Situatieve ethiek?
2001-02-16
We zijn vandaag wel wat verder dan Elisa, ‘de man die het antwoord niet wist’( zie de vorige Snipper). De vraag van de Syrische officier Naäman of hij toch nog wel samen met zijn koning voor Rimmon mocht knielen, had de profeet volledig overrompeld. Zo‘n zendingssituatie had hij nog nooit eerder meegemaakt. Verder dan een neutraal ‘ga in vrede’ had hij niet kunnen komen. Je zou denken dat dergelijke situaties in het NT heel wat duidelijker liggen. Daar ligt de grens tussen Christelijke gemeenschap en daarbuiten, tussen wat kan en wat niet kan, vast duidelijk afgebakend.- Jaargang 45
- nummer 4
Maar wie eens wat van dichterbij kijkt, ontdekt dat Paulus niet volstaat met een eenvoudig ‘ja‘ of ‘nee‘ wanneer het bijvoorbeeld erom gaat of Christenen van het offervlees mogen eten dat aan de afgoden geofferd is.
Blijkbaar was dat een heet hangijzer in Korinte. Paulus doet de vraag niet af met een resoluut ‘ja‘ of ‘nee‘. Aan de ene kant zegt hij: natuurlijk wel, een afgod betekent niets. Alles is van onze God. Hij telt het ‘ja‘ zelfs onder de rechten die een Christen heeft zoals het recht op eten en drinken en het recht om te trouwen. Maar het is een ‘ja, maar‘. De altijd zo uitgesproken apostel krijgen we hier van een andere kant te zien. Hij is vol empathie voor de zwakke broeders die niet los zijn van hun afgod. Die leeft nog altijd voort in hun geweten.
Hij beknort die zwakke broeders er niet om maar vraagt de sterke broeders toch alstublieft niet van hun vrijheid van handelen gebruik te maken. De Korinte-brief teruglezend zou je ook kunnen zeggen: eten van dat vlees?
‘Nee, hoewel. . . . ‘ want houd er rekening mee dat je hier of daar ongewild een sterke broeder zou kunnen tegenkomen. Vanuit de besliste belijdenis: Jezus Christus alleen is Heer, komt Paulus met de vraag ‘offervlees eten of niet’ tot de situatieve ethiek van ‘ja, maar…‘ tot ‘nee, hoewel . . .‘ Wanneer we Paulus op zijn zendingsreizen volgen, krijgen we een dergelijk prentje te zien in Lystre waar Paulus voor het eerst Timotheüs ontmoet die hij als leerling-evangelist van nu aan zal meenemen. Timotheüs‘ moeder was een Jodin die de Here Jezus was gevolgd; vader een heiden, een Griek. Had deze vroeger Timotheüs‘ besnijdenis tegengehouden? Waarom was hij nooit besneden? Het schijnt dat vele Joden daar in Klein Azië al zo vergriekst waren dat ze van de besnijdenis allang vergeten hadden. We hebben in elk geval met een verzuim te doen. Nu laat Paulus die jongeman besnijden(Hand 16),Paulus die nota bene op reis is om de kerken te vertellen: besnijdenis hoeft niet meer.
Paulus neemt die grote stap terwille van die vergriekste Joden om hen eraan te herinneren: zijn jullie dan geen Joden? Kijk, zo doet een rechtgeaarde Jood. Hij besnijdt zijn jongetjes als teken van het oude verbond.
En vandaar zal hij hen bepreekt hebben de Here Jezus aan te nemen, niet als Grieken maar als Joden. Zo treedt Paulus op terwijl hij het dogma in de gemeenten rondbrengt: de wet heeft geen geldigheid meer in de gemeente van Christus. Het dogma ligt vast maar hoe we nu in de praktijk handelen wordt van geval tot geval nader bekeken.
Vandaar dat Paulus in Jeruzalem weigert Titus te besnijden wanneer de Joden hem willen dwingen zich onder de wet van Mozes te stellen(Gal 2). Geen besnijdenis als voorwaarde voor het heil; dat nooit!
P.A. van Stempvoort schreef ergens dat Paulus met Timotheüs tegenover de ‘zwakken‘ op het zendingsveld stond en met Titus tegenover de ‘sterken‘ in Jeruzalem. Het dogma van de nieuwe Heer bracht Paulus ertoe het situatief toe te passen. De gedachte heeft mij wel eens gepakt dat toen Paulus zich door Jakobus liet bevelen een demonstratie te geven van zijn trouw aan de Joodse wet(Hand. 21), hij zich op het tempelplein moet hebben afgevraagd: ben ik niet te ver gegaan? Situatieve ethiek is riskant! Maar het is de goede, soepele weg die in de zending geboden is. Je komt er dikwijls in situaties terecht waarvoor geen bekende antwoorden zijn. Wie dan bang is te handelen, maakt geen fouten maar zit wel op de verkeerde weg.
J.Vonkeman, Richmond, Zuid-Aftika