Opnieuw geen besluit over 'de opleiding'
2001-07-06
In mijn vorige verslag, van de zesde zitting van de Landelijke Vergadering (LV) van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), ging het vooral over de predikantsopleiding.- Jaargang 45
- nummer 14
Dat zal in het onderstaande artikel nauwelijks anders zijn. Bij het begin van de zevende zitting lag er een alternatief voor het moderamenvoorstel op de vergadertafels. Ds. J.J. van Es had het ingediend, met steun van de broeders L.C. van den Berg, ds. J.M. de Groot en J. Voogd. Het bood genoeg stof voor verder gesprek.
Het voorstel-Van Es
In de eerste plaats komt het voorstel terug op de goedkeuring die de LV eerder gaf aan de koerswijziging door de Commissie Opleiding Predikanten (COP). De commissie zag met ‘te weinig argumenten’ af van een onderzoek naar een eigen basisopleiding. Daarom heeft zij zich ‘slechts enigszins gekweten’ van de opdracht die de LV van Doorn haar gegeven had.
Het is ‘feitelijk nog niet duidelijk’ of integratie van het Nederlands Gereformeerd Seminarie (NGS) en de Theologische Studiebegeleiding (TSB) nu wel of niet mogelijk is. De COP heeft het echter toch al over een ‘opgaan’ van NGS en TSB in een nieuwe opleiding. En dat is niet wat men in Doorn op het oog had.
Verder willen de indieners aandacht voor de fundamentele vragen die door het NGS aan het moderamen zijn gesteld over de aard van de theologie.
Ook moet er wat worden gedaan met de wens van het NGS, dat er een grondige bezinning op gang komt op de prediking in de NGK. Zij willen daarom af van de versmalde opdracht die de COP volgens het moderamenvoorstel meekrijgt (nl. onderzoek naar de aanleunoptie). De COP moet in het vervolg twee dingen gaan doen: gesprekken voeren ‘zowel over de basisvragen van de predikantsopleiding als over de opzet ervan’. En: de opdracht uitvoeren die de LV van Doorn heeft gegeven. Met de huidige samenstelling van de COP zijn de indieners niet tevreden. Ze stellen voor dat er nieuwe leden worden benoemd in de commissie. Tenslotte hoeft er van ds. Van Es c.s. geen ‘voortgezette LV’ te komen.
Van Es versus Veenhof
Ds. Van Es geeft een toelichting bij het voorstel. Hij wijst op het verband tussen opleiding en prediking. De prediking, ‘het ontzaglijke wonder van de bediening der verzoening’, vraagt om eerbied voor de Schrift. Een ‘wetenschappelijke afstand’ past niet bij de ‘basale vroomheid’ die nodig is voor de dienst van het Woord. Ook wijst hij op de specifieke rol van het seminarie in het opleiden van broeders die wat later geroepen zijn. Hij roept de LV op ‘het pad niet te versmallen’.
Br. K.R. Veenhof is niet blij met het voorstel-Van Es. Naar zijn inschatting is de kritiek die in dit voorstel op het werk van zijn COP wordt geuit, niet ter zake. Hij vindt dat de commissie wel degelijk gewerkt heeft aan de uitwerking van haar opdracht. De aanleunoptie is niet meer dan een ‘uitwerking’ van eerder genomen besluiten. Verder heeft hij moeite met de opstelling van het NGS. Na dertig jaar de kerken te hebben gepasseerd, worden nu in deze fase indirect de ‘basisvragen’ landelijk aan de orde gesteld. Maar die basisvragen zijn nu ‘geen punt’. ‘We zijn het daar, in grote lijnen, helemaal over eens’. Het is daarom een ‘feitelijke onjuistheid’, zelfs ‘misleiding’ om de COP ervan te verdenken dat zij alleen maar abstracte theologie wil.
Ds. Van Es kan zich niet vinden in deze reactie van br.Veenhof. Hij wil ‘gepast gebruik maken’ van de theologie.
Maar als een eigen basisopleiding niet haalbaar is, vraagt hij zich af: ‘Waarom houden we dan niet wat we hebben’?
Br. Veenhof op zijn beurt wil van ds. Van Es weten, waarom hij niet mee wil in de lijn van de commissie. Als gepast gebruik van de theologie goed kan zijn, ‘is er dan iets verkeerd in Apeldoorn of aan de TSB’?
Naar een compromis
Ds. G.J. Zwarts merkt in de eerste gespreksronde al op, dat het geheel onderhand ‘iets onverzoenlijks’ heeft gekregen. Ds. G. Vrooland vindt de tijd ‘niet rijp’ voor het moderamenvoorstel.
Ds. J.M. de Groot sluit zich daarbij aan. Hij wil een opleiding ‘waarin we allemaal kunnen meedoen’.
Hij ziet het voorstel-Van Es, dat hij zelf ook ondersteunt, als een verdieping van het moderamenvoorstel.
Ds. Zwarts ziet wel mogelijkheden om te komen tot een verbinding van beide voorstellen. De praeses, ds.
J. Bouma, ziet niet in hoe dat dan zou moeten. Toch schorst hij de vergadering, zodat er gewerkt kan worden aan een compromis. De dominees Zwarts, J.M. de Groot en J. van ‘t Hof dienen na de schorsing een amendement op het moderamenvoorstel in.
Volgens dit amendement blijft het hoofdpunt van het moderamen overeind: de COP moet onderzoek doen naar een eigen opleidings- en begeleidingsinstituut.
Wat wel verandert, is de benadering van het NGS. Niet langer wordt namelijk (maximale) medewerking verwacht van het seminarie aan de totstandkoming van zo’n eigen instituut. Daarmee zou de LV praktisch van het NGS vragen om zichzelf op te heffen. Volgens het amendement hoeft dat niet meer. De LV spreekt daarmee uit, ‘dat met het NGS het gesprek, waarin de basisvragen voldoende aandacht krijgen, moet worden voortgezet’.
Een ‘voortgezette LV’ hoeft er volgens het amendement niet te komen. Ds. Van Es geeft aan dat hij bereid is zijn voorstel in te trekken, als het amendement wordt aanvaard.
Tijd voor gesprek
Van verschillende zijden klinkt de wens, dat het gesprek met het NGS moet worden voortgezet. Ds. H. de Jong is blij dat een van de kerken met het NGS nu mogelijk is. Hij heeft waardering voor de drijfveer van het NGS: reformatie van de theologie. Nu een besluit nemen is ongunstig, dat levert meer schade op dan dat er winst behaald wordt. Daarom: als er iets besloten wordt, dan ‘dit besluit, dat er gepraat moet worden’. Later in de vergadering roept ds. De Jong op tot een ‘moratorium’, een tijd om te komen tot een dieper en meer geestelijk gesprek. Dat dient de onderlinge vrede.
Ds. A. van der Dussen, die als studiebegeleider aanwezig is, krijgt gele genheid om het standpunt van de TSB te verwoorden. Hij constateert nuchter dat er behoorlijke verschillen zijn tussen de waardering van de theologie aan het seminarie en bij de TSB. Dat kan ‘spanningen, irritaties en soms nog iets meer’ opleveren. Het dilemma dat ds. Van Es ziet tussen ‘theologie’ en ‘predikantsopleiding’ herkent ds. Van der Dussen niet. Maar ‘het zou heel erg zijn’ als de verschillen zouden leiden tot ‘polarisatie’. Hij wil dat er een verzoenend gesprek komt.
Dat is ook wat ds. Van Es wil. Hij geeft aan dat hij zijn voorstel wil intrekken, als het amendement wordt aangenomen.
Hij herkent de constateringen van ds. Van der Dussen. Ds. De Jong heeft van alle dingen ‘het meest wijze’ gesproken.
Een moratorium zou goed zijn.
Toch nog geen besluit
Toch worden er nog wel kritische opmerkingen gemaakt bij het amendement.
Br. J.M. Louwerse vindt dat het voorstel door het amendement ‘apert onduidelijk’ wordt. Als er geen ‘medewerking’ wordt verwacht van het NGS, wat vindt de LV dan wel van de positie van het seminarie? Br. Veenhof vindt het ‘niet erg bevorderlijk’ dat de COP op twee sporen moet gaan werken: én een gesprek met het NGS voeren over de basisvragen én de aanleunoptie uitwerken. Hij wil van de LV een duidelijke uitspraak over wat van het NGS wordt verwacht. Volgens ds. Zwarts is er van onduidelijkheid geen sprake: het enige dat verandert, is dat het NGS niet langer met opheffing wordt bedreigd.
Ds. Bouma wil een en ander nog eens bespreken met het moderamen.
Wordt vervolgd.
Radio en televisie
Tussen de bedrijven door is er ook aandacht voor het werk van de commissie voor Radio- en TV-aangelegenheden (CRT) en voor kerkelijke eenheid. Br. W. Ferwerda doet zijn best om binnen de vijf minuten spreektijd die hem is vergund, iets te vertellen van het werk van de CRT. Zijn commissie vertegenwoordigt de NGK in de Stichting Zendtijd voor de Kerken (ZvK). Deze stich-
ting verzorgt de uitzending van kerkdiensten via radio en televisie voor een aantal protestantse kerken. De CRT zoekt binnen de NGK gemeentes die aan uitzending mee willen werken.
