Calvijn gewikt en gewogen

2009-11-06
  • Jaargang 53
  • nummer 22
Het jaar 2009 was een jaar met verschillende jubilea: 150 jaar evolutietheorie, 400 jaar baptisme, de 400e sterfdag van Jacobus Arminius én – last but not least – de 500e geboortedag van Johannes Calvijn.

Dat laatste jubileum is bepaald niet onopgemerkt voorbijgegaan. Er was ruime aandacht voor Calvijn in de media: van Zendtijd voor kerken tot Pauw en Witteman, van het Reformatorisch Dagblad tot het NRC Handelsblad. Er verschenen vele publicaties rondom de kerkhervormer, waaronder een Calvijn-glossy, een toneelstuk, en een audio-hoorcollege.

Op de weegschaal
Maar wat heeft het allemaal opgeleverd? Om die vraag te beantwoorden organiseerde het Apeldoornse Instituut voor Reformatieonderzoek op 31 oktober 2009 een symposium in Dordrecht. Deze datum was geen toeval: hervormingsdag én de officiële afsluiting van het Calvijnjaar. Onder de titel Calvijn gewikt en gewogen werden op het symposium acht lezingen gehouden rondom vier stevig theologische thema’s. Zoals de titel aangeeft, moest de theologie van de Geneefse hervormer op de weegschaal. Maar tegelijk vroeg een van de sprekers zich af: ‘wikt Calvijns bijbelse en springlevende theologie niet ook ons?” In deze impressie wil ik kort aandacht besteden aan de vier thema’s die tijdens het symposium werden besproken.
God is wel degelijk bewogen
Goed Calvijns werd de dag geopend met twee lezingen rond de vraag: ‘Hoe openbaart God zich?’ Drs. Arnold Huijgen spitste deze vraag nog verder toe: ‘Openbaart God zich eigenlijk wel?’ Die vraag is opgekomen in de moderne tijd, maar zou ook aan Calvijn gesteld kunnen worden. Volgens de hervormer is Gods openbaring geaccommodeerd, d.w.z. aangepast aan het menselijk begripsvermogen. Maar, zo vroeg Huijgen zich af, openbaart God zich dan wel echt, zoals Hij is? Kunnen we Gods openbaring wel vertrouwen? De christelijke gereformeerde predikant ziet een oplossing in Calvijns spreken over ‘bemiddeling’. Al onze kennis van God is bemiddeld, indirect en dus beperkt. Maar tegelijk kunnen we zeker zijn, omdat we God mogen kennen door de Middelaar.
Het tweede thema zoomde in op een nog fundamentelere vraag: ‘Wie is God?’ Dr. Arie Baars koos een insteek bij Gods emoties. Hij vroeg zich af of Calvijn de emotionele beelden die de bijbel gebruikt in de beschrijving van God niet te snel wilde neutraliseren als een vorm van beeldspraak. Volgens de Apeldoornse hoogleraar laat het bijbelse spreken over God, bij voorbeeld als Vader, zien dat Hij wel degelijk bewogen is, zonder daarmee veranderlijk te zijn.

Kritische vragen
Iets meer aandacht wil ik besteden aan het derde blok, waarin dr. Ad van der Dussen en dr. Barend Kamphuis zich verstonden met Calvijns visie op ‘predestinatie en prediking’. Daarbij gaat het om de spannende vraag hoe je het evangelie van Gods reddende liefde kunt verkondigen, terwijl je vanuit de bijbel weet dat God mensen uitkiest om te delen in dat heil. Zoals bekend gaat Calvijn daarbij nog een stap verder door ook te spreken over Gods verwerping van niet-uitverkorenen. Een dubbele uitverkiezing dus: de een tot de redding, de ander tot het verderf.
Met name Van der Dussen had een aantal kritische vragen aan het adres van de hervormer van Genève. Calvijn perst teksten als 1 Johannes 2:2, waarin Gods verzoening zich lijkt uit te strekken tot alle mensen, in het keurslijf van zijn verkiezingsleer. Dogmatiek heerst zo over de exegese. Verder vindt Van der Dussen dat Calvijn een pastorale grens overschrijdt door stellige uitspraken te doen over het eeuwige onheil van de kinderen van Sodom. Ook Kamphuis vroeg zich af of je wel zo over de predestinatie kunt spreken als Calvijn deed. Een preek uit het bijbelboek Genesis over Jakob en Ezau zou hij minder vanuit de eeuwige verkiezing en meer vanuit de heilshistorie benaderen.
Toch hadden beide sprekers ook waardering voor Calvijns verbinding van prediking en uitverkiezing. Kamphuis wijst op de troost en de vermaning die spreekt uit de manier waarop de hervormer over uitverkiezing preekte. Een troost voor zwakke gelovigen en een vermaning om onze verkiezing vast te maken in de weg van de vrees voor God en het gebed. Voor Van der Dussen biedt Calvijns verkiezingsleer zelfs een ‘vrolijk perspectief’ voor predikanten. ‘Als het God behaagt met zijn Geest in te werken op al die onverschillige, sceptische en soms vijandige hoorders van het evangelie, mag de prediker er zeker van zijn dat zijn of haar boodschap zal leiden tot de zozeer gewenste ommekeer’. Verder behoedt de leer van de uitverkiezing gelovigen voor een ‘parmantig moralisme’. Wij maken niet onszelf verkieslijk, maar wordt gered door Gods genadige uitverkiezing.

De agenda van de Geest
Het laatste blok met lezingen was gewijd aan het thema ‘Christus en de Geest’. De Westerse kerk heeft Gods Zoon en Gods Geest nauw met elkaar willen verbinden. Dr. Hans Maris herkende deze insteek ook bij Calvijn. ‘De Geest heeft geen andere agenda dan de agenda van Christus’, zo vatte hij het samen. Daarentegen zag dr. Kees van der Kooi bij Calvijn juist ruimte om ‘vrij en los’ te spreken over het werk van de Geest van de Vader. Dit subtiele verschil in interpretatie van Calvijn kan flinke gevolgen hebben voor de spiritualiteit. Waar Maris de geloofsbeleving vooral verbindt met het heil in Christus, ziet Van der Kooi veel meer mogelijkheden om de Geest te ervaren, bij voorbeeld in de door God geschapen werkelijkheid. Wat in ieder geval duidelijk wordt bij Calvijn is dat elke vorm van geloofservaring moet worden geijkt aan het woord.

Relevantie?
En wat is nu de relevantie van Calvijn? De opbrengst van het symposium lijkt me vooral gelegen in de constatering dat Calvijns bijbelse en scherpzinnige theologie nog steeds uitdagend is, ook voor postmoderne gelovigen. Waar veel theologie uit de 15e of 17e eeuw vergeten is, worden mensen nog steeds uitgedaagd door de vragen die Calvijn aan de orde stelt en, tot op zekere hoogte, ook door zijn antwoorden.
Het symposium bleef daarbij wel veilig bij de dogmatische vragen. Calvijns relevantie voor cultuur en maatschappij (die, als zij er al is, veel moeilijker is vast te stellen) werd niet zozeer belicht. Terzijde ging het wel over thema’s als het scheppingsdebat en de islam (Calvijn zag iets van de ‘algemene openbaring’ in de leer van Mohammed).

Nieuw begin?
Biedt het symposium aanknopingspunten voor een toekomstige revival van Calvijns denken? Gezien de gemiddelde leeftijd van de bezoekers van het symposium zie ik dat nog niet zo gebeuren. Toch waren er ook jongeren aanwezig, waaronder een aantal NGP-studenten die ‘min of meer verplicht’ deze dag bijwoonden in het kader van de colleges dogmatiek. Desgevraagd gaf Jelle Knol aan dat hij het de lezingen een goede aanvulling vond op wat hij in Apeldoorn al had geleerd over Calvijn. De relevantie lag voor hem vooral in de discussie over de predestinatie, waaraan de NGP een bijdrage leverde in de persoon van Van der Dussen. ‘Mischien hebben wij op dit punt inderdaad wel teveel weggegooid’. Ook Herman Kaldeway, gaf aan de bijdrage van de NGP-docent te waarderen, maar dan vooral vanwege de kritische geluid dat hij liet horen.

Wilt u meelezen in de nieuwe vertaling van Calvijns Institutie? Meld u aan via calvijnlezen@opbouwonline.nl.

Daniël Timmerman is parttime predikant van de NGK Breukelen en doet promotieonderzoek aan de TU Apeldoorn binnen de vakgroep kerkgeschiedenis.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief