Soms duurden de dalen te lang...
2002-11-29
Medio 2000 vertrokken Frits en Monique van de Kerk met hun drie kinderen uit Nederland. Na een tussenstop van vijf maanden op een bijbelschool in Bethlehem vestigden zij zich in de Turkse stad Istanbul. Zonder vastomlijnd plan, maar mét ‘het heel sterke gevoel dat dit de weg is die God ons wijst.’ Aldus Monique in Opbouw in maart 2002.- Jaargang 46
- nummer 23
Het is nu tweeënhalf jaar later. Waar heeft dat ‘heel sterke gevoel’ dit gezin gebracht? En hoe staat het met het ‘zondagskinderengevoel’ van deze twee mensen?
Fysiek zijn Frits en Monique na ruim een jaar Istanbul terechtgekomen in een klein stadje aan de Zee van Marmara, anderhalf uur varen van Istanbul.
Daar staat een conferentiecentrum dat de Turkse protestantse kerken in 1995 met financiële hulp uit het buitenland hebben aangekocht. Het is een zeer eenvoudig gebouw op een mooie plek.
Het huis is gekocht om er Turkse christenen een plek te geven voor retraite, ontspanning en samenkomsten. Frits en Monique wonen in een appartement in de buurt, met inmiddels vier kinderen: Roelof (6), Bram (5), Gemma (3) en Thomas (4 maanden).
Huis van ontspanning
Ruim een half jaar nadat ze zich in Istanbul hadden gevestigd, werden Frits en Monique van de Kerk benaderd door leiders van de gezamenlijke protestantse kerken. Of zij het huis samen met de Turken opnieuw op poten wilde zetten.
Uit de gesprekken met de Turkse protestanten en het bezoeken van de plek bleek dat Tatil Evi, dat letterlijk ‘plaats van ontspanning’ betekent, vooral een plaats van ernstige verwaarlozing was. Het huis staat in het gebied dat in 1999 door de grote aardbeving is getroffen.
Tatil Evi bleef toen wonderwel overeind, maar is intensief gebruikt als noodopvang van slachtoffers. Frits van de Kerk: ‘De relatie met de lokale overheid is sindsdien erg verbeterd, maar de conditie van het huis holde achteruit.
Goed en groot onderhoud was een brug te ver door de sterk verslechterende economie en de grote zorgen die de protestantse kerken hadden als onderdrukte minderheid in Turkije.’ De toestand van het huis was bij het oriëntatiebezoek van de familie Van de Kerk in 2001 zo slecht dat er geen gebruik meer van werd gemaakt. Frits: ‘Het was er gevaarlijk, onprettig en het was verstoken van alle comfort.’
Intimidatie
Na uitgebreide gesprekken met de Turkse kerkleiders, collega-zendelingen in Turkije en het thuisfront besloot het echtpaar op het verzoek van de kerken in te gaan.
Omdat ze diep overtuigd raakten van het grote belang én van de levensvatbaarheid van het conferentiecentrum.
Frits: ‘De protestantse kerken in Turkije maken een explosieve groei door.
Tegelijkertijd is er een groeiende behoefte aan een plek voor bezinning en ontspanning.
Onderschat niet de intimidatie die vanuit de moslimbevolking en van overheidswege op Turkse christenen wordt uitgeoefend. Kerken worden gesloten, christelijke scholen moeten zich verplicht opheffen. Voor Turkse christenen betekent het daarom heel veel om een plek te hebben waar ze rust hebben en de druk van argwanende buren en familieleden even achter zich kunnen laten.’
Pittig
Terwijl zowel Frits als Monique beiden intensief doorgingen met hun taalstudie, schreef Frits een gedetailleerd businessplan. Voorbereidingen werden getroffen. In het voorjaar van 2002 lieten Frits en Monique met hun kinderen Istanbul achter zich om zich in de buurt van het conferentiecentrum te vestigen. Monique: ‘Het was een zware tijd. Er zou zo immens veel werk verzet moeten worden om het huis weer in orde te krijgen, dat het ons gewoon beangstigde.
Tegelijkertijd vonden we het project zo sterk bij ons passen, dat het ons wel eens duizelde. Daarbij kwam dat we het allebei heerlijk vonden om een concreet doel te hebben. Want samen om de beurt hard studeren op de Turkse taal, op een klein flatje ver van huis, verstoken in het begin van oppas en hulp én het idee wat we concreet zouden gaan doen, dat was behoorlijk eh…, laten we het maar op pittig houden.’ Frits vult aan: ‘Onze start in Istanbul was vol vertrouwen maar achteraf ook tamelijk naïef. We hadden er vooraf niet voldoende bij stilgestaan dat ons verblijf bij de Turken vragen zou oproepen. Leg maar eens uit waarom je in een land wilt wonen waar het economisch slecht gaat en waar je geen baan hebt. Waar je niets mag vertellen over je diepste motieven omdat het verboden is om het evangelie te verkondigen... Dat was een last.’
