Twee jongens uit Venlo
2002-11-15
Twee 18-jarige jongens slaan in Venlo een plaatsgenoot dood. Het geweld vond niet ’s nachts plaats, maar overdag.- Jaargang 46
- nummer 22
Niet in een steegje achteraf, maar gewoon bij een supermarkt.
Iedereen had slachtoffer van dit geweld kunnen worden.
Drank en drugs kunnen zelfs brave burgers onberekenbaar maken. Deze keer waren er geen pillen en drank in het spel. Kennelijk kunnen jongeren ook om het minste of geringste compleet buiten zinnen raken.
Een interview voor een actualiteitenrubriek met de ouders van de jongens liet iets van hun achtergrond zien.
Opnieuw was dit een confrontatie.
We horen en lezen vaak dat kinderen uit gebroken gezinnen veel risico op ontsporing lopen. Maar deze jongens groeiden op met een moeder én met een vader. Het had dus ook ons eigen gezin kunnen zijn, wij hadden de ouders van deze jongens kunnen zijn.
Laat ik voor het gemak de Nederlandse jongen Sjef noemen en de zoon van Marokkaanse ouders Achmed.
Sjef
De moeder van Sjef geeft aan dat ze veel moeite had met de opvoeding van haar zoon. De interviewer gaat niet ver terug in zijn jeugd. Mogelijk zou er dan het beeld zijn ontstaan van een kind dat al als peuter moeilijk was te corrigeren. Toen al hadden zijn ouders weinig grip op hem. Die geschiedenis zette zich voort op de basisschool en later op het voortgezet onderwijs.
Sjef had weinig zin om te leren, spijbelde veel en ook een baan was niet aan hem besteed. Hij kwam vaak te laat, kwam uiteindelijk niet meer opdagen en raakte zijn werk kwijt.
Een jongen die iedere structuur vermijdt, slecht correcties kan verdragen en daardoor grenzeloos wordt in zijn gedrag. De moeder heeft dit proces voor haar ogen zien gebeuren, ze heeft geen kans gezien om grip op haar kind te krijgen.
Achmed
Van Achmed weten we veel minder, over zijn ouders des te meer. Het eerste dat in het gesprek opviel is dat deze ouders in ruim 30 jaar nog geen Nederlands hebben leren spreken. Ze nemen een volkomen geïsoleerde positie in.
De vader is al snel zijn werk kwijt geraakt, hij leeft al bijna 20 jaar van de WAO. De moeder is in het gezin dominant aanwezig. Ze schuift alle schuld af. Zelfs de kranten spreken leugens en zijn een lastercampagne tegen haar zoon begonnen. “Zoiets doet mijn Achmed niet”. Even later wordt verteld dat Achmed alleen iemand zal slaan als hij beledigd wordt, als hij in zijn eer gekrenkt wordt. Dan heb je het recht om de eer te wreken. Het slachtoffer heeft het er dus zelf naar gemaakt.
Deze ouders hebben –zo is althans het beeld dat ontstaat op de televisiegeen enkel idee wat hun zoon doet of nalaat. Hebben ze ooit geweten hoe hij op school functioneerde? Zijn ze ooit naar gesprekken op school geweest? Achmed leeft in een wereld die zijn ouders volkomen vreemd is.
Af en toe komt hij naar huis om te eten of te slapen, verder gaat hij vermoedelijk zijn eigen gang. De ouders weten niet hoe hij in de boze buitenwereld leeft, mogelijk willen ze het ook niet weten.
Tenslotte komt er nog een verklaring naar voren die veel kijkers verbijsterd zal hebben: Allah had beschikt dat het de tijd was voor het slachtoffer.
Achmed was dus een instrument in de hand van Allah. Dat was een uitspraak die de Marokkaanse gemeenschap in Venlo met schrik vervulde, al was het maar vanwege de mogelijke consequenties voor deze gemeenschap in zijn geheel. Onder druk van hun geloofsgenoten distantieerden de ouders zich later van hun eigen uitspraken.
Vroeger hulp bieden
Uiteraard haastten de media zich om te verklaren dat er in gezinnen eerder moet worden ingegrepen als zaken dreigen te ontsporen. Dat is aardig bedacht, de praktijk is weerbarstiger.
Ouders uit gesloten gezinnen zullen zelden hulp vragen. Als ouders wel hulp willen: waar moeten ze die hulp dan vragen? Maar al te vaak is het dan voor ouders het verhaal van het kastje en de muur. Gedwongen hulp van buitenaf kan pas als zaken echt uit de hand lopen: de negatieve gevolgen moeten fysiek en emotioneel aantoonbaar zijn.
Hechting
In mijn visie valt een deel van het ontspoorde gedrag van jongeren terug te voeren op problemen met de emotionele hechting. Het is niet juist om daarbij beschuldigend naar de ouders te wijzen, er zijn ook kinderen die ‘van binnen uit’ moeilijk tot hechting komen.
