De macht van de gesloten deur
2001-02-02
Deuteronomium I : 43 - Jaargang 45
- nummer 3
‘En ik sprak tot u, maar gij luisterdet niet en waart weerspannig tegen het bevel des HEREN; gij handeldet overmoedig en trokt op naar het gebergte’
Lucas 13 : 25 ‘Van het ogenblik af, dat de heer de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen, zeggende: Here, doe ons open’
De deur van het beloofde land
In Deuteronomium 1 ziet Mozes terug op een verbijsterend gebeuren. Toen het volk aan de grens van het beloofde land kwam zei Mozes: Zie, de HERE uw God heeft het land tot uw beschikking gesteld, trek op en neem het in bezit. Hoe eenvoudig! Een vader, die een cadeau voor zijn zoon omhoog houdt: Dit is voor jou, kom het maar halen!
Maar na het rapport van de verkenners over de kracht van mensen en steden in het land is het volk die eenvoud totaal vergeten. Het wil en het durft niet op te trekken! Mozes zegt met nadruk, dat de HERE voor hen zal strijden, net als in Egypte en in de woestijn. 'Dat God dus met hen zal zijn - Immanuël! Het helpt niets. Israël blijft weigeren.
Dat doet de deur dicht!' De deur van Kanaän, het beloofde land. Op Kaleb (en Jozua) na zal de hele volwassenengeneratie in de woestijn sterven en niet ingaan in het beloofde land. De HERE zal met de kinderen verder gaan. Dan gebeurt het verbijsterende. Het volk geeft toe, dat het gezondigd heeft. Het springt over het oordeel heen terug naar het eerder gegeven bevel om op te trekken. Dat zullen ze nu doen. Mozes zegt met nadruk, dat het nu te laat is. Dat de deur van Kanaän echt dicht zit. Dat de onderneming, zonder de HERE en tegen de HERE in, vreselijk zal doodlopen. Maar weer helpt Mozes' woord niets. Ze trekken op naar het gebergte, hun dood tegemoet! Ziet u het onbegrijpelijke? Hoe is het mogelijk, dat Israël zònder de HERE wel durft wat het mèt de HERE niet durfde. Een raadsel!
De deur naar de feestzaal van het koninkrijk
In Lucas 13 horen we de ernstige vermaning: Strijdt om in te gaan door de enge poort! De poort waarvoor je je bagage moet achterlaten, je zondebagage. Het kan niet zijn: Christus èn mijn diep gekoesterde haat (Matth.5: 21ev.). Het kan niet zijn: Christus plùs mijn machtige donkere begeerte (Matt.5:27ev.). Het kan niet zijn: Christus plùs mijn winstopleverende oneerlijkheid in spreken en zweren (Matth. 5:33ev.). Leg die ganse bagage af om in te gaan. Strijdt!
De Here zegt zelf, dat velen tevergeefs zullen trachten in te gaan. Dat legt Hij in het vervolg uit. Wie nú de strijd verwerpt zal stràks alles op alles zetten om erin te komen. Straks als het te laat is. Want op zíjn tijd zal de heer des huizes de deur sluiten. Dan is het heden van genade en bekering voorbij. Dan zal er iets verbijsterends gebeuren. Ze zullen aanvoeren, dat de Here Jezus hun maaltijden heeft bijgewoond. Was dat geen blijk van liefde en gemeenschap? Ze zullen aanvoeren, dat de Here hen liefdevol heeft gezocht met zijn woorden en met zijn leer. Ja, dat zullen zeggenstraks. Maar toen de Here bij hen was en met hen at en hen leerde hebben zij er geen acht op geslagen. De strijd om in te gaan door de enge poort was onredelijk zwaar. Ze bekeerden zich niet. De maaltijdgemeenschap, waardoor Zacheus' oude mens werd verbrijzeld, heeft hun niets gedaan!
Maar als het te laat is spreken ze de taal van liefde, verbond en genade. Om er tòch nog in te komen. Ze hebben er alles voor over. Maar toen het de tijd ervoor was hebben ze er niets voor overgehad. Ook hier weer dat verbijsterende raadsel.
De gesloten deur
Wat Gods zoekende liefde en genadige beloften niet vermogen, dat vermag het oordeel van de gesloten deur wel! Een al te simpel voorbeeld: Vader roept Jantje naar binnen: Kom naar huis. We gaan eten. Maar Jantje is net zo lekker bezig. Hij komt niet. Vader roept voor de tweede maal, voor de derde maal: Jan, kom eten! Jan komt niet. Tenslotte wordt vader boos. Hij roept: Jan, ik doe de deur niet meer open. We gaan eten. Maar zonder jou! Hoe gauw staat Jantje dan voor die dichte deur! Wat de dichte deur vermag! Gods zoekende liefde, Gods belofte! Geen antwoord. Maar de realiteit van de dood in de woestijn, van het buiten staan, van de buitenste duisternis! Die werkelijkheid zet handen en voeten en monden in beweging.
Pas als het te laat is wordt de ernst gezien en geproefd! Wat een zonde, wat een ellende, als inderdaad de gesloten deur machtiger is dan het zoekende liefdevolle beloftewoord!
We worden met deze diepe ellende geconfronteerd. Maar deze confrontatie vindt plaats in het heden van genade en bekering. God spreekt op tijd over dat eeuwige te laat. We worden op tijd gewaarschuwd voor die vreselijke zonde, voor die opperste dwaasheid! Ik heb wel eens gesproken met een jong kerklid, voor wie de kerkgang een onredelijk zware eis en een onmogelijke klus was. Ja, zo ver weet satan ons soms te krijgen. Ik heb het toen gezegd: Als je zo blijft doorgaan, zul je eens duizend maal zoveel willen doen om nog bij God binnen te komen. Wat zul je dan je dwaasheid van nu betreuren! Heden, héden, zo gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet!