Touched by an angel
2001-02-02
Een gewone dag in de herfst. Ik ben laat opgestaan en loop om halftien nog in mijn ochtendjas rond. Dit wordt een dag van kleine dingen, denk ik.- Jaargang 45
- nummer 3
Geen afspraken in mijn agenda, behalve vanmiddag om halfvijf Emma, die langskomt. Tot die tijd kan ik rustig doen waar ik zin in heb. Toch, om onverklaarbare reden krijg ik opeens haast om me aan te kleden. Stel je voor dat er onverwacht iemand voor de deur staat. Vroeger, in onze vorige woonplaats gebeurde dat nogal eens.
Hier overkomt het me zelden. Rond het middaguur belt Emma: ze komt niet. Ik aarzel tussen nu boodschappen doen of straks, en besluit: straks.
Maar ik hoef de deur niet uit vandaag want Koos biedt aan de boodschappen mee te nemen. Dan ga ik mooi wat klusjes doen. Als ik met een arm vol rommel naar de berging loop gaat de bel. Emma toch nog? Maar voor de deur zie ik niet het bekende silhouet. Pas als ik opendoe herken ik Carl, een jongeman uit onze straat. Een paar weken geleden kwamen we er bij toeval achter dat zijn moeder stervende was. Enkele dagen later stierf ze en wij voelden ons verplicht om Carl thuis te condoleren met het verlies. Die avond zei Carl niet veel, kon- zich maar met moeite goedhouden. Zijn vriend probeerde hem uit de put te praten. 'Kom op jo, je moet weer aan het werk, je studie weer oppakken.' Carl zweeg. Na een uur waren we uitgeluisterd en gepraat. Bij het afscheid boden we hem voor de komende tijd een luisterend oor en onze voordeur die naar binnen toe opengaat. Daar staat hij nu voor en ik moet hem letterlijk over de drempel trekken. Hij vertelt me dat dit de zesde keer vandaag is dat hij voor onze deur staat en dat hij nu pas durft aanbellen. In stilte zegen ik Emma, die afgebeld heeft. Niet dat ik veel te bieden heb aan deze arme verkreukelde jongen die desolaat op onze bank zit, de handen zenuwachtig in elkaar, vechtend tegen zijn tranen.
Ik ga bij hem zitten en luister hoe hij God aanklaagt. O Heer, wat moet ik tegen hem zeggen?
Hij beschuldigt U van onrechtvaardigheid, noemt U een machteloze God, als U al bestaat, wat hij niet meer gelooft. Toch vraagt hij zich af of U hem dan misschien hebt gestraft met de dood van zijn moeder. U kent hem. Hij heeft een vriend in plaats van een vrouw. Alsof dat voor U verschil maakt. Moet ik U verdedigen?
Zeggen dat U anders bent en oordeelt dan wij mensen? Dat doet het wel bij min of meer geloofsgenoten. Maar in die categorie zit Carl niet meer. Waarom maakt U het altijd zo moeilijk, ja bijna onmogelijk om U aan te prijzen. Ik zou het dolgraag willen tegenover dit afgetobd mensenkind van U, maar al mijn woorden ketsen af op onbegrip van zijn kant. U die harten kunt veranderen, ze naar U toe kunt buigen, Heer, doe het hier en nu in mijn huiskamer, voor mijn ogen.
Ik zet koffie. Hij is wat gekalmeerd en verontschuldigt zich voor zijn beledigende woorden. Drinkt de koffie op, zegt, toch weer agressief: 'moet u nou niet tegen mij zeggen dat ik me moet bekeren?' Ik schud mijn hoofd.
Onbegonnen werk, denk ik. 'Wat geloven jullie dan van God?' gaat hij nog een stapje verder.
Ja Heer, wat geloof ik van U? Geef me in ieder geval een goed antwoord voor hem. U zwijgt. Ik moet zelf iets bedenken. Het zweet breekt me uit. Er begint een wijsje door mijn hoofd te dreinen. Ik moet razendsnel nadenken welke woorden er bij horen. Ja, daar heb ik het.
'Wat geloven wij van God?' herhaal ik zijn vraag. 'Dat God deze ellendige wereld zo lief heeft dat Hij zijn Zoon gegeven heeft. Eeuwig leven voor ieder die in Hem gelooft.' Carl lacht schamper. Zijn moeder geloofde dat wel. Hij niet. Ik klink ook niet overtuigend genoeg. Mijn woorden en ikzelf zijn machteloos. Zo voel ik me bij het enige juiste antwoord.
Carl uitgelaten. Gedesillusioneerd en wrokkig zit ik aan de keukentafel waar Koos de krat met boodschappen op geplant heeft. Halverwege het gesprek met Carl kwam hij binnen, zag, voelde mij zweten, maar ging zachtjes de kamer weer uit.
Nu komt hij de keuken in en voor ik hem kan verwijten dat hij mij hulpeloos met Carl heeft gelaten zegt hij: 'Dit was een aflevering van Touched by an angel. Die Emma. Dat moest zeker van Hogerhand.'