Hoe dan ook: hoe eerder er gewerkt kan worden aan de opbouw van een gezonde hechting, hoe beter het is.
Terecht stelt o.a. de orthopedagoog dr. G. de Lange dat behandeling van hechtingsstoornissen vroeg moet beginnen, het liefste voor het 8e jaar.
Tegelijkertijd is al lang duidelijk dat de overheid niet op dat type hulpverlening zit te wachten. Er wordt gesteld dat 1 op de 3 kinderen zich niet veilig hecht. Dan mag ook wel duidelijk zijn dat er een flink blik aan geld opengetrokken moet worden om tot een adequate hulp te komen.. Stel dat het blik met geld er toch komt, dan zijn de ‘handen’ er nog niet. De jeugdhulpverlening kampt met lange wachtlijsten en er is een groot tekort aan medewerkers.
Hulp
Zou het Sjef en Achmed hebben geholpen als ze eerder bij de professionele hulpverlening hadden aangeklopt?
Daarvoor heb je ouders nodig die de zin van hulp inzien. De ouders van Sjef zagen wel in dat ze weinig grip op hem hadden. Misschien hebben ze hulp gevraagd, maar klikte het niet. Het kan ook zijn dat de hulp niet adequaat was.
Misschien wilde Sjef zelf geen hulp.
Voor Achmed liggen de mogelijkheden voor hulp aanzienlijk ingewikkelder.
Er lijkt bij hem thuis sprake te zijn van een gesloten gezin dat iedere inmenging van buitenaf afwijst. Tekenend was op de televisie de rol van de moeder die het gedrag van haar zoon voortdurend vergoelijkte. Ze zag hem in feite nog steeds als een klein jongetje dat terecht boos werd als hij gekrenkt werd. Zelfs als je zoon iemand dood slaat ligt dat nog niet aan hem: het slachtoffer heeft het er zelf naar gemaakt.
De vader had in het gesprek slechts een rol vanaf de zijlijn: het ondersteunen van de beweringen van moeder. Als ouders de onvoorstelbare agressie van hun kind zo bagatelliseren is er binnen het gezin vaak meer aan de hand. In dit huis zal zelfs een Marokkaanse hulpverlener nauwelijks een ingang kunnen vinden. Het gezin is immers prima in orde, als het mis gaat met één van de kinderen ligt dat nooit aan het gezin maar altijd aan de boze buitenwereld. Die wereld is er verantwoordelijk voor dat ons van alles overkomt. Vanuit dat gezinsklimaat overziet Achmed dan ook nauwelijks de consequenties van zijn daden.
Dat hij een paar klappen uitdeelde is heel gewoon, eigenlijk is hij daar niet eens verantwoordelijk voor. Hij gaat dan ook gewoon de supermarkt binnen om kroketten te halen. Pas als later tot hem doordringt wat er werkelijk is gebeurd lijkt hij spijt te krijgen. Spijt, want je zult maar opeens 10 jaar van je leven opgesloten zitten. Of er ook sprake was van berouw is niet duidelijk.
God heeft het zo beschikt
De ouders zoeken een religieuze verklaring voor deze gebeurtenissen.
Allah had beschikt dat het de tijd was voor het slachtoffer. Soms komen we deze manier van denken helaas ook tegen in christelijke kring. Toen een jongere die ieder weekend stomdronken achter het stuur kroop zichzelf tegen een boom doodreed was het zijn tijd en het was Gods wil. Als Gods almacht de menselijke verantwoordelijkheid uitsluit krijgen dergelijke gedachten de ruimte.
Hopeloos?
Er moet veel strenger gestraft worden….
klinkt het alom in de media en in de politiek. Dat klinkt aantrekkelijk.
Maar straffen alleen helpt niet: Achmed wordt er niet anders van. Hij komt over een aantal jaren als een iets oudere Achmed de gevangenis weer uit, belast met een verleden dat hem vermoedelijk meer zal belemmeren dan op een betere weg helpen.
God is niet alleen een God van slachtoffers, maar ook van daders, hield de gastpredikant onze gemeente zondag voor. Daarmee kom je ook op de vraag wat Achmed nodig heeft om in dit leven verder te kunnen. Zijn er mensen in zijn omgeving die hem werkelijk bij naam kennen? Zijn er mensen die zijn taal spreken en die op die manier een appèl op hem kunnen doen? Voor alle Achmed’s, Sjefs, Jannen, Cindy’s en Daisy’s die nu opgroeien geldt dat er mensen in hun dagelijkse omgeving moeten zijn die bij hen betrokken willen zijn.
Volwassenen die bij wijze van spreken een pedagogisch oogje in het zeil houden. De wijkagent, een collega op het werk, een leraar op school, de trainer van de voetbalclub en hopelijk ook eens een keer iemand uit een kerk….