Heksen bestaan niet
2001-07-20
Het is Harry Potter voor en na, welk blad je ook opslaat. En dat niet alleen, het is ook voor en tegen, in christelijke bladen wel te verstaan.- Jaargang 45
- nummer 15
Onlangs stond in Opbouw een stukje van Joke Holwerda (8 juni 2001, nr. 12) hierover.
De zin die mij speciaal aansprak, was de volgende: ’Daarom lijkt het me zinnig dat ouders en leerkrachten met vooral jongere kinderen mee-lezen, over de Potters praten met hun volkje en het verschil tussen verhaal en werkelijkheid onderstrepen.’ Dat laatste stukje over ‘het verschil tussen verhaal en werkelijkheid’, dat raakte me. Wat is bij dit onderwerp nu eigenlijk werkelijkheid en wat niet?
Een jaar of wat terug zat ik tegen een vriendin te mopperen over het project van de basisschool: ’sprookjes’. Bij de kleutergroep hing de klas vol heksen.
‘Moet dat nu?’, zei ik. ‘Ach wat’ zei mijn vriendin, die christen is, ‘heksen bestaan toch niet?’. Wat haar betrof was de discussie daarmee afgesloten, en haar dochter kwam verkleed als heks op school. Leuk toch? Het is maar een spelletje, een verhaaltje dat je speelt.
Een jaar terug kwam één van mijn kinderen uit school met: ’ Mam, de juf leest nu zo’n leuk boek voor. Over een heks! Een goede heks, mam! Zullen we kijken of het ook in de bieb is? De afspraak die we hadden: geen boeken over heksen e.d. bij de bieb lenen, leek nu niet van toepassing. Deze heks was goed! Witte magie zogezegd.
En eigenlijk had ik met deze goede heks meer moeite dan met al die slechte.
Kàn een heks dan goed zijn? Het deed mij verdacht veel denken aan die wolf in schaapskleren. Ziet er zo onschuldig uit, maar zonder dat je het beseft, ligt het gevaar op de loer. Nee, heksen bestaan niet, en als jij er moeilijk over doet, wordt je wat meewarig aangekeken. ‘Zeker zo’n fanatiekeling, zo’n fundamentalist waar niets van mag.’
New Age
‘Wat zouden mijn vroegere vrienden ervan denken?’, vroeg ik me toen af.
‘Mijn New Age-vrienden uit de tijd dat ik geen christen was? Gaat het hier om werkelijkheid of verhaaltjes?’ En ik herinnerde me hun dromen en visioenen over het New Age-denken, dat in het tijdperk van de waterman deze wereld zou overspoelen en de invloed van het tijdperk van de vissen (het Christendom van de Ichthus-vis) zou wegspoelen. Kinderen zouden al jong met dit denken in aanraking komen, en al jong gaan openstaan voor invloeden van ‘de andere kant’.
Er zou zo een nieuwe generatie opgroeien, die heel gevoelig zou zijn voor de geestenwereld. Verlost van het Christendom zou er eindelijk ruimte zijn voor een nieuw fantastisch rijk, waarin iedereen gebruik zou maken van zijn bovennatuurlijke krachten.
Krachten
Hoezo, heksen bestaan niet? Al mijn New Age-maatjes weten wel beter!
Toveren is reëel, vervloekingen een mogelijkheid, contact met gestorven mensen is praktijk (Deze dingen worden in de Potter-boeken beschreven).
Toen mijn moeder overleed, liet mijn ‘vriend’ haar geest oproepen. Mijn foto liet hij ‘lezen’ door een kennis om te weten of een relatie met mij wel verstandig was. Als ik medicijnflesjes in mijn hand hield van de alternatieve geneeswijze, die hij uitoefende, dan werden ze spontaan warm in mijn hand, ik zou bepaalde krachten hebben.
Toen een kennis speciale krachten inzette om mij in te palmen, werd het zelfs mijn vriend te bar. Het zijn reeële krachten, die je aan den lijve ondervindt, en die macht over jou proberen te krijgen.
‘Hier is maar één middel tegen,’ zei mijn vriend, ‘bidden tot Jezus, want Hij is sterker dan alle andere machten’.
En op zijn gebed (of op dat van mijn ouders?) werd de macht verbroken in Jezus’ naam. Ik ben God er nu nog dankbaar voor.
Hoezo, heksen bestaan niet? Ze zijn er bij bosjes en er komen er steeds meer!
Toveren is werkelijkheid. Er is geen kunst aan als je maar de juiste kanalen weet, en jezelf als kanaal beschikbaar stelt. Wie zou dat niet willen?
Toveren is toch leuk en spannend?
Macht hebben is gaaf! Ik wed dat mijn New Age-vriendjes alle Potters in de kast hebben staan.
Kwade machten
Ja, het lijkt me heel belangrijk dat we met onze kinderen spreken over de werkelijkheid van kwade machten, de realiteit van vervloekingen e.d., en hoe we ons teweer kunnen stellen. De satan is machtig, zijn aanval is heftig, hij gaat rond als een briesende leeuw.
We zijn met hem in een gevecht verwikkeld of we dat nu willen of niet, en God adviseert ons de wapenrusting aan te trekken en op onze hoede te zijn. Weest nuchter en waakt! Laten we nuchter zijn, de vijand ís er gewoon!
Laten we zijn macht niet onderschatten.
Praat maar eens met mensen die die macht aan den lijve ondervonden hebben, of praat met mensen die in landen gewoond hebben waar demonen onderdeel zijn van het gewone dagelijkse leven. We moeten de satan weerstaan, dan zal hij van ons vlieden. Laten we die wapenrusting van God aandoen, dan heeft hij geen macht over ons, want Jezus heeft hem al overwonnen! Lees wat dat betreft nog eens Ef 6:10-18.
Niet bang
Een christenmoeder zei laatst: ’Ik praat over die dingen niet met mijn kinderen, want ik wil ze niet bang maken voor de satan.’ Wel lazen ze de boeken van Harry Potter. Hoe zullen ze zich kunnen verweren? Waarom leren we kinderen wel links, rechts, links te kijken voor ze oversteken? Waarom leren we hen geen snoepjes aan te nemen van vreemden?
Er wordt vandaag de dag veel over weerbaarheid van kinderen gesproken.
Maar maken we hen ook weerbaar op geestelijk vlak? Leren ze geesten onderscheiden? Als zij Harry Potter lezen, identificeren ze zich dan met de hoofdpersoon? Geven ze zich over aan fantasieën op het vlak van toveren, vervloeken, contact met doden? Of gaan ze in gedachten een geestelijke strijd aan met het kwaad en adviseren ze Harry op bijbelse gronden zich verre te houden van al deze dingen? Laten we Deut 18:9-14 maar eens met hen lezen.
Prullebak?
Nog zoiets. Laatst las ik dat bepaalde Pokémon-figuren namen dragen van Japanse afgoden. Ook al zo’n onder werp. Wat doe je dan met je Pokémonkaarten en flippo’s? Wel of niet de prullebak in? Bij al deze dingen kom je steeds dezelfde argumenten tegen.
‘Ach, het heeft toch niets te betekenen?
Het zijn maar grappige monstertjes.
We aanbidden ze niet!’ Stel nu eens dat we in de O.T.-tijd zouden leven, ten tijde van bv. Elia. We hebben leuke kaartjes van Baäl en Astarte, die we uiteraard niet aanbidden.
We verzamelen die kaartjes alleen maar ! Geinig toch? Moloch en Kamos missen we nog in de collectie. ‘t Heeft verder niets te betekenen.
Kaartenhuis
Waarom wíllen we die kaartjes eigenlijk nog in huis hebben? Foto’s van je vijand verzamel je toch ook niet?
We hadden het er laatst met onze kinderen over. Eén kwam toen zelf met een hele ‘geheime’ verzameling van gevonden kaarten op de proppen, en stelde voor de hele zaak te verbranden, leek hem wel bijbels! Hij bouwde er vervolgens buiten in het zonnetje een fantastisch kaartenhuis van, dat hij met zijn vergrootglas liet ontvlammen.
‘Vetgaaf, mam!’ Buurjongetjes trachten nog tijdig te onderhandelen en een goede ruil te doen om de eigen collectie te completeren. Maar helaas, de eigenaar was onverbiddelijk. Wat voor hem niet goed was, kon ook niet goed voor een ander zijn, en het kaartenhuis vatte vlam. Nog even vroeg ik me af hoe christelijk het was, dat kinderen zo intens genoten van die hele verbranding.
Zwarte rook steeg ten hemel.
Niet erg milieuvriendelijk, die geplastificeerde, brandende kaartjes. Toch had ik sterk de indruk dat dit een Gode welgevallig offer was!
Gesien Vrijlandt-Huizinga is huisvrouw, moeder van drie jongens en lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Wageningen.