Verblijfsvergunning
In dezelfde tijd dat Frits en Monique ‘ja’ zeiden tegen het project Tatil Evi, kwam de verblijfsvergunning van de familie Van de Kerk op een wonderlijke manier rond. Het ontbreken van dit in Turkije onontbeerlijke document (nodig om bijvoorbeeld een auto aan te schaffen, een rekening te openen) was een bron van frustratie. Elke drie maanden moest het gezin het land verlaten om in bijvoorbeeld Griekenland na een busreis van twaalf uur het tijdelijk toeristenvisum te verlengen. Monique grinnikt: ‘Nog zoiets pittigs.’ Via een reisagentschap waarvoor Frits in Turkije reizen organiseert voor christelijke toeristen uit Nederland, kwam het felbegeerde document in hun bezit. Enthousiast vertelt Frits dat de eerste groepen Nederlanders al in Tatil Evi hebben gelogeerd.
‘Uiteraard is het huis er in eerste instantie voor de Turkse christenen. Maar overnachtingen van toeristen brengen geld in het laatje waarmee wij voorlopig heel blij zijn. Bovendien maken die logeerpartijen van buitenlanders onze aanwezigheid in het provinciestadje verklaarbaar én geven ze het huis een legale status. Een van de mooiste aspecten vinden we trouwens de waardevolle ontmoetingen tussen Turkse en Nederlandse christenen onder het Tatil-Evi-dak.’
Tijdelijkheid
Een aspect dat Frits en Monique van de Kerk bijzonder aantrok in het Tatil Evi-project, is het tijdelijke karakter van het werk. Want, zo stellen Frits en Monique nadrukkelijk, het is een project dat zo snel als mogelijk is weer wordt overgedragen aan de Turken.
Ondertussen zal het echtpaar alles in het werk stellen om de voorzieningen van het centrum weer op een aanvaardbaar niveau krijgen. Hiervoor is een grondige renovatie nodig, die veel inspanning en geld zal gaan kosten. Frits is van huis uit civiel ingenieur en heeft inmiddels een gedetailleerd bouwplan opgesteld. Het echtpaar hoopt bij de renovatiewerkzaamheden behalve Turkse christenen ook Nederlandse christenen te betrekken. Daartoe is inmiddels vanuit Nederland de Stichting Steun Tatil Evi opgericht. Ondertussen moet ‘de loop’ weer in het centrum komen zodat het na de renovatie zichzelf weer kan bedruipen. Frits: ‘Overigens hebben al verschillende groepen uit Istanbul en Bursa hun retraitebijeenkomsten in het centrum gehouden. En in september is de eerste doopdienst op het terrein van het huis gehouden. Geweldig!’
Zondagskinderen
In het Opbouw-interview in maart 2002 vertelden Frits en Monique dat ze zich altijd zondagskinderen hebben gevoeld.
Hoe staat het met dat gevoel anno 2002? Frits, onmiddellijk: ‘Ik kijk nu naar onze jongste zoon, die hier blakend van gezondheid ligt te slapen en zeg volmondig: ja! Dat we te midden van alle turbulente ontwikkelingen een goede zwangerschap en een ongecompliceerde bevalling mochten meemaken en gezegend werden met een gezond kind, vind ik heel bijzonder.’ Terugkijkend is er de afgelopen tweeënhalf jaar veel gebeurd. Er waren pieken en dalen; en soms duurden de pieken te kort naar hun smaak, en de dalen te lang. Monique: ‘Maar altijd was er het sterke gevoel dat we de weg gingen die God ons wees. We zijn in veel dingen gezegend, langzaam zijn steeds meer puzzelstukjes op hun plek gevallen. Dat geeft een rijk, gezegend gevoel.’
Jongerenreizen
Wat er concreet is bereikt sinds we ons in Istanbul vestigden? Frits: ‘Wij spreken de Turkse taal; we hebben vrienden gemaakt onder de lokale Turkse bevolking; we hebben in het project Tatil Evi voorlopig een concreet doel gekregen om onze schouders onder te zetten; we hebben een verblijfsvergunning; onze kinderen spreken Turks en zijn hier goed geaard; en de eerste diaconale jongerenreis vanuit Nederland naar Tatil Evi is afgerond en is voor velen een heel waardevolle ervaring geweest.’ Monique: ‘We kozen tweeënhalf jaar geleden onder andere voor Turkije omdat we zelf hele goede ervaringen hebben met diaconale jongerenreizen.
We wilden Nederlandse jongeren de kans geven op bezoek te komen.
