Herkenning bij duizend dappere dodo's en dozo's

2002-11-15
  • Jaargang 46
  • nummer 22
Dappere dodo’s en dozo’s…’ Temidden van ruim duizend domineesdochters en –zonen spits ik mijn oren.
Professor Hijme Stoffels heeft de volle aandacht, zeker na deze aanhef. Wij, zijn zeer zelfbewuste gehoor, willen graag nog meer over onszelf te weten komen. We kijken in een spiegel zonder veel verrassingen. Terugblik van een domineesdochter op de dag rond ‘Het kind van de dominee’.

Inmiddels geneer ik me een beetje als ik in deze week ‘after’ aan iemand vertel dat ik naar ‘de dag van Freek’ ben geweest. Het is alsof ik een intiem geheim verklapt heb. Steeds minder enthousiast durf ik te vertellen dat ik ‘er’ geweest ben. Blijkbaar is het een beetje maf om zo openlijk te genieten van het feit dat ik domineesdochter (geweest) ben. Want met m’n enthousiasme illustreer ik openlijk: ‘Domineeskinderen waren heimelijk trots op hun vaders ambt, het aanzien dat het gezin genoot in de gemeente en het voorrecht om in een cultureel hoogstaand milieu op te groeien’ (p.17 uit het onderzoek naar domineeskinderen door prof.dr.Hijme Stoffels in ‘Land van Domineeskinderen’). En aangezien de meeste domineeskinderen ‘naar eigen zeggen een extra sterk ontwikkeld geweten’ hebben (p.30), censureer ik mezelf: Ik praat er niet meer over.

Nostalgie?
Toch blijft het me bezig houden: Wat maakte de belangstelling voor deze dag zo groot ? Is het een hang naar nostalgie ? Waren we als domineeskinderen weer eventjes bijzonder ?
Of was er toch de behoefte aan erkenning, zo van: ‘Het viel ook allemaal inderdaad niet zo mee voor jullie!’ Laat ik maar voor mezelf spreken: Het was gewoon knus om zoveel herkenning te vinden. Herkenning in anekdotes, bezinning door teksten van liedjes.
Zoals het liedje van Seth Gaaikema: ‘Wat vader deed was zinnig, wat moeder deed was innig. Een letter minder, maar veel meer.’ Of ook de ervaring te kennen dat kinderen van dominees soms juist ook minder streng werden opgevoed dan kinderen uit andere gezinnen.
Wat mij vooral geraakt heeft is dat ‘dappere’, ‘dappere dodo’s en dozo’s’.
Waarschijnlijk heeft Hijme Stoffels deze aanhef ironisch bedoeld. En toch rolde na deze goedmoedig uitgesproken aanhef de schaduw van het kind van de dominee-zijn over me heen. Onder alle positieve geluiden in het onderzoek van Stoffels dreigen de pijnlijke gegevens te verschrompelen. Veel domineeskinderen zijn dapper en zijn dapper geweest: In een pastorie was het zeker niet de bedoeling dat de vuile was buiten werd gehangen. Ik heb daar zelf vervelende herinneringen aan: We kregen als predikantsgezin eind jaren zeventig trouw het jaarlijkse huisbezoek.
Dat was best bijzonder. Vaak werd in de jaren ervoor het huisbezoek aan het domineesgezin overgeslagen.
Ik vond het (als meisje van 15, 16 jaar) altijd moedig als ouderlingen bij ons het huisbezoek kwamen afleggen.
Dominees en hun vrouwen zijn verbaal vaak sterk. Het vraagt dan ook nogal wat van ouderlingen om tot de mens achter het ambt te komen. Dat merkten wij als kinderen ook: Tijdens het huisbezoek mochten de spanningen in het huwelijk van mijn ouders niet op tafel komen.
En dat taboe lag niet bij de ouderlingen.

Pastorie-geheim
Dapper. Ja, dapper in het eenzaam bewaren van dit pastorie-geheim.
En zo zullen er meer domineeskinderen op hun eigen plekje dapper zijn geweest. En de verbondenheid met die mensen zocht ik misschien ook wel in Amsterdam, op de domineeskinderendag.
Als kind van een predikant zal het soms moeilijk zijn geweest om te blijven geloven. Daar is vaak over verteld en geschreven. Als tiener merkte ik de andere kant hiervan: Ik twijfelde best regelmatig aan mijn geloof, vooral omdat ik het lastig vond om er iets bij te voelen, te beleven. In die tijd hielp het me als m’n vader vertelde over een doodzieke jonge vent, die veel steun vond in zijn geloof. Of hij verbaasde zich na de preek op zondag over de ontroerende reactie van een rebelse catechisant op een uitspraak in de preek over vertrouwen. Door al deze verhalen kreeg ik als jonge meid het gevoel: God bestaat dus echt; er zijn kennelijk mensen die werkelijk ervaren dat Hij bestaat.

Freek
De ‘dag van het kind van de dominee’: Grappig om te horen dat domineeszoon Freek verwoordt ‘dat wij als domineeskinderen gevoel hebben gekregen voor vragen als ‘amuseren de mensen zich nog wel ? duurt het niet te lang ? gaat het nog wel goed ?’’ Die feeling bleek in Amsterdam ook sterk bij Freek zelf. Hij signaleerde onze behoefte om ‘decent uit ons dak te gaan’(Hijme Stoffels). Veel prikkelen tot gelach dus om allerlei anekdotes uit de pastorie, maar ook aanvoelen dat er nog veel aanwezige domi neeskinderen geloven. Want uit het applaus van de zaal rond uitspraken als ‘Laten we eerst God weer gaan zoeken’ was er ook plaats voor het geloof zelf. Godzijdank kunnen nog veel domineeskinderen God hun Vader noemen.
Dat blijkt uit het gepresenteerde onderzoek, maar je voelde het ook tijdens de dag.

Doorsnee
Dat brengt me op het enige minpunt van deze dag: Jammer dat toch vaak de bekende Nederlanders op zo’n dag de hoofdtoon voeren. Ik had wel wat meer doorsnee dodo’s en dozo’s willen horen. Of komt hier teveel mijn gevoel voor rechtvaardigheid om de hoek kijken (wat volgens het onderzoek van Stoffels 94% van de domineeskinderen hebben meegekregen)?
Laat ik in m’n hoofd het beeld maar vasthouden van het slot van de dag: Het hele land van domineeskinderen in de Nieuwe Kerk zong ‘Looft God, looft Zijn Naam alom’.

‘Land van domineeskinderen’ Trouw Dossier nr. 22, Rainbow Pocketboeken

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief