De pedagogische tik

2009-11-06
  • Jaargang 53
  • nummer 22
Het trok ruim de aandacht. Een evangelische voorganger die gemeenteleden oproept om kinderen te slaan. Was er sprake van een eenmalige uitglijder? Of passen de uitspraken van Gertjan Goldschmeding in een bredere context?

Voorganger Goldschmeding trekt zich niets aan van bezwaren tegen het slaan. De Bijbel is immers duidelijk? Kinderen móét je zelfs slaan. Dat is een opdracht van God die niet voor niets in de Bijbel staat (Spreuken). Overigens ontkent hij een deel van de citaten in de pers. Wat heeft hij nu werkelijk gezegd? In welke context moeten we zijn uitspraken begrijpen?

Wie is de baas in huis?
Lezingen van Goldschmeding over opvoeding circuleren op internet. Je moet er wel voor gaan zitten, want hij is ruim twee uur met veel verve aan het woord. Regelmatig ben ik het met hem eens. Zijn kinderen niet teveel de baas in huis geworden? Zijn ouders niet véél te onzeker? Zijn ouders niet véél te bang om grenzen te stellen? Allemaal reële opmerkingen (daarover volgt meer in één van de volgende nummers van Opbouw).

Veiligheid is structuur
Goldschmeding is duidelijk in zijn verhaal. De lijn is: ouders hebben de opdracht van God om kinderen veiligheid te bieden. Dat gebeurt door structuur te bieden, door grenzen te stellen. Dat begint al op de commode, als de baby zes weken oud is. Als ouders ben je de baas, want God zélf heeft jou die opdracht gegeven. Daarom zijn ouders verplicht om hun kinderen duidelijk te begrenzen, ook als ze daar moeite mee hebben. Het is immers Gods wil.
De Amersfoortse voorganger trekt het vér door, tot aan kleding, slaaptijden, haardracht en eten toe. Ieder kind in het gezin hoort gewoon spruitjes te eten, lekker of niet. Want ouders zijn aangesteld om die regels te stellen in het gezin.

De supersluwe baby
Ronduit schokkend vind ik de uitspraken van Goldschmeding over baby’s. Ze zijn al op de leeftijd van zes weken oud ‘supersluw en superslim’. Zo diep zit ‘het vlees’ dán al in de mens. Die baby denkt al: 'Ik zal zorgen dat ik mijn zin krijg'. De consequentie is dat je als ouders op moet treden. Dat betekent ook: een tik op de billen. Baby's willen hun zin krijgen. Maar jij bent als ouder de baas. ‘Ga dus de confrontatie aan!’, zegt Goldschmeding. ‘Anders heb je later een onmogelijk kind.’

Dubbele moraal?
De media waren er als de kippen bij. Alweer een vorm van pedagogisch fundamentalisme, gebaseerd op religieus fanatisme. Er zit veel onheilig vuur bij de mediakritiek op de visie van Goldschmeding.
Voorstanders van de corrigerende tik vragen zich daarentegen af waar al die aandacht voor nodig is. Het is toch een normaal opvoedingsmiddel? Waar is wetgeving voor nodig? Dat heeft tóch geen zin. In 24 landen is het verboden dat ouders kinderen slaan. In 113 landen zijn fysieke straffen op scholen verboden. Maar wat helpt het? De meeste ouders (85%) vinden slaan een gewone vorm van straffen. Wetgeving en dagelijkse praktijk staan dus op gespannen voet met elkaar. Ook veel christelijke ouders vinden dat die tik ‘gewoon moet kunnen’.

Slaan doet slaan
Toch is regelgeving noodzakelijk. Het Natural Child Project in de USA legt in een proclamatie van tien punten uit waarom lijfstraffen schadelijk zijn. Zoals: volwassenen die in hun jeugd geslagen werden gebruiken zelf veel vaker fysiek geweld tegen hun kinderen. Er bestaat een duidelijk verband tussen lichamelijke straffen in de kindertijd en agressief, gewelddadig en seksueel grensoverschrijdend gedrag op latere leeftijd. Kinderen leren op die manier dat slaan (geweld) een gewone manier is om je emoties te uiten.
Met fysieke straffen leert een kind te gehoorzamen op basis van angst. Wie kinderen op een zachtmoedige manier begrenst, daarbij als kernwaarden liefde en respect hanteert, kan een kind weerbaar maken en emotioneel doen groeien naar levenskeuzen op basis van een sterke eigen en innerlijke overtuiging. Aldus de opstellers van dit manifest.

Eenrichtingsverkeer
Voor- en tegenstanders van lijfstraffen slaan elkaar regelmatig verbaal om de oren. Ik ga hier niet verder diepgaand in op alle bezwaren tegen de corrigerende tik. Maar wél dringt zich de vraag op: waarom moeten we de opvattingen van Goldschmeding op dit punt afwijzen?
Mijn eerste bezwaar is de positie van Goldschmeding als voorganger. Zelfs al zou er binnen zijn eigen gezin niet onverantwoord gehandeld worden, dan nog is het onverantwoord dat een voorganger oproept tot lijfstraffen. Een boodschap als ‘een kind moet echt pijn voelen’ werkt drempelverlagend en is daarom ronduit gevaarlijk.
Opvallend is daarnaast dat Goldschmeding eenzijdig bepaalt wat goed is voor het kind. Opvoeding betekent een dialoog aan gaan, maar de vraag: ‘wat wil jij?’ komt nauwelijks aan de orde. Het is pedagogisch eenrichtingsverkeer: een kwestie van doen, een pedagogisch recept volgen. Geen woord over de vragen die het kind stelt, over verschillen tussen kinderen, over kinderen die 'anders' zijn. Je zult maar een kind zijn dat een beperking heeft, dat niet anders kan... Wat ik ook mis is een kritische kijk op zijn eigen houding. Waarom is mijn kind dwars? Heb ik hem verkeerd begrepen? Begrijpt het kind mij wel? Niet alleen kinderen leven in de gebrokenheid van deze wereld, maar ook opvoeders. Zelfs als ze er van overtuigd zijn dat ze de wil van God doen.

Uniek
Juist het kijken naar jezelf als opvoeder en het benadrukken van het unieke van ieder kind vormt het fundament van christelijke opvoeding. Als Jezus iemand in de ogen kijkt ziet hij die unieke persoon. Als we Jezus volgen betekent dit dat we ieder kind als unieke schepping zien. Maar dan zien we ook dat het ene kind iets héél anders van de opvoeder vraagt dan het andere kind. En ook dat we doordrongen zijn van onze eigen kwetsbaarheid.
Die bijzondere kijk raakt helemaal zoek als opvoeders er bij voorbaat vanuit gaan dat zij eenzijdig bepalen wat goed is voor het kind. C.S. Lewis vond dat zelfs een gevaarlijke visie, omdat grensoverschrijdend gedrag dan ook niet meer te stoppen is. Door bij voorbaat te redeneren dat al je handelen in het belang van het kind is praat je je eigen geweten schoon. Aldus Lewis.

Maakbaarheid
Wie Goldschmeding beluistert, krijgt de indruk dat ieder kind een product is van de opvoeding. Gemakkelijke kinderen worden gemaakt, dat is een kwestie van duidelijke opvoeding. In deze visie klinkt een parallel door met de Amerikaanse welvaartstheologie. Als je maar goed gelooft, je aan de regels houdt en hard werkt levert dat een mooi huis en veel geld op.
Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Er is ook gebrokenheid, waardoor de dingen die niet zo gaan als wij gepland hebben. Onze welvaart is niet maakbaar. Onze kinderen al helemaal niet.

Vergeving
Opvoeden vraagt om grenzen stellen. Maar daar is een pedagogische tik niet bij nodig. De roede kan ook niet-fysiek worden opgevat, door gewoon een verbale grens te stellen. De sleutel zit in: communicatie, het samen delen. Begrijpen en begrepen worden. Het zit in christelijke kernthema’s als relatie, vergeving en verzoening. Omdat we beseffen dat we het zelf niet kunnen. Daarvoor is de gebrokenheid te groot. We moeten allemaal van de vergeving leven.

Henk Algra is orthopedagoog. Hij is lid van de CGK/NGK van Alkmaar.


Zie ook de reactie van Henk Algra in het tv-programma Netwerk op www.opbouwonline.nl/pedagogischetik.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief