Student en gemeente

2002-11-15
  • Jaargang 46
  • nummer 22
Een hartenkreet van een moeder: Waarom zijn gemeenteleden zo weinig alert op nieuw ingekomen studenten?
Je kunt je afvragen waarom ouders zich hiermee bezighouden. Meestal is de aanleiding de zorg om het eigen kind, dat in een studentenstad is terecht gekomen, omdat een bepaalde studie in die plaats nodig is.

Zeker wanneer een jongen of meisje in de plaats waar zijn of haar ouders woont zich ontpopt heeft als een meelevend jong kerklid, dan kan er zorg zijn bij ouders wanneer ze zien dat hun kind niet goed wordt opgevangen in een gemeente waar het zich heeft aangemeld. Ongewild zou het gevaar kunnen bestaan om kerkelijk onder te duiken.
Er is soms ook sprake van werkelijk ‘onderduiken’ bij studenten en/of andere jongeren. Om ouders geen verdriet te willen aandoen, zijn ze in hun thuiskerk trouw meegegaan naar de kerk. Wanneer ze echter op kamers zijn gaan wonen, hebben ze er geen behoefte aan om zich bij een kerk te melden.
Al jaren blijkt studentenopvang én voor gemeente én voor de student een probleem te zijn. Lang niet altijd melden studenten zich als nieuw lid aan, omdat ze soms de eerste jaren van hun studie ‘thuislid’ blijven. Dus wel op kamers wonen in een studentenstad, maar regelmatig de weekenden naar hun ouderlijk huis terugkeren.
Blijven ze echter een weekend in de studentenstad en gaan daar naar de kerk, dan voelen ze zich soms wat verlaten zitten.
Zelf heb ik in de zeventiger jaren in een universiteitsstad gewoond. Door de kerkenraad van de GKV werd er bij elke nieuwe lichting op aangedrongen dat de studenten lid zouden worden van de plaatselijke gemeente waar ze een kamer hadden betrokken. Dit met het oog op pastorale zorg, die dan verleend kon worden: een kennismakingsbezoek door predikant en/of wijkouderling. Maar ook om de student wat wegwijs te maken in de nieuwe gemeente. Er werd nogal op aangedrongen om naast het lidmaatschap van de studentenvereniging, lid van een jeugdvereniging te worden, zodat jongeren op deze vereniging de nieuw ingekomen student(en) mee naar huis konden nemen, vooral op zondagen, waardoor ze meer ingeburgerd konden raken. Omgekeerd werden gemeenteleden soms op plenaire vergaderingen van een studentenvereniging uitgenodigd.
Met name wanneer een interessante lezing werd gehouden.
Op zich een prima methode voor integratie.
Ook werden studenten, die zich als lid hadden gemeld, opgeroepen om naar gemeenteavonden te komen, zodat er een goede mix zou kunnen ontstaan tussen inbreng van ‘autochtone’ gemeenteleden en studenten. Dat werkte perfect. De studenten werden niet als ‘een apart slag’ bestempeld of als ‘tot een bepaalde categorie behorend’.
En de gemeente maakte kennis met de problematiek waarmee de student zich bezighield.

Veranderd
Tijden en gemeenten zijn echter veranderd.
Hoe nu, wanneer je het gevoel hebt als student een vreemde te blijven in de nieuwe gemeente? Je wordt zelden aangesproken, laat staan meegenomen naar huis voor een kop koffie of een maaltijd. Je probeert zelf iemand in de kerk aan te spreken, maar daar blijft het dan bij. Je gooit je kop er tegen in en denkt: ik blijf volgende week zondag lekker in mijn nest liggen! Of wanneer je toch een positieve instelling hebt: in het vervolg ga ik naar de evangelische kerk. Daar zijn ze tenminste hartelijk!
Nu, dat laatste is natuurlijk niet de grootste ramp, maar het is niet de bedoeling. Als plaatselijke kerk heb je de verantwoordelijkheid om studenten op te vangen. Er bestaat geen enkel excuus voor een gemeente om dat na te laten.

Welke methodes?
Om geen enkele plaatselijke NGK gemeente mogelijk in diskrediet te brengen, heb ik wat informatie ingewonnen bij m.n. de GKV, die zoals u weet nogal georganiseerd en gestructureerd werkt.
Wat voor methodes passen zij toe bij het opvangen van studenten?
We belden met een pastoraal medewerker, de heer Wubbo van Herwijnen te Zwolle, die zich daadwerkelijk met de zorg voor jongeren (gemeentebreed) in zijn plaats bezig houdt.
‘Wanneer jongeren (o.a. studenten) nieuw binnenkomen in de gemeente, wordt aan het begin van het seizoen een ontmoeting tussen kerkenraad en jongeren georganiseerd. De jongeren krijgen dan informatie over catechese, jeugdwerk, miniwijken e.d. Daarna krijgt de student zo spoedig mogelijk bezoek van de wijkouderling(en) voor een nadere kennismaking. Hoe meer ouderlingen, hoe sneller dat gebeurt.
In Zwolle is de gemeente ingedeeld in acht wijken, die weer opgedeeld zijn in vier miniwijken, bestaande uit ± 10 adressen. In één miniwijk zitten soms 7 à 8 studenten. Eén en ander bevordert het onderling contact. In de miniwijken kunnen diverse activiteiten plaatsvinden: bijbelstudie, gebedsavonden, spelletjes enz.
Zwolle kent het fenomeen van de studentenpastor: ds. Philip Troost. Hij ontvangt zonodig op zijn kamer in de Hoge School studenten, die met hem willen spreken. ‘Er zijn echter weinig kerkelijke gemeentes, die dat kunnen financieren’, aldus Wubbo van Herwijnen.
Hij vertelt me ook dat er vier jaar geleden op de synode van de GKV tot de vorm van een vast- en gastlidmaatschap voor studenten is besloten. Dat betekent dat een student lid blijft van de thuisgemeente, maar ook in de administratie van de gemeente waar de jongere studeert wordt opgenomen.
Dit wordt doorgegeven vanuit de thuiskerk.
Dat lijkt dubbelop, maar het voorkomt dat studenten (die wisselend thuis of op hun kamer leven) tussen wal en schip terecht komen. Extra zorg dus om de student niet uit het oog te verliezen. Van Herwijnen benadrukt echter dat de eigen verantwoordelijkheid van de student blijft. ‘Studenten zullen zich wél zelf moeten geven’.

Andere visie
Van een vast- en gastlidmaatschap moet Gerard Markering (diaken en met zijn 46e levensjaar de oudste van de gemeente) niet veel hebben. In de stad Maastricht waar steeds meer jongeren komen studeren, is de visie op de student en gemeente anders. Gerard meent dat de kerk in het leven van studenten niet secondair kan zijn. Het lichaam van Christus, de gemeente zal altijd primair moeten zijn, dus prioriteit moeten hebben. Geloofsgroei is essentieel voor jongeren, zeker op de leeftijd waarin ze nog fris, naïef, zonder frustraties en/of blokkades in het ker kelijk leven staan. Er zit kracht in jonge mensen, die moet groeien en benut worden. Studenten zijn de toekomst van de kerk!
De meeste studenten zoeken zelf hun nieuwe gemeente op. Maar in juli/ augustus probeert Gerard Markering zelf al potentiële namen op de universiteit te verzamelen om de aankomende studenten zo snel mogelijk te vinden en een bezoekje te brengen. De gemeente van Maastricht telt ±100 leden en is in buurtkringen opgedeeld.
Elke buurtkring bestaat voor 60% uit studenten en voor driekwart ligt de coördinatie van zo´n kring bij een student.
Overigens is er geen verschil tussen gemeenteleden en studenten.
Evenals een ‘gewoon’ gemeentelid is een student ouderling. Alle activiteiten worden breed gedragen, er is geen onderscheid, benadrukt Gerard. Om de beurt wordt door de coördinator van de buurtkring een (maandelijkse) gemeenteavond georganiseerd. Een intensieve beleving van het lichaam van Christus. Dit jaar werd de dankdag door de studenten verzorgd.
Studenten in Maastricht zien de gemeente als een thuis.
Markering wijst nog op voorbeelden in Rotterdam en van de Navigators, die studenten de keus lieten om te freewheelen, maar daarvan teruggekomen zijn. Daarmee verlies je mensen.
Verder noemt hij het congres in De Bron, dat dit jaar werd gehouden en waar 700 jongeren bij elkaar kwamen en lieten blijken graag iets in de gemeente te doen om met elkaar de \meente kunnen worden ingezet. Veel jongeren zijn enthousiast over de werkwijze in Maastricht en Amsterdam (waar op eenzelfde manier wordt gewerkt), aldus Gerard Markering. ‘Een levende gemeente is de beste plek voor studenten, voor jonge mensen’.
In Groningen ligt het volgens pastoraal werker Jetze Muurling en mentor Ko Serier toch wat ingewikkelder. In een grote stadskerk met vier à vijf verschillende zelfstandige wijken, wordt vaak gemuteerd door studenten, waardoor hun gangen niet altijd te volgen zijn.
Ook het zogeheten gastlidmaatschap functioneert dan niet. Elk jaar moet een student (zonodig) dit lidmaatschap verlengen. In de praktijk komt daar weinig van terecht. De roep om een studentenpastor wordt daardoor ook in Groningen steeds groter.
Er wordt zeker veel werk verzet voor opvang. Er zijn werkgroepen studen ten, die in het kader van gemeenteopbouw bijvoorbeeld een gemeentedag, een internationaal jeugdcongres e.d. organiseren, waarbij ook de gavenlijst (kwaliteiten bij mensen) wordt gehanteerd. Overigens gaan deze activiteiten meestal uit van de wat ‘oudere’ student. In Groningen is deze categorie nogal in een bepaalde wijk geconcentreerd.
‘De verdwijntruc is in een stad waar veel kerken zijn meer aanwezig, je kunt niet elke student in de kraag pakken’ volgens de beide werkers.
‘Eigen verantwoordelijkheid van de student’ benadrukken ook zij, al is er begrip voor de (zeker de eerste en tweedejaars) student die in de voorgeschreven vier jaar hard moet werken en daardoor misschien wat minder actief is in de kerkelijke gemeente.
Het ‘shoppen’ (b.v. bij de Vrije Baptisten) komt eveneens voor. Ko Serier meent dat het belangrijk is voor een student dat hij zich in een gemeente ‘thuis’ voelt.
Een student moet en mag zich ‘thuis’ voelen in een gemeente!
Laten wij, gemeenten en gemeenteleden, dit zo veel als in ons vermogen ligt wáár maken. Tot steun voor student en ouders, tot opbouw van het lichaam van Christus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief