Geen gemakkelijke overwinning

2002-11-01
  • Jaargang 46
  • nummer 21
Onder dat opschrift biedt het oktobernummer van Reveil een (oorspronkelijk in het Engels in het blad Christianity Today verschenen) artikel van iemand - anoniem - die zichzelf voorstelt als

Ik ben een bedrijfsmanager, voorzitter van de kerkenraad, jeugdleider, sportcoach, een gelukkig getrouwde man sinds meer dan 25 jaar en een trotse vader van enkele tieners. Oh ja..... ik ben ook homo.

Vervolgens doet hij verslag van de moeite die hij in de loop der jaren heeft gehad rond zijn geaardheid.
Van een depressie herstelde hij toen hij (bewust) christen werd. Hij trouwde en is dankbaar voor alles wat hij in zijn huwelijk heeft ontvangen van zijn vrouw en van zijn kinderen. Maar homofiel was hij en bleef hij, hoezeer hij ook probeerde dat te veranderen.
Ik wil hier het slot van zijn artikel overnemen, waarin hij iets duidelijk maakt van de eenzaamheid die hij in zijn worsteling heeft ervaren - niet van zijn vrouw en kinderen, wel van vrienden of zijn kerkelijke gemeente.

Christelijke boeken die homoseksualiteit behandelen staan vol met polariserende retoriek. In het ene kamp zegt men dat we onze homoseksuele broeders en zusters in de christelijke gemeenschap moeten verwelkomen; dat we moeten erkennen dat God hen zo heeft gemaakt en bedoeld om daar naar te leven. Het andere kamp citeert het bijbelverhaal over Sodom en Gomorra, gebruikt woorden als gruweldaad, en vertelt van gevallen die bewijzen dat verandering mogelijk is. Vanuit het perspectief van mijn ervaringen, kan ik niet anders zeggen dan dat beide standpunten naïef zijn.
Hoewel de positie die ik inneem ten opzichte van homoseksualiteit misschien realistisch is en gebaseerd op echte ervaring, nemen velen er aanstoot aan en kan ik zelden op instemming rekenen. Mijn hartstochtelijke overtuiging dat het Gods bedoeling was dat we in een heteroseksuele en monogame huwelijkstrouw zouden leven, ergert de vrijzinnige christenen, die menen dat ik mijn door God gegeven natuur moet accepteren en uitleven.
Aan de andere kant beledig ik weer de behoudende christenen, met mijn ervaring dat ondanks overvloedige genade het probleem niet even verholpen is, noch dat een leven als heteroseksueel gemakkelijk wordt. Ze eisen een veel duidelijker overwinning op mijn zondige natuur. Retoriek levert zelden een goede weergave van de realiteit op. Mijn verhaal is realiteit.
Een realiteit, zo is mijn overtuiging, die door velen gedeeld wordt, maar die slechts door enkelen wordt onthuld.
Waarom heb ik mijn verhaal niet verteld aan mijn vrienden binnen de kerk?
Waarom blijf ik anoniem? Dat komt omdat ik mijn vrienden niet vertrouw als zij pretenderen de zondaar lief te hebben, maar de zonde te haten. Ik kan niet geloven dat als ze dit over mij zouden weten, ze mij nog steeds zouden willen handhaven als voorzitter van de kerkenraad, jeugdleider of sporttrainer van hun zonen. Ik zou willen dat ik het kon geloven, maar ik kan het niet. Misschien ben ik wat te wantrouwend, maar ik heb te veel grappen terloops gehoord, te veel uitdrukkingen van haat naar homoseksuelen waargenomen om nog te geloven dat deze mensen mijn vrienden zouden kunnen zijn als ze het wisten.
Om heel eerlijk te zijn heb ik zelf soms ook veel moeite om de zondaar lief te hebben en de zonde te haten. Soms neemt het de vorm aan van zelfverwerping, maar vaker worstel ik met haat jegens promiscue heteroseksuele mannen, omdat ze zichzelf zo lijken te rechtvaardigen en sommigen, zelfs christenen, zo tolerant zijn ten opzichte van die zonde, terwijl ze de mijne zo veroordelen. Vorige week nog sprak ik met een vriend die christen is over zorgen die ik heb over jongeren van de jeugdgroep. Zijn reactie was zoiets als: ach ja, al die hormonen hè?... Ik begrijp dit niet. Wordt aan jonge heteroseksuele mannen een speciale ontheffing verleend?
Waarom is er zoveel begrip als zij toegeven aan hun verlangens en wordt mijn toegeven aan de mijne een gruweldaad genoemd?
Het debat over homoseksualiteit grijpt diep in in bijna elk kerkgenootschap, terwijl velen van ons die homoseksueel zijn zich onbegrepen voelen, gemarginaliseerd en genegeerd in de 'dialoog'.
Ik probeer niet argumenten voor mijn homoseksualiteit aan te voeren, maar slechts de realiteit van mijn gesteldheid te erkennen. Ik ben gebroken, en mijn homoseksualiteit is daar een uiting van. Maar wat ik niet geloof is dat ik meer gebroken ben dan degene die naast mij in de kerkbank zit.
De hebzuchtigen, leugenaars, dronkaards en de alleen-staande maar toch seksueel actieve heteroseksuelen, allen delen in dezelfde mate in de gebrokenheid als ik.
Zonde is zonde en genade is genade.
We zijn allemaal zondaars en of we nu hetero- of homoseksueel zijn: we krijgen dezelfde genade aangeboden. De overwinning wordt niet zomaar behaald.
Het zou een stuk gemakkelijker zijn als onze kerken mensen zoals ik die desondanks aanspraak maken op een overwinning, zouden begrijpen en accepteren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief