Tamar

2002-11-01
  • Jaargang 46
  • nummer 21
Ik spreek haar de laatste tijd erg vaak.
Meestal virtueel. Als ik ’s avonds op mijn pc werk, ben ik automatisch online. De kabel heeft zo zijn zegeningen… Ze is de enige leerling die ik niet ‘blok’ op mijn msn en dat is een hele eer (zegt ze zelf en grincht dan een beetje). Ze is ook wel leuk eigenlijk. Het is een verademing voor me om ook mensen van 17 te kennen die geen problemen hebben, geen armen bekrassen en gewoon meid zijn. En Tamar is daarbij ook nog eens erg grappig. Ze heeft een humor waar ik van geniet, een observatievermogen waar ik van leer en een leven dat ik niet snap.
Daar chatten we over en ze vertelt me dat ze God’s Geest als inspiratie had toen ze deze zomervakantie in Brazilië was om een World Servants doen. En nu vertelt ze dat ze naast gewone drugs ook wel hard drugs gebruikt. ‘Of valt XTC daar niet onder?’ <Val ik je nu tegen> <Nee, je verbaast me> Twee dagen later heb ik een echte afspraak met haar. Ongezien de school uitkomen is even een spannende trip, hoe ga je achterop de fiets van een docent zonder scherp commentaar van je klasgenoten over je heen te krijgen.
Ze besluit dan ook een kwartier eerder weg te gaan uit de les. Ik had al vrij, maar voel me stiekem als ik de leerling van een collega meeneem… Op een van de laatste warme dagen van het jaar zitten we samen op een terrasje.

Ze vertelt me alles.
En ik luister.
Drugs zijn zaken die wel meen te herkennen, maar alleen van zien en ruiken.
Ik ben op dit gebied zo onbeschreven als een blad en de 17-jarige meid uit een dorpje op de Veluwe weet alles wat er te koop is. Naast leven vanuit een overtuigend christelijke levensstijl (ik vind haar echt super) gebruikt ze af en toe drugs. Ook hard-drugs. Een beetje dance-feest duurt de hele nacht en ze gaat erheen in een auto met lui die zelfs al op de achterbank een lijntje snuiven. ‘De Bob ook?’ ‘Nee de Bob niet.’ ‘Wanneer voor het laatst?’ Vraag ik haar.
De nacht nadat we elkaar spraken. Om elf uur ’s avonds ging ze alsnog naar een feest. ’s Nachts rond een uur of drie koopt ze zelf een pil. Van een vreemde. Neemt hem en voelt zich relaxed. Prima. Om zes uur ‘s morgens is ze thuis. Vroeg , vindt ze eigenlijk.
Ze verbaast me. Met haar eerlijkheid, openheid en met de wijze waarop ze me deelgenoot maakt van een wereld die ik niet ken. Ze verbaast me ook door haar achteloos makkelijke combinatie van twee werelden die ik niet bij elkaar krijg in mijn referentiekadertje.
XTC gebruiken op dance-feesten en getuigend christen zijn.
‘Hum, ja, eh... Lastig voor je,’ glimlacht ze.
Ik kan het niet laten. Vraag of ze zich zorgen maakt over zichzelf. ‘Nee’ zegt ze. ‘Eh, niet echt, jij wel?’ ‘Niet over mezelf, wel over jou.’ De stilte is voelbaar.
Komt er een preek, nadat ze openhartig was?
Straf?
Veroordeling?
Ik denk na. ‘Je denkt,’ zegt ze, ‘Je weet niet wat je moet zeggen.’ Ik lach van binnen en kijk ernstig.
‘Ik vertel je waarom ik me wel zorgen maak. Daarna mag jij zeggen of je het snapt. Of je het er mee eens bent hoef ik niet te weten. ’Pas als jij je ook zorgen maakt, misschien volgende week, misschien volgend jaar, dan weet je dat ik er nog steeds voor je ben. Oké?’ ‘Oké,’ zegt ze, ‘Vertel maar.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief