De brandende steppe

2001-02-16
  • Jaargang 45
  • nummer 4
In februari 1942 stonden de Duitse troepen voor Leningrad en Elena Kozhina, acht jaar oud, moest met haar familie en duizenden andere mensen uit de stad vluchten. Ze vertelt daarover: Met zijn vijven waren we in een veewagon gestapt.
Bij iedere stopplaats kwam er meer ruimte in onze wagon doordat de doden eruit werden gehaald. Bij het station Tsjerepovets werd het lichaam van mijn oudere broer, Vadik, eruit gedragen. Hij haalde zijn tiende verjaardag niet. Er waren geen doodskisten; de uitgemergelde lijken werden simpelweg op draagbaren gelegd en weggebracht naar massagraven.
Mama bedekte Vadik met een deken. ‘Pak die deken weg, ’zei iemand rustig. ‘De levenden kunnen die nog gebruiken.’

Het wordt een lange zwerftocht. Het zusje van Elena en ook haar grootmoeder sterven, zodat Elena en haar moeder met hun tweeën overblijven. Ze komen terecht op het platteland, waar ze door de bewoners met argwaan benaderd worden. Er bestaan ook zulke grote verschillen tussen de mensen uit Leningrad en de kozakken die hun met tegenzin onderdak verschaffen.
De Leningraders zijn ‘vaderlandlievend’ en voor het overgrote deel communist. De mensen van het platteland hebben de nadelen van het communisme heel concreet ervaren.
Ze hebben de treinen gezien vol vrouwen en kinderen die naar Siberië werden gesleept, ze hebben meegemaakt hoe hun eigen mannen en zonen door de bolsjewieken werden gemarteld en vermoord, hoe oogsten in beslag werden genomen en dorpen werden leeggeroofd. Ze hebben mensen van honger zien sterven, ze hebben zelf honger geleden; ze vervloeken het communisme! En zo komt de volgende zin van Elena in het boek terecht: ‘Een van de pijnlijkste en bitterste ervaringen uit mijn jeugd was dat ik me bewust werd van een muur tussen mensen Die ervaring was bijna net zo bitter als al het andere wat ik toen meemaakte.
Maar even verder lezen we: ‘Misschien was het waardevolste geschenk van mijn lot wel dat de wanhoop uit die tijd me dwong om me niet te richten op de hoogte van die muur, maar op de scheuren erin. Kijk, hier zit een scheur, daar nog een, en daarginder zit zelfs een echt gat!’ De situatie wordt voor Elena en haar moeder nog extra moeilijk, want ook de Duitsers hebben een gruwelijke hekel aan mensen uit Leningrad. En toch … af en toe zijn die scheuren waarover Elena het had, tóch duidelijk te zien. Zoals bij die Duitse soldaat die in hun koffer het militaire hemd van haar vader ziet, en dan zijn revolver grijpt, maar die van schieten weerhouden wordt, doordat hij ook een foto van haar grootvader als priester vindt.
Ja, die grootvader, die priester is een soort symbool geworden. Hij is zijn geloof en zijn roeping trouw gebleven, ook al hebben de bolsjewieken het hem onmogelijk gemaakt zijn ambt nog uit te oefenen. En zo vindt Elena ook door alle ellende heen, haar weg. Haar moeder is het inspirerende voorbeeld.
Op het platteland, in primitieve omstandigheden, weet zij altijd moed te houden; ze is betrouwbaar, altijd bereid te helpen en de primitieve kozakkenvrouwen beginnen haar meer en meer te waarderen. Tenslotte komt er een einde aan de oorlog.
Elena en haar moeder keren terug naar Leningrad, en daar zullen ze weer geconfronteerd worden met de harde en wrede bureaucratie van de sovjets. Ik vond dit een bijzonder boek.
Als lezer maak je mee hoe een meisje zich tussen haar achtste en twaalfde jaar ontwikkelt, hoe zij reageert op alle verschrikkingen en welke invloed uitgaat van een geweldige vrouw als haar moeder. En wie nog geen idee heeft van de ellende die de sovjets over Rusland hebben uitgestort, kan daar en passant ook nog het een en ander over leren.

De brandende steppe, door Elena Kozhina. Omvang 190 bladzijden, gebonden met stofomslag,prijs, f 42,50. Uitgever Ambo, Amsterdam

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief