Rust

2002-12-13
  • Jaargang 46
  • nummer 24
Terwijl ik in de wachtruimte van de RIAGG zit te lezen komt Erik naar beneden, samen met de psychotherapeut die hij regelmatig bezoekt in verband met zijn autisme.
‘Hij heeft mij verteld dat hij zo slecht slaapt,’ zegt ze, ‘en daarom heb ik hem wat ontspanningsoefeningen gegeven. Geen hocus-pocus hoor, maar Erik zelf vindt het wel een beetje gek.’ Buiten op de fiets begint mijn tienjarige zoon meteen te mopperen.
‘Wat een onzin. Ontspannen gaan liggen en je concentreren op een arm of een been en dan maar zeggen: ‘Ik ben rustig, ik ben rustig.’ Je kan beter maar tot de Here God bidden en vragen of Hij je helpen wil.’ Thuis blader ik in een boekje over alternatieve geneeswijzen en vind het snel.
Autogene training of zelfhypnose.
‘Klopt,’ zegt Erik. ‘Dat zei ze al, dat het zo heet.’ Ik geef Erik groot gelijk dat hij deze therapie niet ziet zitten en samen bedenken we een alternatief. Op de melodie van een bekend kinderlied maken we een nieuwe tekst waarin we God speciaal vragen om rust. Het versje schrijf ik achterop een mooie ansichtkaart die Erik in zijn schatkistje bij zijn bed bewaart. Elke avond voor het slapen zingen we samen het gebed.
Het lijkt misschien een sprookje maar is gewoon (?) een wonder. Vanaf de eerste avond heb ik ‘s morgens geen moe en humeurig kind meer maar een vrolijk en uitgeslapen jongetje.
Erik is opgetogen. ‘Ziet u wel, Mam.
Je kan het beter maar aan de Here God vragen!’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief