De rechtvaardigheid van Jozef
2002-11-29
‘Daar nu Jozef haar man rechtvaardig was…’ (Matt. 1 : 19) - Jaargang 46
- nummer 23
Jozef, die voor de burgerlijke stand de vader van onze Heiland was, is in het evangelie en in de christelijke traditie een echte achtergrondfiguur.
Wat we van hem weten kan om zo te zeggen op de nagel van een duim.
Wat bekendheid betreft haalt hij het op geen stukken na bij zijn vrouw Maria. Toch mogen wij hem om die reden niet in de onbenulligheid wegdrukken.
Wij hebben onlangs afscheid moeten nemen van Prins Claus van wie iets vergelijkbaars te zeggen valt.
Ook zijn leven heeft zich in de schaduw van dat van iemand anders afgespeeld.
Vergeleken met onze koningin stond hij op de achtergrond. Maar bij zijn overlijden en begrafenis is duidelijk gebleken wat voor een belangrijke plaats hij in ons volksleven innam.
Onze tijd schrijft publiciteit hoog in het vaandel en het lijkt wel of een leven mislukt is wanneer het geen doorbraak naar de openbaarheid kent, maar bekendheid bij de media moeten we maar wat leren wantrouwen. Wat voor oppervlakkige maatstaven hanteert men daar eigenlijk?
Ik wil in deze adventsmeditatie voor een ogenblik het licht op Jozef laten vallen. Hij krijgt in het evangelie naar Matteüs’ beschrijving het prachtige getuigenis mee dat hij rechtschapen of rechtvaardig was. Toen vóór zijn huwelijk met Maria bleek dat zijn ondertrouwde vrouw zwanger was en toen zij hem vertelde dat deze zwangerschap uit de Heilige Geest was, vatte hij het plan op zich in stilte van haar te scheiden omdat hij haar niet in opspraak wilde brengen. Geloofde hij Maria niet? Of vond hij onder deze omstandigheden een huwelijk niet langer gepast? De tekst spreekt zich er niet met zoveel woorden over uit.
Er worden van Jozef geen woorden, alleen maar handelingen vermeld: hij deed dit en hij liet dat. Wat hij erbij gezegd heeft horen we niet en zelfs over zijn gedachten is de Schrift sober.
Maar het hele bericht over hem lezend zeg je: wat een lieve man!
Rechtvaardig
Maar is lief hetzelfde als rechtvaardig?
Dat woord rechtvaardig, dat is het verrassende in het getuigenis over hem.
Want over rechtvaardigheid doen tegenwoordig heel andere opvattingen de ronde. Rechtvaardig is voor ons besef iemand die – in de politiek bijvoorbeeld – de dingen tot op de bodem toe uitzoekt en dan de onderste steen boven wil krijgen. En lukt dat niet onmiddellijk dan is de rechtvaardige een doorzetter en een volhouder, iemand die zich met geen kluitje in het riet laat sturen. Om rechtvaardig te zijn lijkt het tegenwoordig voldoende een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel te hebben om vanuit dat gevoel onrecht (van anderen) fel aan de kaak te stellen. De rechtvaardigheid is vandaag zo luidruchtig. Nu, van zulke rechtvaardigheid is bij Jozef geen spoor te ontdekken. Hij komt op ons over als iemand die belangrijke dingen over hun kant laat gaan, niet op z’n rechten staat en zich de kaas van het brood laat eten. Hij is zo stil, geen woord van protest komt over zijn lippen.
Hoe komt de Schrift er eigenlijk toe de belangrijke eigenschap van rechtvaardigheid op Jozef toe te passen?
Zachtmoedig
Het antwoord op deze vraag zit verborgen in een lied dat we in de kersttijd graag zingen. Het lied waarin de dochter van Sion wordt aangespoord tot vreugde, vanwege haar koning die de wereld komt binnenrijden. De beloofde Davidszoon van de profetie.
Het gaat me nu in dit lied om de volgende regels waarmee deze messiaanse koning in zijn entrede wordt bezongen: ‘de zalige tijden / Hij komt ons bevrijden / rechtvaardig, zachtmoedig, / de aarde zal spoedig / een bloeiende tuin zijn van vrede en recht, / de Heer heeft het heden voorzegd’ (Gez. 42 : 1). Ziet u dat het woord ‘rechtvaardig’ hier gevolgd wordt door een ander woord dat er ver vanaf lijkt te staan? Namelijk het woord ‘zachtmoedig’?
‘Rechtvaardig, zachtmoedig’, die twee woorden worden in één adem genoemd. Wederzijds beïnvloeden die twee woorden elkaar. Het woord rechtvaardig maakt duidelijk dat we bij zachtmoedig niet aan een halve zachte moeten denken en zachtmoedig geeft aan dat we met de rechtvaardigheid niet de kant op moeten van de heftige lik-op-stukmentaliteit waarin de rechtvaardigheid zich vandaag zo hinderlijk hult.
