Om het hart van de zaak

2001-02-02
  • Jaargang 45
  • nummer 3
Een boek 1) dat de term ‘opbouw’ in de ondertitel draagt, mag in dit blad niet onbesproken blijven. Daarom vraag ik graag uw aandacht voor een publicatie van ds. Marius Noorloos. In een interview in het dagblad ‘Trouw’ werd Noorloos door Pieter van de Ven getypeerd als een kerkelijke cardioloog. En daarmee doet hij hem recht als een gemeenteopbouwspecialist die het gaat om het hart van de zaak. Want er is geen gemeenteopbouw mogelijk zonder geloofsopbouw. Er kan geen sprake zijn van bouwen aan een relatie met elkaar en met de wereld buiten de kerk zonder te bouwen aan een relatie met de Heer.

Koekjesfabriek?
Gemeenteopbouw is al sinds jaar en dag een vertrouwd begrip in de kerkelijke wereld. Op talloze kerkenraden en in andere kerkelijke bestuursorganen wordt nagedacht over het maken van beleid. Maar in de praktijk valt het vaak nog niet mee om werkelijk tot de formulering van beleid te komen, laat staan tot de uitvoering ervan. Om van een doeltreffende evaluatie van beleid helemaal nog maar te zwijgen. Tegelijk is er meer dan eens ook sprake van een behoorlijke gereserveerdheid met betrekking tot het verschijnsel gemeenteopbouw. En de vergelijking van een gemeente van Christus met zoiets als een koekjesfabriek, zoals een tijd terug gebeurde in ‘Visie’, het programmablad van de Evangelische Omroep, schiet velen in het verkeerde keelgat. Alsof het weiden en leiden van de kudde van Christus op één lijn staat met economische bedrijfsvoering en management. Nu is het zeker waar dat je op je hoede moet zijn voor een vorm van activisme, waarbij men probeert allerlei principes uit het bedrijfsleven zomaar over te brengen op het kerkelijk reilen en zeilen, vanuit de gedachte dat gemeentezijn maakbaar is. Maar passiviteit die met een beroep op de Geest, die het doen moet, Gods water over Gods akker laat lopen is evenzeer uit den boze. Dat we ons bij het bouwen aan de gemeente afhankelijk weten van de kracht van God sluit niet uit dat we onze verantwoordelijkheid moeten durven nemen in het uitdenken en benutten van middelen die deze bouw bevorderen. In dit verband blijft het beeld van het planten en zaaien en begieten van het gewas waaraan God de groei geeft (1 Cor. 3) ons veel zeggen. Paulus spreekt daar onbevangen over zichzelf en anderen als over Gods medewerkers aan de opbouw van de gemeente. En om nog even terug te komen op de vergelijking van de gemeente van Christus met zoiets als een koekjesfabriek of een andere wereldlijke organisatie, we kunnen toch ook niet domweg alle overeenkomst ontkennen.
Hoezeer de kerk, gezien haar oorsprong, levenskracht en doelstelling ook een verschijning is van een andere wereld, ze is ook een organisatievorm van deze wereld met gelijksoortige wetmatigheden als die werkzaam zijn in een bedrijf of een of andere vereniging.