Afgelopen zomer bezocht een groep van 34 Houtense jongeren dit land. Zij mochten iets betekenen voor Turkije, en Turkije iets voor hen. Dit bezoek maakte onze eerste zomer hier in Tatil Evi samen met de eerste Turkse retraitebijeenkomsten en de eerste Turkse doopdienst tot een waardevolle en hoopgevende start!’ Frits en Monique van de Kerk worden uitgezonden door de NGK/CGK Houten en de NGK Utrecht. Wilt u meer informatie of op de hoogte gehouden van het werk van de familie Van de Kerk, dan kunt u zich richten tot de thuisfrontcommissie van de familie Van de Kerk, p/a Meercamp 28, 3992 RK in Houten. Er is dit jaar ook een stichting in het leven geroepen die fondsen inzamelt om de renovatie en uitbreiding van Tatil Evi vanuit Nederland te helpen bekostigen. Deze stichting is verbonden aan de NGK/CGK te Houten en heet Stichting Steun Tatil Evi. Wilt u hierover meer informatie, dan kunt u zich richten tot Hans Liefhebber, Riddersborch 4, 3992 BL te Houten. Het e-mailadres van de stichting is tatilevi@houten.com. Op internet kunt u deze stichting vinden op www.houten.com/tatilevi/. Het gironummer van de Stichting Steun Tatil Evi is 9442026 te Houten (giften zijn aftrekbaar).
| ‘Alsof de Kandelaar heel langzaam bezig is terug te keren…’ Eeuwenlang was Turkije onontvankelijk voor het Evangelie. Turkije - dat nota bene ligt in het gebied waar een groot deel van het boek Handelingen zich heeft afgespeeld, waar Timotheüs vandaan kwam en waar Paulus intensief heeft rondgereisd om over het christelijke geloof te vertellen. Pieter van Kampen (56) is erdoor gefascineerd. Vooral omdat de laatste jaren geestelijk gezien een beweging in dit unieke deel van de wereld waarneembaar is. ‘Een beweging die van cruciaal belang kan zijn voor de christelijke wereldkerk.’ Pieter van Kampen is programmamaker voor de EO en was tot zijn verhuizing naar Pijnacker in oktober 2002 lerend ouderling in Wageningen. Voor hem is het klip en klaar: de geestelijke toekomst van Turkije is van doorslaggevend belang voor het christelijke geloof in een enorm gebied. Landen als Toerkmenistan, Oezbekistan, Tadzjikistan en Kazachstan oriënteren zich geestelijk namelijk voor een groot deel op Turkije. Van Kampen, die voor zijn werk in deze regio heeft gereisd: ‘Hun talen zijn aan de Turkse taal verwant en de versie van de islam die ze in nabijgelegen landen als Iran en Afghanistan zien, nemen ze niet aan. Net zo min als die van de Saoediërs, van wie ze geld krijgen. Turkije kan geografisch gezien het scharnier worden tussen zeer verschillende culturen. Het is voor een aantal landen nu al hét oriëntatiepunt.’ Pieter van Kampen bezocht deze zomer het conferentiecentrum Tatil Evi, dat op anderhalf uur varen van Istanbul ligt. Hij is lid van het comité van aanbeveling van de Stichting Steun Tatil Evi en vindt het werk dat Frits en Monique in Turkije doen ‘van groot belang’. Van Kampen: ‘Wat er nu in Turkije gebeurt, is fascinerend. Voor het eerst sinds eeuwen steekt het christelijke geloof er de kop op. Heel spaarzaam komen Turken tot geloof. De Turkse protestantse kerk, die inmiddels zo’n 2.000 gemeenteleden telt, groeit. Tegen alle verdrukking en intimidatie die het in dit moslimland ondervindt, in. Een piepklein vonkje lijkt vlam te hebben gevat, en dat in een land waar het geloof in Jezus Christus onder de lokale bevolking eeuwenlang is weggeweest. Onvoorstelbaar!’ Enthousiast en gedreven vertelt Van Kampen over de unieke geschiedenis van Turkije, haar belang voor de regio en voor de christelijke wereldkerk. De woorden rollen als kant-en-klare pakketjes uit zijn mond. Ook als hij zijn zorg uitspreekt. ‘De situatie in Turkije lijkt zich verschillende kanten op te kunnen ontwikkelen. Christenen zitten er vast om hun geloof, er wordt op juridisch gebied gevochten om protestantse kerken een legale status te geven. De discriminatie van christenen is groot. Er is veel, heel veel gebed nodig voor dit land. Ik begrijp ook niet waarom er niet veel meer in de kerken wordt gebeden juist voor dit bijzondere, oorspronkelijk zo bijbelse land.’ ‘Als je de Turkse christenen wilt helpen, kun je dat beter nu doen dan over tien jaar. Dan is het misschien te laat; is een uniek moment in de geschiedenis voorbij. Nú geven aan de christenen in Turkije is investeren in een kerk die toekomst heeft, in een land dat door het werk van de Heilige Geest in beweging is gekomen.’ |