Jozef is de zoon van deze David van de profetie. ‘Jozef, zoon van David…’, zo spreekt de engel hem aan (Matt. 1 : 20). David was in Israël de messiaanse koning en als u wilt weten hoe de profetie zich het messiaanse bestuur indacht, dan moet u Psalm 72 lezen.
Dan blijkt dat de rechtvaardige David van de profetische verwachting het hart bij de kleinen en de armen had.
Dat zijn rechtvaardigheid er niet uit bestond dat hij met ongezouten woorden op recht en gerechtigheid aandrong, ook niet hieruit dat hij een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel had, maar hierin dat hij daadwerkelijk de ander aan zijn recht en tot zijn recht liet komen. En deze messiaanse stijl van zachtmoedige rechtvaardigheid – een stijl die wij met onze opvattingen over rechtvaardigheid zo kwijt zijn - , die heeft Jozef onder de werking van Gods Geest van dit profetische David-beeld afgekeken.
Terugtreden
Concreet betekende dit dat Jozef van terugtreden wist. Hij begreep niet wat er met Maria aan de hand was.
Maar in plaats van dit tot op de bodem te gaan uitzoeken om zo de onderste steen boven te krijgen deed hij aan paar stappen terug om aan Maria de ruimte te geven die zij nu nodig had en haar tegen het boze gerucht in bescherming te nemen. Uitwijken en opzij gaan voor het geheimenis, dat is wat Jozef deed: ‘Stel je voor dat Maria gelijk heeft…’ Natuurlijk behoeven we niet te ontkennen dat Jozef door wat Maria hem vertelde in grote verlegenheid gebracht werd, maar zijn rechtvaardigheid is geweest dat hij haar met haar ongewoon verhaal ten goede hield. Zijn echtscheidingsplannen hadden dan ook niets cynisch en bitters. We mogen er wel eens bij stil staan dat Jozef met dat terugtreden iets bijna bovenmenselijks gepresteerd heeft. Denk het je in: onvrijwillig van je geliefde (te denken) te moeten scheiden om een niet duidelijke reden. Ik weet wel, God zag in het huwelijk tussen Jozef en Maria geen bezwaar, maar het gaat me nu even om wat Jozef dacht dat hij moest doen. En daarvan zeg ik: dat was uitzonderlijk groot!
Navolging
Wij moeten dan ook voorzichtig zijn met de kwestie van de navolging, met het zinnetje dus: Ga heen en doe gij desgelijks – in voorkomende gevallen.
Want komen zulke gevallen nog wel voor? Onlangs vroeg Freek de Jonge voor de tv aan een domineeskind: ‘Stel je voor dat je vader je vroeg een eindje met hem te gaan wandelen en hij zou je dan aan een boom vastbinden, een mes uit z’n zak halen en tegen je zeggen: sorry hoor, maar God heeft mij gezegd dat ik jou moet slachten – zou je dat dan goed vinden?
Tussen haakjes: Om de bijbel belachelijk te maken dóet zo’n vraag het altijd wel. Maar een antwoord zou kunnen zijn: God wist wel dat Hij zoiets in een godvergeten tijd als de onze niet van enig mens zou kunnen vragen.
Daarom deed Hij dat in een periode van de geschiedenis toen men nog wist wat godvrezendheid was. Aan ons de taak om er met eerbied naar te luisteren en de sterkstroom van zo’n verhaal in de zwakstroom van ons leven een plaats te geven. Wij spreken niet voor niets van bijbelheiligen: mensen van gelijke beweging als wij en toch van een buitengewone geestelijke statuur.
Daartoe reken ik ook Jozef. Wat is hij groot in zijn zachtmoedige rechtvaardigheid!
Daar kun je alleen maar in grote eerbied naar kijken. Van ons worden zulke grote dingen niet meer gevraagd.
Geen offer als van Isaäk en geen terugtreden als van Jozef. Toch mogen wij bidden om een weerschijn van deze rechtvaardigheid in ons eigen leven. Concreet zou dat kunnen betekenen dat we wat voorzichtiger worden met die heftige en gehaaide rechtvaardigheid van ons, want die is niet zachtmoedig maar zweemt eerder naar de hovaardij.
Tenslotte: De Here God heeft Jozef in de droom over zijn gepaste schroom heengeholpen door Zelf Maria’s verhaal te bevestigen. Zouden we daarin geen beloning mogen zien van zijn rechtschapenheid? En zou God ook ons niet verder willen helpen op de levensweg als we ons oefenen in deze terugtredende rechtvaardigheid?
Terugtredend, vooral als het gaat om onze eigen belangen?