Aandacht voor de Bron
Drs. M.A. Noorloos, de schrijver van het boek, is predikant voor missionaire gemeenteopbouw van de Gereformeerde Kerken in Gelderland. Het bijvoeglijk naamwoord ‘missionaire’ dat hier aan gemeenteopbouw is toegevoegd lijkt te suggereren dat het om een bepaald soort gemeenteopbouw gaat. Alsof er ook een gemeenteopbouw denkbaar zou zijn die niet missionair gericht is. Maar het mag duidelijk zijn dat voor Noorloos het missionaire karakter wezenlijk is voor de kerk. En alle gemeenteopbouw zal er dan ook op gericht behoren te zijn dat missionaire karakter te versterken.
Het bijzondere van zijn boek is dat hij, zoals in de ondertitel is aangegeven, geloofsopbouw verbindt met gemeenteopbouw, "zodat beleid en strategie, organisatie en management verbonden worden met de kern van het gemeentezijn: de omgang met God, de gemeenschap met elkaar en de betrokkenheid bij het werk van de Heer in de samenleving" 2) . Het is dit betrokken zijn op de kern van het gemeentezijn waarom de journalist van ‘Trouw’ hem een kerkelijke hartspecialist noemde.
Bouwen aan de kerk kan volgens Noorloos alleen vruchtbaar zijn als er fundamentele aandacht is voor de identiteit van de gemeente. En daarvoor moeten we terug naar de Bron – dat is het Woord van God. Bij het Woord van God moet uiteraard gedacht aan de Bijbel, maar vooral aan het vleesgeworden Woord Jezus Christus. Noorloos ontleent de titel van zijn boek dan ook met name aan twee uitspraken van Jezus zoals die vermeld worden door de evangelist Johannes. De eerste is te vinden in het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw (Joh. 4,14). De tweede uitspraak deed Jezus op het Loofhuttenfeest (Joh. 7,37-39). Het is er Noorloos om begonnen alle denken over gemeenteopbouw te laten beginnen vanuit een levende relatie met de Heer, die de Bron is. En wie in Hem de Bron van zijn leven gevonden heeft zal zelf voor anderen een bron worden. Dat geldt zowel voor individuele gelovigen als voor geloofsgemeenschappen.
Deze aandacht voor de Bron is voor Noorloos een medicijn tegen het virus van rationalisme, waarmee volgens hem de gereformeerde gezindte besmet is. In plaats van ons verstand moet ons hart meer meedoen. In een interview in CV.Koers zegt hij hierover: "We moeten … werken aan het hart van de kerk. Het rationalisme haalt ons weg van het van harte leven uit de Bron. Dit is een sluipend proces. Het gevolg is dat het christelijk geloof verschraalt en kerken vaak leeglopen. 3)"

Georganiseerde groepsreis of gezamenlijke trektocht
Het boek bestaat uit drie hoofddelen. Het eerste deel is een bezinning op de vraag wat nu de kern van gemeentezijn is en hoe daaraan gebouwd kan worden. Het tweede deel is het belang rijkste bestanddeel van dit boek, nl. een uitermate praktische cursus om te komen tot het maken van een opbouwplan dat in de praktijk ook werkt. Het gaat om een cursus van 5 à 6 dagdelen. Deze cursus is in eerste instantie bedoeld voor kerkenraden, omdat zij er de hoogste verantwoordelijkheid voor dragen dat de aandacht van de gemeente op het hart van de zaak betrokken blijft. Maar met enkele aanpassingen is zo’n cursus ook heel goed te doen voor leden van werkgroepen en commissies met bepaalde opdrachten binnen de gemeente. En in een bijlage wordt eveneens een programma geboden dat geschikt is om te gebruiken in het kader van een groothuisbezoek. Er is een speciale instructie voor een cursusleider in het boekje opgenomen. En ook is voorzien in een programma om na een half jaar te evalueren of het opbouwprogramma ook inderdaad werkt. Het bijzondere van de geboden cursus is dat per keer uit de kring van de deelnemers bouwstenen worden aangereikt voor het onderdeel dat in een cursusdag(deel) aan de orde is geweest. Zo wordt het bouwplan door de deelnemers zelf tot stand gebracht.
Dit er een waarborg voor dat het plan ook door de deelnemers zelf gedragen wordt. Noorloos werkt hier volgens het principe van de gezamenlijke trektocht in plaats van dat van de georganiseerde groepsreis. In het laatste geval wordt het doel van de reis en de tocht erheen volledig uitgestippeld door het team reisleiders, terwijl de deelnemers nauwelijks of geen inbreng meer hebben. Maar binnen het model van de gezamenlijke trektocht telt de inbreng van iedere deelnemer. Wanneer een kerkenraad zelf dit proces heeft leren waarderen als een bruikbare vorm van beleid maken, zal ze er ook op bedacht zijn dit tot model te maken voor alle besluitvormingsprocessen waarbij (delen van) de gemeente betrokken zijn. Beleid dat op deze manier tot stand komt wordt breed gedragen en heeft daarom meer kans van slagen. Eén van de grootste valkuilen voor kerkenraden is altijd weer om de gemeente warm te krijgen voor beleid dat door haar eerst al voorgekookt is. Wanneer er dan strubbelingen komen zullen kerkenraden gemakkelijk verzuchten: ‘Waarom doen ‘ze’ nou niet wat wij zo goed hebben uitgedokterd?’ Typerend voor deze manier van beleid maken is het denken in kampen: ‘zij’ tegenover ‘wij’. Kritiek vanuit de gemeente wordt dan al gauw uitgelegd als onderwaardering voor de kerkenraad die toch zo haar best doet de zaak op gang te krijgen en te houden 4). Het derde hoofddeel van het boek bestaat uit een tiental bijlagen 5). Deze bijlagen vergroten de bruikbaarheid van dit boek nog eens. Er worden praktijkvoorbeelden gegeven, een voorbeeld van een werkplan, een instructie voor een groothuisbezoek over het thema gemeenteopbouw, een schets voor een themadienst over leven uit de Bron, enz. Al met al is het een heel praktisch en – wat heel belangrijk is – ook een hanteerbaar boek geworden.

Beleven en doorgeven
Het sterke van dit boek vind ik, behalve zijn voluit praktische benadering, vooral de verbinding van geloofsopbouw met gemeenteopbouw. Het is een sterke stimulans om allereerst op kerkenraadsniveau, maar ook verder binnen de gemeente het gesprek over de zeer wezenlijke vragen van het kerkzijn hier en nu op gang te brengen. De klacht van veel ambtsdragers is dat met name het kerkenraadswerk vaak zo zakelijk is en dan ook nog eens verzandt in bespreking van allerlei organisatorische futiliteiten. En velen hebben het gevoel nauwelijks of helemaal niet toe te komen aan bespreking en doordenking van de wezenlijke vragen die er in de kerk toe doen. Dit boek is een bij uitstek geschikt hulpmiddel om dit gesprek op gang te brengen en te houden. Eén van de winstpunten die ik zelf in de praktijk aan dit boek heb overgehouden is de andere opzet van de opening van onze kerkenraadsvergaderingen. Bij toerbeurt begint één van de ambtsdragers met een korte overdenking van een Bijbelwoord, waarna er gelegenheid is om daar met elkaar nog over door te praten. We trekken daar een half uur voor uit. Op die manier leren we elkaar als medeambtsdragers vooral ook kennen als medegelovigen, ieder in hun eigen relatie tot onze Heer en Opdrachtgever. En al is dat niet altijd het geval, soms kunnen we later in de vergadering een link leggen met wat we tijdens de opening met elkaar vanuit het Woord van God hebben gedeeld. In een interview met de Barneveldse Krant zegt Noorloos daarover: "Alleen wie dit leven [uit de Bron van God – JCS] persoonlijk en samen met anderen geregeld beoefent, kan het evangelie beleven en doorgeven."

1) Marius Noorloos, Leven uit de Bron, via geloofsontwikkeling naar gemeenteopbouw.
Tweede druk, 101 pag. Kok, Kampen, 1999. Ik ga in mijn bespreking uit van de tweede druk. Maar er is inmiddels al een uitgebreide vierde druk. De uitbreiding zit vooral in de vermeerdering van het aantal bijlagen. Voor deze vierde druk betaalt u ƒ 25,-.
2) Blz. 7, geciteerd uit het Woord vooraf dat is geschreven door dr. A. Noordegraaf.
3) CV. Koers, 2e Jaargang, nr. 12, blz 55.
4) In dit verband attendeer ik kerkenraden op een ander boekje dat erg verhelderend is als het gaat om omgaan met deze problematiek, nl. Bert Bakker, Samen op trektocht.
Over de rol die ambtsdragers spelen bij veranderingsprocessen in de gemeente.
64 pag. Het is een uitgave van de theologische uitgeverij Ekklesia in Gorinchem, ISBN 90-75569-19-X.
5) Ik beb begrepen dat dit aantal in de vierde druk is opgelopen tot achttien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief