Lijfspraak
2001-02-02
Enkele woorden, wat dichtregels, coupletten, strofen of bijbelteksten. Ze kunnen je opeens raken, ontroeren, blij maken, rust geven, misschien wel houvast. Ze doen iets met je en gaan met je mee. In deel 10 van de serie Lijfspraak vertelt Marjon Busstra (30) over een tekst die voor haar veel betekent. Marjon is journaliste en deed gedurende een half jaar een DTS, een discipelschaptraining aan een bijbelschool van Jeugd met een Opdracht, in Kaapstad, Zuid-Afrika. Binnenkort keert zij voor ten minste twee jaar naar de bijbelschool terug om er een communicatieafdeling op te zetten.- Jaargang 45
- nummer 3
‘Want ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten vanvrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.’ (Jeremia 29:11)
‘Toen ik een paar maanden in Zuid- Afrika was, schreef ik in een brief naar Nederland dat ik het verlangen had om in Afrika te blijven. Dat was niet gemakkelijk. Ik had het gevoel dat God mij iets in mijn hart gaf, maar hoe kon ik dat duidelijk maken aan mijn Nederlandse omgeving? Klonken mijn woorden niet heel vreemd in nuchtere, Hollandse oren? Als ik mijzelf hoorde praten, vond ik het tenslotte ook op zijn zachtst gezegd apart. En dat vind ik het nóg, vaak.
Mijn eigen bedrijf, dat goed draaide, heb ik inmiddels opgedoekt. Ik heb eind vorig jaar nog een paar maanden gewerkt bij het Nederlands Dagblad en nu ben ik bezig met voorbereidingen en afscheid nemen. Dat laatste vind ik heel moeilijk. Ik ben iemand die erg hangt aan vrienden, familie, iemand die graag intensief contacten onderhoudt. Bovendien ben ik niet echt een avonturier. Ik houd van zekerheid, duidelijkheid. En toch wil ik heel graag naar Kaapstad en verlang ik naar de dag waarop ik daar aankom. Ik vind dat zelf vreemd en bijzonder.
Ik ga als zendingswerker naar Zuid-Afrika. Dat betekent dat ik afhankelijk zal zijn van een vriendenkring.
Het staat haaks op ideeën waarmee ik ben opgegroeid, en de toekomstplannen die ik zelf had. Financiële afhankelijkheid, een God die echt heel erg dichtbij is en rechtstreeks antwoord geeft op vragen: het zijn allemaal dingen waar ik het laatste halfjaar naartoe ben gegroeid. Vóór mijn DTS had ik het idee dat ik Hem kon vertrouwen voor datgene wat ik kon geloven.
Bijvoorbeeld dat Hij mijn zonden vergeeft. Dat is moeilijk om te geloven, maar ik kon het wel. Ik was ermee vertrouwd geraakt. Maar kon ik ook geloven dat Hij rechtstreeks spreekt? Ja, tegen Mozes en Corrie ten Boom, dacht ik dan. Maar ook tegen mij? Dat Hij mij antwoord geeft op vragen die ik Hem voorleg? Ja dus. Ik heb het ervaren. En ik vind het nog steeds bijna niet te geloven. De tekst uit Jeremia die ik heb gekozen, is mij twee keer meegegeven, in twee heel verschillende situaties, door heel verschillende mensen. De eerste keer was alweer een tijd terug; de tweede keer was anderhalf jaar geleden toen ik een paar dagen op reis ging met een klein gezelschap. Toen ik de woorden toen weer las, was het of er een licht op groen sprong. Ik durfde mijzelf af te vragen wat ik nu eigenlijk met mijn leven wilde. En of ik God daarin echt een rol wilde laten spelen.
Of mijn plannen eigenlijk wel zijn plannen waren. Ik had fijne mensen om mij heen, een eigen bedrijf dat lekker draaide. Maar was dit nu het leven van Marjon Busstra? Toen ik mijzelf toestond in alle eerlijkheid te antwoordenlos van wat anderen erover zouden zeggen - wist ik het. Ik wilde heel graag een half jaar vrijmaken om mijn geloof te verdiepen.
Natuurlijk nam ik toen ik naar Zuid-Afrika ging, mijn vragen en twijfels met mij mee.
Waartoe zou deze stap leiden? Het bijzondere vond ik dat ik me in Kaapstad meteen thuis voelde. Op een middag liep ik in een prachtige botanische tuin op een heuvel bij Kaapstad. Als vanzelf voelde ik me denken: God, ik héb wat met deze stad. Maar dat gevoel is geen basis. Laat me toch weten of dit van U komt en hoe ik ermee om moet gaan. Een paar dagen later, zonder dat ik er erg mee bezig was, verhoorde Hij die vraag. Tot mijn grote schrik. We waren na een les weggestuurd om na te denken over het fenomeen ‘stille tijd’ en terwijl ik in mijn bijbeltje bladerde, gingen mijn gedachten uit naar Jeremia 42. Bij het lezen ervan bleek dat het in dit hoofdstuk gaat over een klein overgebleven deel van het volk Israël dat in Judea woont en zich in angst voor de koning van Babel afvraagt wat het moet doen. Ik las het en bij vers zes dacht ik: dit gaat over mij. En bij vers tien wist ik: ik blijf. In dit vers zegt God dat als het volk rustig in dit land blijft, Hij het zal bouwen en niet afbreken.
In eerste instantie was ik verward en verdrietig. Het drong tot me door dat hieraan grote consequenties zaten; het vrijblijvende gedroom over een mogelijke toekomst in Afrika was voorbij. En er was de prangende onzekerheid: kan iemand me nu ook vertellen wat ik hier moet gaan doen? Ik begon me te oriënteren en voerde verschillende gesprekken. Er waren leuke mogelijkheden, maar de vonk sloeg niet over. Tot de directeur van de Jeugd-met-een-Opdracht-basis me vroeg naar mijn plannen. Hij had ideeën over verbeteringen op het gebied van het communicatiebeleid van de basis en vroeg hoe ik erover dacht om eventueel in Kaapstad te blijven. Toen we enige weken later het gesprek ingingen, sloten onze ideeën op elkaar aan. Het was gewoon goed. Binnenkort ga ik terug. Voor langere tijd. Ik vind het nog steeds erg vreemd dat ík dit ga doen. Maar ik ben ernaartoe gegroeid. Het begon met een vaag verlangen naar vernieuwing, dat kon groeien toen de tekst van Jeremia voor de tweede keer op mijn bordje belandde. In Jakobus 4 staat: ‘U hebt niet, omdat u niet vraagt.’ Nu, ik ben gaan vragen, en ben nog dagelijks onder de indruk van wat Hij geeft.’
Marjon Busstra studeerde journalistiek aan de Evangelische Hogeschool, schreef voor haar eigen tekstbureau Crayon Producties en werkte o.a. als journaliste bij het Nederlands Dagblad.Zij woonde tot voor kort in Amersfoort. Daar is zij lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk, die haar ook zal uitzenden naar Zuid-Afrika.