Ondervoed?

2001-07-06
  • Jaargang 45
  • nummer 14
Met belangstelling las ik het artikeltje van Jeannette Westerkamp over degelijke kost en infantiliserende preken. 1) Zij gaat daarin in op de klacht van geestelijke ondervoeding, die je (steeds meer?) van gemeenteleden verneemt.

Het artikeltje stemt tot nadenken, omdat het niet in de verdediging schiet, maar een uiterst belangrijke vóórvraag aan de orde stelt: Wat wil ik eigenlijk leren in de kerk?

Haar antwoord is, dat het in het leren gaat om verandering van leven.
En dat dié vorm van prediking het meest geslaagd is, die het meest verandering van leven tot gevolg heeft.

In principe ben ik het hiermee eens.
Inderdaad: je moet je afvragen of het wel zo’n ramp is als mensen ‘kennis’ missen in de preek. Te lang hebben preken bol gestaan van schrift- en theologische geleerdheid die misschien door een bepaalde groep mensen wel interessant gevonden werd, maar die door mensen zonder problemen naast zich neer kon worden gelegd.
Wanneer mensen klagen over gebrek aan kennis en kennisoverdracht is het inderdaad van het allergrootste belang, om na te denken over de vraag wat ‘kennis’ en ‘leren’ in bijbels perspectief eigenlijk inhouden.

Direct - indirect
Maar toch heb ik het ongemakkelijke gevoel dat in het artikeltje de klacht van ‘ondervoeding’ niet helemaal serieus genomen wordt.
Ik knoop daarvoor aan bij Jeannettes voorbeeld van de tandarts die in een derde wereldland zijn (theoretische) verhaal vertelt over de kies enerzijds en de inheemse gespreksleider, die ervaringen laat uitwisselen en praktische adviezen geeft anderzijds.
De vraag was: wie heeft het meeste invloed op het leven van zijn hoorders?
Het antwoord ligt voor de hand. De laatste.

Maar moet je hier niet onderscheiden?
Uiteraard heeft de laatste de meest directe invloed op zijn hoorders.
Maar is er niet ook zoiets als indirecte invloed?

Even afgezien van de concrete derdewereld context, waarin dit voorbeeld speelt, kun je zeggen: het praktische verhaal heeft het meest directe invloed.
Maar als mensen niet afhankelijk willen blijven van de praktische adviezen van de inheemse gespreksleider, grijpen ze na verloop van tijd toch naar de kennis, die de tandarts heeft doorgegeven. Met die kennis kunnen zij zélf de processen die gaande zijn doorzien en kunnen ze zélf ook de praktische adviezen naar waarde schatten en – nog belangrijker - zelf nuttige gedragswijzen bedénken.

Mondigheid en Autonomie
En hier kom ik op een punt, waar mij veel aan gelegen is.
Wij leven – anders dan in de derde wereld – in een cultuur, waar autonomie (zélf inzicht opdoen en zélf je keuzen maken) een belangrijke waarde is. Nu is het inderdaad zo, dat we ervoor moeten waken, dat we de kunst niet verleren om adviezen van anderen en wat je met elkaar deelt, naar waarde te schatten. Je kunt het autonomiebeginsel ook OVERDRIJVEN. Ik zie dat inzicht als een belangrijke bijdrage die het christelijk geloof aan onze cultuur heeft te leveren. Maar het is anderzijds toch ook beneden de christelijke maat om afhankelijk te blijven van wat anderen je aandragen. Er is in de bijbel een duidelijke oproep om zelfstandig de weg van de Heer te zoeken en de vrijheid in Christus in liefde in te vullen.
Daarbij is een inzicht en kennis nodig die het direct-praktische overstijgt.

Paulus
Als voorbeeld kan gelden hoe de apostel Paulus zijn gemeenten instrueert.
De vragen van de gemeenten zijn heel praktisch. Maar Paulus’ antwoorden gaan veel dieper dan de praktische vragen doen vermoeden.
Ik geef twee voorbeelden uit de eerste brief van Paulus aan de Korinthiers, waar dit wel heel duidelijk is.

Wanneer Paulus spreekt over de partijschappen in Korinthe (1 Kor 1) volstaat hij niet met een oproep tot eensgezindheid en hoe je dat kunt bereiken.
Maar hij laat zien hoe die partijschappen te maken hebben met het grote belang dat men in Korinte aan menselijke wijsheid en succes hecht.
Om dan vervolgens aan te geven hoe radicaal deze hang naar menselijke wijsheid in strijd is met het evangelie.
Daarin staat immers het kruis van Christus centraal. En het kruis van Christus spreekt niet van wijsheid en succes, maar van mislukking, nederlaag, dwaasheid. (1 Kor 1:18 vv) En dát is nu juist de wijsheid van God.
(1 Kor 2). Vervolgens laat hij zien hoe mensen, apostelen, een plaats hebben in Gods heilsplan (1 Kor 3) en met name wat zíjn eigen rol daarin is : een apostel zijn, die in zijn werk het stempel draagt van de dwaasheid van het kruis.
Het stempel van lijden en smaad en vernedering (1 Kor.4:9-13).
Zo brengt de apostel een enorme verdieping aan, en raakt hij de diepste oorzaak van de partijschap en tegelijk de wortels van het christelijk geloof.