Br. Ferwerda geeft aan dat er binnen de ZvK aandacht is voor de aarzelingen die er zijn. Er moet een afweging worden gemaakt: als de eredienst wordt ingericht om de kijkers en/of luisteraars er zoveel mogelijk bij te betrekken, kunnen de eigen gemeenteleden wel eens wat te kort komen.
Ds. Z.G. van Oene, die al dertig jaar betrokken is bij de CRT, zal in de komende periode terugtreden uit de commissie.
Kerkelijk eenheid
Tijdens een eerdere bijeenkomst had de LV geluisterd naar de toespraken van deputaten van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt, GKV). De synodes van deze kerken hebben op landelijke niveau de samensprekingen met de NGK beeïndigd.
Het moderamen heeft een voorstel geproduceerd waarmee de LV op deze beslissingen kan reageren. Ds. C.T. de Groot vat het voorstel samen. Het voorstel probeert in de eerste plaats ‘eerlijk uit te spreken hoe moeilijk de contacten liggen en hoeveel pijn dat doet’.
De NGK berusten er ‘met verdriet’ in dat beide zusterkerken geen basis zien voor verder gesprek. Verder benoemt het voorstel ‘de goede ontwikkelingen die er zijn’. Er is door beide kerken ruimte gelaten voor enige samenwerking op plaatselijk niveau. Ten derde regelt het voorstel dat de NGK de vragen van de zusterkerken over de binding aan de belijdenis serieus gaan overwegen. Ds. De Groot wil niet de ‘binding aan woorden en letters’ aanscherpen.
Wel ‘een bezinning op en uitwerking van onze Nederlands gereformeerde omgang met de belijdenis’.
Concreet regelt het voorstel dat de commissie voor Contact en Samenspreking (CCS) met de kerken in regionaal verband een gesprek moet aangaan over ‘de omgang met Gods Woord en de belijdenis’ en hoe dat handen en voeten krijgt in het kerkelijk leven.
Er ligt nog een ander voorstel op tafel.
De kerken in de regio Enschede – Zwolle willen graag dat de NGK nog eens duidelijk maken dat er bij haar geen ruimte is voor leervrijheid.
Wel is er ruimte voor diegenen die moeite hebben met de handtekening onder een ondertekeningsformulier.
Daarom stelt de regio voor dat de LV uitspreekt ‘dat het ondertekeningsformulier van 1995 direct van toepassing is, óók voor die predikanten die het niet ondertekend hebben’. Br. I. van Keulen uit Zwolle omschrijft het voorstel als ‘een tegemoetkoming’ aan diegenen die in het verleden ‘met hun handtekening om de oren werden geslagen’. Het motief voor het voorstel is de wens om de CGK en GKV tegemoet te komen.
Het voorstel van Enschede – Zwolle vindt weinig steun. Ds. C.C. Koolsbergen meldt dat de kerk van Assen er ‘niet gelukkig’ mee is. Het gaat voorbij aan de serieuze bezwaren die er in de kerken bestaan tegen het ondertekeningsformulier.
Het voorstel wekt naar zijn inschatting opnieuw bevreemding op bij CGK en GKV. Ds. W. Smouter, die als voorzitter van de CCS ter vergadering aanwezig is, zou het ‘ingewikkeld’ vinden om het voorstel te moeten uitleggen aan de deputaten van de zusterkerken.
De indieners verklaren bereid te zijn hun voorstel terug te trekken, als het voorstel van het moderamen iets wordt aangepast. Dat gebeurt, zodat de LV als overweging meegeeft dat ‘ook de enkele kerken die het Akkoord van Kerkelijk Samenleven niet aanvaarden, hun instemming hebben betuigd met de Preambule’. Daarin wordt uitgesproken dat de kerken in de gereformeerde belijdenis de eenheid en de grond van haar samengaan vinden.
In de bespreking is er ook aandacht voor de positie van de gemeentes die samenwerken met een van de CGK.
Het voorstel wordt op dit punt nog wat aangepast. De LV roept de plaatselijke kerken nu op ‘om op de weg van goede christelijke oecumene verder te gaan, om zo te komen tot nauwere samenwerking, wederzijdse erkenning en waar mogelijk kerkelijke eenheid’. Het voorstel vindt nu de unanieme steun van de vergadering.
De praeses is daar blij mee. Hij hoopt dat het besluit een ‘goede vrucht zal afwerpen’.
De agenda van deze LV is nog niet geheel afgewerkt. Na de zomer, op 29 september, hoopt zij opnieuw samen te komen.