Jamal Tashi
2001-07-06
Of ik even tijd heb voor een jonge man met een persoonlijke vraag?- Jaargang 45
- nummer 14
Ik kijk mijn collega aan en ik kijk om me heen.
We staan op de MBO-HBObeurs en proberen jonge mensen te interesseren voor onze school.
Op zo’n moment maak je tijd voor een individueel verhaal.
De jongeman is niet zo erg jong.
Meer van mijn leeftijd.
En nogal zwart.
Glimmende sprankelende ogen.
Stralende witte tanden.
Met een zwaar accent grijpt hij mijn hand en schud hem nadrukkelijk.
Jamal Tashi.
We hebben een kort gesprekje; hij wil dolgraag op school komen.
30 jaar jong en al 4 jaar in Nederland.
Somaliër van beroep.
Hij steelt mijn hart.
Zomaar. Terwijl ik naar hem kijk en naar hem luister.
Ik geef hem mijn kaartje en we spreken af dat hij over een week op school komt voor een gesprek.
Hij zwerft in deze week af en toe langs mijn geestesoog en als hij een week later mijn lokaal binnenstapt, schudt hij weer hartelijk mijn hand en spreekt luid en duidelijk: "Hoe maakt u het meneer Dromer?"
Hij spreekt hierbij mijn voor- en achternaam zeer nadrukkelijk uit.
Onwillekeurig moet ik lachen. Hij is slim. Het beeld van een Survivor komt in mij op. En dit beeld wordt gedurende het verdere gesprek alleen maar versterkt.
Hij is 30 jaar oud, denkt hij.
Hij is vastbesloten om iets met jonge mensen in problemen te gaan doen.
Diploma’s heeft hij niet. Geen enkel.
Als kind in Somalië woonde hij bij moeder en zusjes, en bij de binnenkomst van een drinkende nieuwe vaderfiguur ontvluchtte hij het dorp en ging naar de grote stad.
Schooierend en werkend overleefde hij de puberteit. Tussen zijn 20ste en 25ste levensjaar zat hij in de oorlog.
"Commissionair was ik toen in een buurland, meneer."
Hij legt bedreven aan mij uit hoe dat gaat.
"Iemand wil in andere stad, net over grens edelstenen verkopen. Dat is spannend en strafbaar en ze kennen de taal niet.
Ik spreek talen. Ik verkocht voor hen.
Ik wist de verkoopprijs, ik deed er van alles bovenop. De tussenprijs en de commissie was voor mij…"
Hij grijnst.
"Waarom ben je eigenlijk naar Nederland gekomen?" vraag ik hem.
"Wel mijnheer, als iek ien main land bleijf, moest ik vechten."
Ik blijf luisteren. Ik zie hem zitten, 9000 kilometer naar het zuiden geboren.
Rotleven achter de rug. Maar nu met dezelfde missie als ik. Vastbesloten om jonge mensen te helpen.
Er is alleen een verschil. Ik heb al een leven lang een veilig volgegeten lijf.
Ik kom uit een liefdevol nest en leef in een veilig land.
Hij niet, maar hij is een Survivor. Ik niet. Als de eerste de beste ramp mijn stad treft vraag ik mij af wat ik zou doen als er geen schoon drinkwater meer is voor mijn kleintjes thuis.
Jamal lijkt me iemand die het in die situatie wel redt.
Maar wat meer is, hij wil nu voor jonge mensen in problemen iets gaan doen.
Op 3 september starten onze lessen weer. Met een uitnodiging voor de eerste schooldag verlaat hij huppelend mijn lokaal.
Hoe vertel ik het m’n collega’s…
Dromer