Dienen van elkaar is het levensklimaat van de kerk
2002-11-01
Enige tijd geleden werd mij gevraagd in een kerkdienst te preken over I Petrus 4 :10: ’Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods’. Men wilde op die zondag in het bijzonder aandacht besteden aan de opbouw van de gemeente. In dat kader werd mij gevraagd verschillende genadegaven te noemen.- Jaargang 46
- nummer 21
Ik ben daarop ingegaan en uit de reacties van ettelijke gemeenteleden na de dienst bleek mij, dat men het geheel zeer gewaardeerd had. Daaraan ontleen ik de vrijmoedigheid om een en ander in ‘Opbouw’ te publiceren.
De tekst uit de eerste brief van Petrus gekozen handelt over het dienen. Ze staat in het kader van de eindtijd. Het komt er nu vooral op aan wat de gestalte van de gemeente naar buiten is, omdat zij naar het woord van Berkhof de proefpolder is van de nieuwe wereld.
Maar daarom juist gaat het erom hoe de gelovigen binnen de gemeente met elkaar omgaan. Bezinning en nuchterheid zijn voorwaarden voor het echte bidden. Want zonder gebed blijft de kerk niet op de been. Bidden is het geheime wapen tegen satan Het trefwoord is ook hier weer de liefde. Wat liefde is kan je eigenlijk nooit toereikend in termen vangen. Je moet het beleven. Woorden breken vaak stuk op de werkelijkheid. En als van de kerk geldt wat iemand eens zei, dat de liefde daar wel gepreekt wordt, maar niet betoond wordt, staat het er met de gemeente van de levende Heer niet best voor. Wij mogen door de werking van de Heilige Geest tonen, dat wij de gaven, die God aan diverse gemeenteleden als gaven van genade verleent, willen gebruiken tot opbouw van de ene gemeente als het lichaam van Christus.
Nu in het kort aandacht voor verschillende genadegaven:
Kennis
Er zijn mensen, die veel kennis bezitten.
Ze hebben veel gelezen en veel in zich opgenomen. Ze hebben parate kennis, die ze op zijn tijd in een bepaalde situatie kunnen spuien. Ze hebben het nodige intellect ontvangen om zich via allerlei geschriften veel stof eigen te maken. Ze hebben daardoor een bepaalde bevoorrechte positie ontvangen. Niet voor niets luidt een bekend spreekwoord: Kennis is macht.
Maar het gaat er dan niet om zelf te gloriëren en boven de ander uit te steken en de ander te overheersen, maar met die vergaarde kennis de medegelovigen te dienen. Men kan de anderen waarschuwen voor een gevaar wanneer de historie zich dreigt te herhalen, omdat in het verleden dezelfde fouten in de kerk zijn gemaakt.
Wijsheid
Er zijn mensen, die bijzonder veel wijsheid bezitten. Dat correspondeert wel volgens de Schrift met de vreze des HEREN. Wanneer men eerbied heeft voor God, afstand neemt van de zonde en zich wijdt aan de dienst van de levende God verwerft men wijsheid. Er zijn mensen ,die niet veel kennis hebben, maar wel over veel wijsheid beschikken.
Je kunt een ouderling tegenkomen, die niet erg bestudeerd is, maar wel veel wijsheid heeft ontvangen. Hij kan soms de medebroeder, die met hem op huisbezoek gaat en die de gemeente nog niet zo goed kent, waarschuwen voor het gevaar een gezin verkeerd in te schatten. Hij heeft in de gaten, dat soms zwijgzame mensen een sterk geloof koesteren en dat ze daarvoor maar weinig woorden nodig hebben. Er zijn gemeenteleden, die voelen aankomen, dat iets verkeerd gaat in het leven van de plaatselijke kerk of van het kerkverband. Het is goed op hun signalen te letten. Laat men nooit zeggen: Daar heb je hem of haar ook weer. We weten wie het zegt. Je zou immers een genadegave kunnen frustreren en zo de Geest van God kunnen tegenstaan en bedroeven.
Onderwijzing
Er zijn mensen, die een charisma bezitten betreffende het onderwijzen van de anderen vanuit de Schriften.
Daarvoor is natuurlijk wel nodig, dat men niet alleen Bijbelteksten bij de hand heeft, maar dat men met zijn hele hart Gods Woord toestemt. Hoe kunnen sommige broeders en zusters soms niet in een gesprekskring de anderen van dienst zijn met hun Schriftkennis doordat zij opwekken tot het vergelijken van Schrift met Schrift. Door te laten zien hoe het N.T. in het Oude verborgen zit en het O.T. in het Nieuwe opengaat zoals een bloem, die ontluikt.
Dat de Bijbel hoogst actueel is als een realistisch Boek.
Vermaning
Komt oorspronkelijk van een werkwoord, dat erbij roepen betekent. Als je iemand vermaant roep je hem erbij, roep je hem tot de orde, in de kerk tot de orde van de dienst van God. Er zijn mensen,die de gave bezitten om op een tactische wijze iemand aan te spreken over de ontrouw in de kerkgang.
Die in dat kader de ernst en de verhevenheid van de zondagse eredienst kunnen tekenen en een appel kunnen doen op het geweten van de ander in de gemeenschap der heiligen om ondanks alle bezwaren en moeiten toch present te zijn. Iemand gebruikte het voorbeeld van een oude professor, die nagenoeg doof was, helemaal blind en absoluut niet meer kon lopen. Hij werd toch ’s zondags twee keer in een draagstoel naar de kerk gebracht.
Toen men hem vroeg waarom hij nog steeds kwam antwoordde hij: Ik ontvang de zegen’.
Vertroosting
Vermaning en vertroosting hangen direct met elkaar samen. Ze zijn in het Grieks stamverwant. Ook vertroosten betekent erbij roepen. Wij mogen in rouw gedompeld wel treuren, maar niet als mensen, die geen christelijke hoop hebben. Het Engelse woord voor troost is comfort, letterlijk: samen sterk zijn. Er zijn mensen ,die de bijzondere gave bezitten de arm om de schouder van de ander te leggen in het verdriet, dat die ander getroffen heeft en zeggen: We komen er samen wel doorheen.
Je staat er niet alleen voor. Ze beuren de ander op en weten woorden te kiezen en daden te verrichten waardoor die ander metterdaad zich getroost weet.
Volharding
Er zijn mensen, die in de moeilijkste omstandigheden van het leven de moed niet verliezen in de stijl van Paulus met het oog op de nabije en verre toekomst.
Ze kunnen de ander moed inspreken en opwekken het uit te houden.
Oorspronkelijk betekent volharding: eronder blijven zoals de pijlers onder een spoorbrug. Het zijn helemaal niet zulke flinkerds, maar ze hebben iets waardoor ze de ander kunnen stimuleren de last te dragen door te wijzen op Hem, die gezegd heeft: ’Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’ Ze stralen daarbij zelf zoveel rust uit, dat het anderen verkwikt.
Gebed
Iedereen gebruikt in zijn gebeden wel clichétermen. Dat is uiteindelijk ook niet het ergste. Als ze maar doorgloeid zijn van de Geest van genade en gebeden.
Maar er zijn mensen, die bijzondere gebedsgaven hebben. Zij weten in een bepaalde situatie originele woorden te gebruiken, die trefzeker de nood vertolken en de ander dichtbij Gods troon brengen.
Er zijn er, die niet veel meer kunnen, maar nog wel vermogen te bidden, ook voor het welzijn van de gemeente.
Het trouw opzenden van de gebeden is ook een genadegave, die de Here gebruikt voor de opbouw van zijn gemeente. Daadkracht Geen woorden, maar daden. Woorden zijn vaak als lege hulzen. Men belooft veel, maar doet weinig. Maar er zijn er, die altijd klaar staan voor de ander in voor-en tegenspoed.
Ze zijn actief in de gemeente. Ze laten nooit verstek gaan als een ander een appel op hen doet. Ze zeggen nooit: Ik heb geen tijd of : laat een ander het nu maar eens doen. Het is voor hen een lust om met de daad de ander te dienen en daarin het Koninkrijk van God te zoeken.
Onderscheidingsvermogen
Het gaat hierbij om wat we noemen de gave der discretie. Je waait niet met alle winden mee en loopt niet achter elk muziekcorps aan. Er zijn mensen, die direct in de gaten hadden welke verdoemelijke theorie in de voorbije wereldoorlog de nazi’s in praktijk zouden brengen.
Bij alle humane denken vergaten zij nooit, dat het menselijke hart van nature boos is en geneigd tot alle kwaad en dat de mens vaak voor zijn medemens een wolf is. Er zijn mensen, die een charisma bezitten in het onderscheiden benaderen van andere gemeenteleden.
Ze gooien niet allen op een hoop, maar weten fijngevoelig het verschil tussen de diverse gelovigen te taxeren.
De Engelse essayist C.S. Lewis gaf eens aan hoe men bij het bezittelijk voornaamwoordje MIJN goed moest onderscheiden.
Het maakt een enorm verschil als je zegt: MIJN schoen, MIJN vrouw of MIJN God. Stel je voor, dat je je vrouw beschouwt als je schoen of als je god.
We moeten onderscheiden waarop het aankomt.
Visie Wanneer er geen gezicht, geen visioen, geen visie is, wordt het volk bandeloos, staat er ergens in het Spreukenboek.
Als de mensen, die een profetische gave bezitten in de kerk uitsterven mogen wij het gebed wel vermenigvuldigen.
Want dan gaan wij een belangrijk charisma missen. Dit heeft niets met telepathie of helderziendheid te maken. Maar er zijn eenvoudige mensen in de gemeente, die visionair zijn. Zij kijken ver in de toekomst. Ze zien iets dagen wat de ander niet ontdekt.
Zij kijken dwars door de horizon heen en kunnen anderen vertroosten met hun verbeeldingskracht ten aanzien van de nieuwe wereld, die komende is.
Het boek van de toekomst gaat al voor hen open. Wat een zaligheid vloeit via hen de gemeente binnen. Zo mag u dit alles op uzelf en op elkaar toepassen.
Zelfonderzoek is hier geboden en valse bescheidenheid is hier verboden. Het gaat om het dienen van de levende God, Uw Vader in de hemel en om het dienen van elkaar in zuivere liefde. En zou Jahweh zo niet de wervingskracht van de plaatselijke gemeente willen aanwakkeren? Hij is toch de God van Pinksteren?!