Franse frustratie

2002-11-15
  • Jaargang 46
  • nummer 22
Sinds een paar weken is onze gemeente gastkerk voor asielzoekers. Hierdoor krijgen de diensten een bijzonder karakter of zoals u wilt een feestelijk tintje.
Niet alle onderdelen van de viering zijn in het Nederlands en we zingen wat vaker andere liederen, bijvoorbeeld uit de opwekkingsbundel. Kortom we zetten zogezegd ons beste beentje voor.
Ook wat betreft onze vreemde talen kennis. Iets waar Nederlanders per slot van rekening om bekend staan en waar we trots op zijn. Spreken we niet allemaal een mondje Engels, Duits en Frans?
Op deze vraag kan ik geen volmondig ja zeggen. Al op de middelbare school frustreerde ik me groen en geel aan de Franse taal. Wat had ik een hekel aan dat vak of was het nu de leraar?
In ieder geval moest ik hard mijn best doen voor een voldoende en daar baalde ik van. Dus al die liederen in het Frans, ze roepen bij mij oude gevoelens op. De taal absoluut niet machtig, zit ik me opnieuw te frustreren.
Ditmaal niet in de schoolbanken, maar in de kerkbanken. Wat staat er in dat lied en nog meer hoe spreek ik het uit?
Of zoals een gemeentelid zei: “Ik houd altijd lettergrepen over.” Het feest der herkenning. Gelukkig ben ik niet de enige die worstelt met dat Frans.
Soms houd ik zelfs demonstratief mijn mond dicht. In mijzelf ging ik door met gemopper. Hoeveel gemeenteleden zullen Frans spreken? Ik keek wat om mij heen en deed een ruwe schatting.
En wat te denken van de oudere mensen?
Een groot aantal van hen is ook niet bekend met de Engelse taal. Hoe zullen zij een viering met asielzoekers beleven?
Nadat ik het mopperen liet voor wat het was, keek ik opnieuw om mij heen.
Deze keer viel mijn oog op onze gasten.
Het zien van vele asielzoekers in ons midden raakte mij. Tegelijkertijd sloeg de schaamte toe. Ik zag alles weer in het juiste perspectief. Als ik mij al een beetje vervreemd voel in onze gemeente door het lezen en zingen in het Frans, hoe zullen zij zich dan wel niet voelen?
Zij die niet alleen geconfronteerd worden met een andere cultuur en taal, maar ook met hun eigen verleden.
Gevlucht voor oorlog, armoede of andere ellende. Ik werd stil. Erg stil. Ik besloot in het vervolg niet meer mijn mond houden bij een Franstalig lied, maar vrolijk mee te brabbelen. Ook al houd ik wellicht lettergrepen over.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief