Een vooruitwijzing of een eigentijds commentaartje versterken dat nog.
Het stoort nooit, het past volledig in het verhaal. Net zoals de herinnering aan de ontmoetingen die de ikfiguur als 16 jarige met Arend heeft gehad.
Ze maken duidelijk hoe sterk de invloed is die van Arend uitgaat en hoe iedereen die hem ontmoet in zijn ban raakt.
Kostelijke preek
Haasnoot beschikt over een prachtige stijl. De Zeewijkers spreken over ‘de stadse vrouwen die zich in hun badpakken door de gretige golven lieten betasten’. Over de gedragen manier van zingen zegt hij: hun stemmen als logge golven die traag rijzen en dalen van toon naar toon, van lettergreep naar lettergreep.’ ‘Mismoedig zwerven ze over het verwoeste aardrijk’ ‘Humor relativeert het zware verhaal.
‘Geen der Zeewijkers had ooit een Amerikaan gezien, laat staan een Amerikaanse predikant.’ Haasnoot doet prachtige uitspraken, bijvoorbeeld over de kerkgangers onder de oordeelspreken: ‘door jarenlang kerkbezoek ongevoelig geworden voor de zweepslagen van de leer.’ Na een loodzware oordeelspreek gaan ze tevreden naar huis. ‘Dat was weer een kostelijke preek niet?’
Tale Kanaäns
Ik noemde al dat het taalgebruik van de uitverkorenen doorspekt is met uit het verband gerukte bijbelteksten (uit de Statenvertaling) en psalmregels.
Bijbelkenners - zoals Opbouwlezers toch zijn - zullen veel herkenbaars tegenkomen.
‘Kunt gij niet één uur met Mij waken?’ vraagt Arend aan een bemanningslid dat even weggelopen is.
Als de vissers in een visioen het Nieuwe Jeruzalem zien, beginnen ze psalm 122 te zingen: ‘Jeruzalem, dat ik bemin’.
Of gruwelijk: terwijl ze een van de bemanningsleden ‘die zich aan Satan overgegeven heeft’ slachten doen ze dat al zingende: ‘De Heer zal opstaan tot de strijd; Hij zal zijn haters wijd en zijd, enz’.
Het wereldbeeld is door de bijbel bepaald: toen de oorlog begon ‘zagen ze tienduizenden op Filistijnen lijkende soldaten
binnenvallen.’
Aangrijpend
Waanzee lijkt zo misschien een droog verhaal over godsdienstwaanzin, maar reken erop dat het een aangrijpende en spannende roman is. Aan de ene kant een kroniek 1), maar aangrijpend geschreven. Hele stukken zijn vanuit Arend en andere personen geschreven.
De schrijver is in de huid van zijn verhaalfiguren gekropen en probeert je op die manier te laten begrijpen wat er in ze omgaat. Zo maak je alle strijd en onzekerheid van Arend mee; zijn gevecht met duivels die hij niet alleen ervaart, maar ook echt ziet en bestrijdt.
En je beleeft de doodsangst van Willem Hoek als zijn medevissers op hem afstormen.
Waanzee is ook een spannende roman.
Merkwaardig: je kent bij voorbaat de afloop, je weet dat het fout gaat en toch lees je door.
Je nieuwsgierigheid drijft je voort: Hoe kon dit allemaal gebeuren?
De schrijver
Achter de ikfiguur staat natuurlijk de schrijver, Robert Haasnoot.2) In 1961 in Amerika geboren, is hij vanaf zijn tweede jaar in Katwijk opgegroeid.
Hij heeft op latere leeftijd afscheid genomen van het christelijk geloof, althans van de beklemmende, angstig makende vorm van het christelijk geloof.
Maar wat schrijft hij respectvol over de aanhangers ervan. Hij spot niet met ze, hij maakt ze niet belachelijk, terwijl dat toch gemakkelijk genoeg geweest zou zijn. Hij probeert ze, integendeel, vanuit hun enge denkwereld, die hij kent, te begrijpen. Zijn – bescheiden – kritiek geeft hij door via de ikfiguur. Maar er is geen sprake van rancune.
Indrukwekkende roman
Waanzee is een prachtig geschreven, indrukwekkende roman die je laat doordringen in het denken van de zwaar bevindelijk gereformeerden.
Een vorm van het christelijk geloof die wij extreem vinden. Met aanhangers die wel ernst maken met hun zonden en schuld, maar die tekort doen aan de eindeloze genade van onze barmhartige hemelse Vader.
Wat een mooi boek.
Robert Haasnoot, Waanzee. 192 pagina’s.
Er zijn drie edities verkrijgbaar: - pocketeditie: ISBN 90 417 0346 2. 8 euro (rainbow nr 618) - paperback: ISBN 90 522 6859 2 12,50 euro (De Geus) - gebonden: ISBN 90 522 6668 9 16 euro (De Geus)
1) Haasnoot heeft zich grondig gedocumenteerd voor hij met het schrijven van Waanzee begon. Achter in het boek somt hij op welke bronnen hij geraadpleegd heeft.
2) Andere romans van Robert Haasnoot: De kracht van het woud (1997); Steenkind (2002)