Een tweede voorbeeld.
Wanneer Paulus in diezelfde brief komt te spreken over ernstige zedelijke misstanden in Korinthe (1 Kor. 5), dan volstaat hij niet met een veroordeling en een vermaning, maar dan vraagt hij ook aandacht voor dat wat er áchter ligt. Namelijk de vraag: hoe waardeer je het lichaam en het lichamelijk bestaan? Wat heeft het te zeggen, dat je ‘lichaam van Christus’ bent? Verheerlijk dan God met uw líchaam, is zijn slotwoord (1 Kor 6:20).

Juist omdat hij zo naar de diepte afsteekt zijn zijn brieven voor ons vandaag zo bruikbaar, óók als ze spreken over praktische zaken van toen, die in onze cultuur vaak toch wat anders liggen.

Reformatorische traditie
Terug naar de situatie van de kerken.
Als de nadruk op het levensverande karakter van het ‘leren’ (overigens: ook getroost worden is een ‘verandering’) ons brengt bij een prediking die slechts bestaat in het geven van praktische adviezen (de zgn. ‘how to…’-
preken), dan blijven we onder de maat waartoe Christus ons roept en vallen we terug in een verkeerd soort afhankelijkheid van de adviesgevers. In zo’n klimaat vind ik het zelfs een beetje eng klinken als de leidslieden voor zichzelf met een boekje in een hoekje aan wat meer theoretische bijbelstudie doen, om dan slechts de resultaten daarvan te melden.
Ik meen, dat het juist onze eigen reformatorische traditie is, die voor dit gevaar altijd beducht is geweest. Je kunt zeggen, dat de Reformatie de bijbelstudie en de theologie publiek, gemeenschappelijk, heeft gemaakt.

‘Gedemocratiseerd’.
Vergelijk de manier waarop in de Heidelbergse Catechismus het centraal-
religieuze sabbatsgebod wordt ingevuld met een verwijzing naar de noodzaak van juist het onderwijs.
(HC. zondag 38 ‘….dat er gezorgd wordt voor het instandhouden van de dienst des Woords en van de scholen …’).
Een nadruk die voortkomt uit het verlangen dat mensen zélf – voor het aangezicht van God - in en vanuit het Woord de weg kunnen vinden.

Pleidooi voor volwassen prediking
Ik voer hiermee geen pleidooi voor een terugkeer tot een theoretisch-theologische prediking, zoals die in een bepaalde periode van de gereformeerde traditie is gegroeid. Prediking is aanspraak en toespraak en gericht op ‘verandering’. Maar (met Jeannette overigens) pleit ik wel voor een prediking die de christelijke mondigheid en volwassenheid serieus neemt. Want het verschijnsel infantiliserende prediking bestaat wel degelijk.
Daar hoort bij, dat er in de christelijke gemeente inzicht is in de wijze waarop de boodschap van God naar ons toekomt. Namelijk vanuit dat wat verteld wordt in de Schrift. De Schrift moet klinken. De verhalen daarin moeten verteld worden. Zó verteld worden dat ze als Woord van God ons raken. Daarbij is het goed als de prediker inzicht geeft in dat proces.
Opdat de hoorder zo enig houvast krijgt in zijn eígen proces van het verstaan van het Woord Gods.

Dat hoeft van mij niet altijd in elke dienst in dezelfde mate het geval te zijn. We moeten meer dan voorheen, denk ik, werken met onderscheid in soorten diensten en woordbedieningen.
De bijbel laat ons daarin ook zeer rijke verscheidenheid zien.
Daarom ben ik zo blij met de reformatorische traditie van de leerdiensten, waar juist het leren extra nadruk kan ontvangen. Als we tenminste bereid zijn, daar een eigentijdse invulling aan te geven.
Misschien niet altijd met direct effect op het leven.
Maar des te meer met indirect effect.
Met het oog op de groei van volwassen mensen naar een volwassen geloof

1) Jeannette Westerkamp-Stegeman, Over degelijke kost,
infantiliserende preken en verkondiging. Opbouw 45ste jg nr. 11, 25 mei 2001

Job Smit, Apeldoorn

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief